De uitstroom van beschermingsbewind daarentegen is zeer marginaal. Dit levert voor de gemeenten een aanzienlijke en langdurige kostenpost. Het Rijksbudget voor bijzondere bijstand en minimagelden dekt de gemeentelijke uitgaven niet volledig. De werkelijke kosten van de gemeenten zijn 1,5 tot 2 keer hoger dan de Rijksbijdrage. Een oplossing voor dit probleem zou zijn om het beschermingsbewind op een andere manier te bekostigen. Of door een eenvoudiger financieel stelsel. Maar u kunt als gemeente ook op korte termijn al iets aan deze stijgende kosten doen. Hieronder 5 tips om als gemeente grip te krijgen op de stijgende kosten van het beschermingsbewind.

Tip 1.

Bij 70% van de aanvragen voor beschermingsbewind is de gemeente niet betrokken. Mensen worden bijvoorbeeld rechtsreeks doorverwezen naar beschermingsbewind vanuit maatschappelijk werk, de verslavingszorg of door de huisarts zonder dat de gemeente daarbij een rol speelt. Ga, als gemeente, in gesprek met dit maatschappelijk middenveld. Organiseer ontmoetingen waarin de verschillende partijen elkaar leren kennen. Geef voorlichting over de financiële dienstverlening in de gemeente en maak inzichtelijk welke financiële hulpverlening is geregeld en in welke gevallen deze ingezet kan worden. Maak afspraken over de doorverwijzingen naar beschermingsbewind. Door in gesprek te gaan met het maatschappelijk middenveld kunnen ook de hiaten in de dienstverlening besproken worden en eventueel opgevuld.

Tip 2.

Zorg voor een goede vergelijkbare dienst in plaats van het beschermingsbewind. Als de gemeente een toereikend en passend aanbod heeft, kan de vergoeding vanuit de bijzondere bijstand in sommige gevallen geweigerd worden, blijkt uit jurisprudentie.

Tip 3.

Voor een toereikend en passend alternatief is alleen inkomensbeheer vaak niet voldoende. Bij de meeste aanvragen voor beschermingsbewind is sprake van een meervoudige problematiek, bijvoorbeeld schulden en psychische problemen. Het maatschappelijk middenveld kan in deze gevallen een rol van betekenis spelen, bijvoorbeeld bij het ondersteunen van een inwoner met psychosociale problematiek.

Tip 4.

De doelgroep van onderbewindgestelden verandert. Het aantal alleenstaande mannen en jongeren tot 25 jaar die onder bewind zijn gesteld, is bijna verdrievoudigd tussen 2010 en 2014. De gemeenten moet haar financiële dienstverlening voor deze doelgroepen evalueren. Weet de gemeente deze 2 doelgroepen in een vroeg stadium te bereiken? Door het inzetten van preventie bij life events, bijvoorbeeld 18+, scheiding, aanvragen van een uitkering kan de gemeente in een vroeg stadium in contact komen met deze doelgroep, en kan beschermingsbewind worden voorkomen.

Tip 5.

De doelgroep in kaart brengen. Omdat de gemeente vaak niet betrokken is bij de aanvraag voor onderbewindstelling, heeft de gemeente geen inzicht in de problematiek waarvoor de inwoner onder beschermingsbewindstelling heeft aangevraagd. De vraag ‘Voor welke problematiek is beschermingsbewind aangevraagd’, moet de gemeente eerst beantwoorden. De onderbewindgestelden wordt grofweg in twee groepen gedeeld. Het gaat dan om onderbewindgestelden met:

  • Het ‘reguliere beschermingsbewind’. De grondslag voor beschermingsbewind is een geestelijke of lichamelijke oorzaak. De groep onderbewindgestelden wordt niet wordt niet op de korte termijn financieel zelfredzaam. De gemeente kan de mogelijkheden voor financiële zelfregie later bekijken.
  • Het ‘schuldenbewind’. De rechter toetst (maximaal) iedere 5 jaar op noodzakelijkheid van de voortzetting. De grondslag voor het opleggen van het schuldenbewind, is de aanwezigheid van problematische schulden. Deze groep kan wederom grofweg in tweeën worden gedeeld:
  • De duurzaam onderbewindgestelden, deze groep is onder bewindgesteld omdat beschermingsbewind bescherming biedt tegen het verder oplopen of escaleren van schuldproblematiek. Op korte termijn wordt deze groep niet financieel zelfredzaam.
  • De tijdelijke onderbewindgestelden. Deze groep is leerbaar. Wanneer de schulden geregeld zijn, is de verwachting dat een minder ingrijpende maatregel ingezet kan worden,  denk aan budgetbeheer of budgetondersteuning.

Kortom: Grip op de kosten voor het beschermingsbewind is voor een gemeente zeker mogelijk. Door inzicht in de groep onderbewindgestelden en een aanbod in de financiële dienstverlening kan de gemeente het beschermingsbewind inzetten daar waar het nodig is en sluit het aan bij de mogelijkheden van de inwoner.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina