‘het verzwijgen van de gezinssamenstelling, de inkomsten van de gezinsleden of het bezit van vermogen of goederen van waarde.’ Strookt dit met de opvatting van de Centrale Raad over ‘opzet’ in de Fraudewet?

Verminderde verwijtbaarheid

In plaats van de zwaarste mate van verwijtbaarheid, neemt de CRvB de minst zware mate van verwijtbaarheid aan (ECLI:NL:CRVB:2016:905). Betrokkene heeft een relatie met R en verblijft vaak op zijn adres. De kinderen vertrekken vandaar naar school en komen na schooltijd in zijn woning terug. Zij ontbijt daar altijd, eet daar vaak en doet daar ook de was. In deze zaak is verminderde verwijtbaarheid aangenomen, omdat niet kan worden uitgesloten dat appellante onder de gegeven omstandigheden niet meteen heeft doorzien dat sprake was van een met de bijstand strijdige, althans van een voor haar meldingsplichtige, en mogelijk ook voor haar profijtelijke, situatie.

Normale verwijtbaarheid

In een drietal zaken is normale verwijtbaarheid aangenomen. In de 1e zaak oordeelde de CRvB dat ook al was betrokkene zich er niet van bewust dat hij een gezamenlijke huishouding voerde, dan nog had hij in ieder geval bij zijn verhuizing naar het uitkeringsadres aan het college moeten melden dat hij een medebewoner had (ECLI:NL:CRVB:2016:4743). In de 2ezaak oordeelde de CRvB dat het enkele feit dat betrokkene al bij aanvang van de bijstand samenwoonde, niet aantoont dat betrokkene willens en wetens de inlichtingenplicht heeft geschonden (ECLI:NL:CRVB:2016:3065). In de 3e zaak betoogde betrokkene dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid. Hij was ervan overtuigd dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde en was ook minder bedacht op het doorgeven van wijzigingen, omdat hij geen algemene bijstand ontving. Nu hij wel jaarlijks langdurigheidstoeslag (nu: individuele inkomenstoeslag) en tegemoetkomingen heeft aangevraagd, moest hij telkens opnieuw de juiste informatie over zijn verblijfplaats verstrekken (ECLI:NL:CRVB:2016:1062).

Grove schuld

Tot slot een tweetal zaken waarin grove schuld is aangenomen. In de 1e zaak woonden betrokkenen al samen voordat betrokkene zich meldde voor een bijstandsaanvraag. Op het formulier wordt expliciet gevraagd naar medebewoners, maar betrokkene heeft aangegeven dat hij alleen woont. Ook tijdens het intakegesprek, waar zijn woonsituatie uitdrukkelijk is besproken, heeft hij niets gezegd. Daarom stelt de CRvB dat sprake is van grove schuld (ECLI:NL:CRVB:2016:8). In de 2e zaak stelde betrokkene dat hij vaak bij familie verbleef, wat gebruikelijk is in zijn cultuur. Zijn waterverbruik was over een periode van 4 maanden 0 m3. De koelkast was leeg en er is in 4 maanden tijd geen enkele container met huishoudelijk afval aangeboden. En dat terwijl betrokkene heeft verklaard dat hij dagelijks zijn ontbijt klaarmaakt en ’s avonds een meegebrachte en in de magnetron opgewarmde maaltijd nuttigt. Er is sprake van grove schuld (ECLI:NL:CRVB:2016:2917).

En waar is dan de opzet uit het Boetebesluit gebleven?

Tot nu toe heeft de Centrale Raad nog geen opzet aangenomen bij schending inlichtingenplicht met betrekking tot het voeren van een gezamenlijke huishouding. Maar dat zegt nog niet zo veel. Tot voor kort stond hier niets over in het Boetebesluit socialezekerheidswetgeving. Het is dus vooral de vraag wat er gebeurt met zaken die spelen ná 1 januari 2017. Gaat de Centrale Raad mee in de criteria die in het Boetebesluit worden genoemd?

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over boetes?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina