Stimulansz top bar
Kennis & advies over werk en inkomen, welzijn en gezondheid
Onderdelen
U bent hier: Home / Sociaal domein / Armoede en Schulden / Armoedebeleid in uw gemeente

Armoedebeleid in uw gemeente

Vrijwel iedereen in Nederland heeft een dak boven zijn hoofd, eten op zijn bord en toegang tot medische zorg en onderwijs. Maar er zijn ook mensen die te weinig inkomen hebben voor het consumptieniveau dat we in Nederland minimaal noodzakelijk achten. Dit komt, bijvoorbeeld door hoge zorgkosten. Dan komt armoede om de hoek kijken. De gemeente is verantwoordelijk voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening voor inwoners.

Meer dan voorheen moeten gemeenten het nut, de noodzaak en de aard van de (bijzondere) bijstandsverlening vastleggen. Dit heeft alles te maken met de komst van de Participatiewet én met de wens van het kabinet om meer maatwerk te bieden bij armoedevraagstukken. Bijstandsconsulenten worden geacht hun vrijheid om zelf te oordelen en te acteren optimaal te benutten en doelgericht een passende oplossing te bieden. Natuurlijk binnen de mogelijkheden van de wet, verordeningen en de beleidsregels. 

Wat is armoede?

Armoede kent meerdere definities. In de enge zin gaat het om een tekort aan financiële middelen. In de brede zin van het woord verwijst armoede ook naar sociale uitsluiting. Denk aan mensen die geen geld hebben om deel te nemen aan activiteiten, geen opleiding hebben, veelal in een minder goed geïsoleerd huis wonen en vaker gezondheidsproblemen hebben. Zij kunnen zich vaak moeizaam zelf redden.

Armoede is een subjectief begrip. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt daarom niet van ‘arme huishoudens’, maar van ‘huishoudens met een laag inkomen en risico op armoede’. Momenteel ligt de lage-inkomensgrens voor eenpersoonshuishoudens op 1.020 euro per maand. Voor een echtpaar met twee kinderen op 1.920 euro en voor een eenoudergezin met twee kinderen ligt dat op 1.540 euro per maand.

Het Nibud hanteert geen lage-inkomensgrens, maar hanteert de term draagkracht: het deel van het inkomen waarmee mensen hun kosten zelf kunnen betalen. Draagkracht is afhankelijk van inkomen, verplichtingen, woonlasten en belastingvoordelen. Mensen met een hoog inkomen en hoge (vaste) lasten dreigen te weinig draagkracht over te houden. Mensen met een hoger inkomen kunnen zo toch in de financiële problemen komen. 

Wat kan de gemeente doen?

Als gemeente heeft u de verantwoordelijkheid om alle inwoners - en vooral kinderen - te laten meedoen in de samenleving. Mensen die moeten rondkomen van een minimuminkomen kunnen hierbij ondersteuning krijgen. Een gemeentelijk instrument daarvoor is het armoedebeleid. 

Sinds 1 januari 2015 meer beleidsruimte

Sinds 1 januari 2015 hebben gemeenten meer beleidsruimte rond armoedevraagstukken:

  • De individuele bijzondere bijstand voor daadwerkelijk gemaakte kosten is verruimd;
  • Er is extra aandacht voor gezinnen met kinderen, werkenden met een laag inkomen en ouderen met een klein pensioen. Dit houdt in: meer ruimte voor een aanvullende zorgverzekering of een pas voor culturele en maatschappelijke voorzieningen en sport;
  • Mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen (zonder zicht op verbetering) krijgen een jaarlijkse toeslag op individuele basis, de individuele inkomenstoeslag.

De categoriale bijstand voor gepensioneerden, chronisch zieken en gehandicapten en gezinnen met een of meer kinderen die onderwijs volgen, is vervallen. De overheid stimuleert gemeenten om – met enkele uitzonderingen – alleen nog maatwerk te leveren en de kosten te vergoeden die werkelijk zijn gemaakt. Momenteel zien we een verschuiving naar het Wmo-beleid van deze vergoedingen, omdat daar nog wel categoriaal kan worden verstrekt.  

Minimavoorzieningen en bijzondere bijstand

Mensen hebben een minimuminkomen als het inkomen rond het bijstandsniveau ligt. Het kan gaan om inkomen uit werk, bijstand of een andere uitkering. Deze mensen kunnen recht hebben op extra vergoedingen. Dat laatste hangt af van de draagkracht: de mogelijkheid van mensen om bepaalde kosten zelf te betalen. Dit hangt af van het inkomen en het vermogen, maar ook van de persoonlijke en sociale omstandigheden. Hoe groter de draagkracht, hoe minder extra vergoedingen mensen kunnen krijgen. 

Minimavoorzieningen

Onder minimavoorzieningen vallen onder meer:

  • Collectieve zorgverzekering (met teruggave van een deel van de premie);
  • Individuele Inkomenstoeslag (voorheen: langdurigheidstoeslag);
  • Toeslagen voor zorgkosten, huur en kinderopvang;
  • Individuele studietoeslag;
  • Kosten voor maatschappelijke deelname;
  • Bijzondere bijstand (zie hieronder). 

Bijzondere bijstand

U kunt als gemeente bijzondere bijstand geven voor noodzakelijke kosten die de inwoner zelf niet kan betalen. Het gaat om kosten die de inwoner door bijzondere omstandigheden moet maken en die hij nergens anders vergoed kan krijgen, ook niet via de (zorg)verzekering. Het gaat dus niet om bijstand voor dagelijkse kosten zoals huur, gas, water en licht. Bijzondere bijstand kan eenmalig of periodiek zijn. Periodieke bijzondere bijstand is bijvoorbeeld woonkostentoeslag of bijstand voor jongeren tot 18 jaar.

Vragen aan de aanvrager

Als gemeente moet u dus beoordelen of de aanvrager inderdaad recht heeft op bijzondere bijstand.

  • Heeft de aanvrager daadwerkelijk kosten?
  • Zijn deze kosten noodzakelijk?
  • Heeft de aanvrager de kosten gemaakt door bijzondere omstandigheden?
  • Kan de aanvrager de kosten niet betalen uit zijn inkomsten, de individuele inkomenstoeslag of vermogen?
  • Krijgt de aanvrager al een vergoeding voor deze kosten? Bijvoorbeeld huurtoeslag? Dan kan er geen woonkostentoeslag meer worden aangevraagd. 

Vormen van bijzondere bijstand

Als gemeente bepaalt u zelf welke vormen van bijzondere bijstand en voor welke kosten u die aanbiedt. Dat verschilt dus per gemeente. Het kan bijvoorbeeld gaan om:

  • Collectieve zorgverzekering met lagere premie;
  • Eigen bijdrage voor thuiszorg;
  • Eigen bijdrage voor rechtsbijstand;
  • Kosten voor plotselinge noodzakelijke verhuizing of echtscheiding;
  • Extra stookkosten vanwege ziekte;
  • Kosten voor grote uitgaven, zoals koelkast of wasmachine;
  • Kosten voor beschermingsbewind 

Cliëntparticipatie en armoedebeleid

Gemeenten geven het armoedebeleid in toenemende mate vorm in samenwerking met inwoners én met andere partijen zoals sociale wijkteams, jeugdgezondheidszorg en voedselbanken. Dit zorgt ervoor dat het armoedebeleid beter aansluit op de doelgroep.

In de Participatiewet, de Wsw en de Wmo is vastgelegd dat cliënten een gesprekspartner zijn van de overheid. Door dit goed te regelen, voelen burgers zich mee betrokken. Op basis van hun input, kunt u als gemeente het beleid verbeteren. Dat geldt ook voor het armoedebeleid.   

Regelingen voor de kinderen – kindpakket-

Ongeveer 12 % van alle kinderen groeit op in een gezin met een laag inkomen. 1/3 van deze kinderen leven al 4 jaar of langer in een huishouden met een laag inkomen. Deze kinderen worden vaak dagelijks geconfronteerd met geldgebrek: geen dagelijkse warme maaltijd en geen nieuwe kleding als dat nodig is. Lid zijn van een sportclub of het vieren van een verjaardag is geen vanzelfsprekendheid. Daarnaast hebben veel kinderen het gevoel niet mee te kunnen doen en buitengesloten te worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale armoedebeleid en daarmee dus ook voor het aanbod voor de jeugd die in armoede opgroeit.

Sommige gemeenten hebben dit aanbod gebundeld in de zogenoemde kindpakketten. Een kindpakket is een pakket, dat kinderen in armoede voorziet van ten minste de meest noodzakelijke behoeften, aangevuld met zaken om mee te kunnen doen in de samenleving. Stimulansz biedt samen met het Nibud een digitaal platform aan om de kindregelingen en kindpakketten op een laagdrempelige manier aan te bieden, www.kansvoormijnkind.nl.

Veel gemeenten werken samen met het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en Stichting Leergeld om de kinderen een passend aanbod te bieden. 

Actueel: Project ‘Kansrijk opgroeien’

In 2014 leefden 421.000 kinderen in een huishouden met een laag inkomen, van wie 131.000 kinderen al vier jaar of langer. Het Rijk stelt structureel € 100 miljoen beschikbaar (€ 85 miljoen in het Gemeentefonds) om de kansen van deze kinderen te verbeteren. Om er zeker van te zijn dat de middelen direct bij de kinderen terechtkomen, krijgen de kinderen deze benodigdheden in natura. Het geld wordt besteed aan benodigdheden zoals schoolspullen, sportattributen, zwemles, kleding of schoolreisje. Maar zou een veilige plek om met elkaar te spelen ook onder de benodigdheden vallen? De uitdaging is om de voorzieningen en benodigdheden te laten aansluiten bij de behoeften van de 0- tot 18-jarigen in uw gemeente. Betrek de  kinderen bij het vormgeven van de voorzieningen. Kinderen die in armoede opgroeien weten wat zij nodig hebben om kansrijk te kunnen opgroeien. De ervaring van Stimulansz is dat kinderen buiten het ‘systeem’ omdenken en daardoor tot creatieve, en vaak goedkope, oplossingen komen. 

Actueel: ouderen in de bijstand

Voor het bestrijden van de armoede onder ouderen met een bijstandsuitkering stelt het kabinet in 2017 en 2018 in totaal € 7,5 miljoen beschikbaar via het Gemeentefonds. In de begroting staat niet hoe gemeenten deze middelen moet besteden. 

Actueel: beschermingsbewind onder druk

Wordt een inwoner onder bewind gesteld van een bewindvoerder en heeft deze persoon een laag inkomen? In veel gevallen moet u als gemeente dan de kosten voor de bewindvoering betalen. Echter, deze kosten drukken flink op het minimabeleid; ze slokken een groot deel van de bijzondere bestand op. De uitstroom is gering en als gemeente heeft u daar weinig invloed op. Daarom heeft de bewindvoerder de taak om periodiek te laten zien hoe het gaat met de zelfredzaamheid van de cliënt. Stimulansz ondersteunt u met het inzichtelijk maken van de groep onder bewindgestelden en het vormgeven van alternatieven voor beschermingsbewind.   

Informatie en ondersteuning vanuit Stimulansz

Armoede is ingrijpend voor mensen. Voor u als gemeente is het belangrijk dat u weet hoe het is om te leven in de armoede, wat de effecten daarvan zijn en wat de gedragskenmerken zijn van mensen die leven in armoede. Stimulansz ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van het armoedebeleid. Met advisering en diverse diensten en producten:

Het abonnement Cliëntparticipatie
Wilt u als gemeente werk maken van een goed toegeruste cliëntenraad die haar taken optimaal kan uitvoeren? Stimulansz ondersteunt hen met het abonnement Cliëntparticipatie. Zo kunnen cliëntenraden voor informatie en antwoord op vragen terecht bij onze helpdesk. Ook krijgen ze kortingen op ons cursusaanbod en op producten en diensten.
Lees meer over het abonnement Cliëntparticipatie.

Minimascan
Hoe brengt u de armoedeproblematiek in uw gemeente in kaart? En hoe peilt u het bereik van minimaregelingen onder de diverse doelgroepen? De minimascan is daarvoor een handig instrument. Lees meer over de mininascan.

Cursussen armoedebeleid
Inzicht in armoede
Meer inzicht in armoede (vervolg)
Armoedebeleid en het wettelijk kader
Basistraining Formulierenbrigade en sociale wijkteams

Platform armoedebeleid
Hoe vertaalt u de (nieuwe) wet- en regelgeving naar gemeentelijk armoedebeleid? Waar loopt u tegenaan? En wat zijn de ervaringen met armoedebeleid in uw gemeente? Doe mee in het platform armoedebeleid. Hier kunt u samen met deskundigen en vakgenoten kennis delen en ervaringen uitwisselen. Het platform wordt georganiseerd door Stimulansz en het Nibud. Er zijn drie bijeenkomsten per jaar. Lees meer over het platform armoedebeleid.

Rekenkameronderzoek armoedebeleid
Als gemeente heeft u onafhankelijke informatie nodig bij het stellen van kaders en het uitvoeren van de controlerende taak. Een goed instrument daarvoor is rekenkameronderzoek. Dit biedt inzicht in het functioneren van beleid en uitvoering. Stimulansz voert dit onderzoek graag voor u uit; ook op andere beleidsterreinen. Lees meer over rekenkameronderzoek

Second opinion
Tijdelijk behoefte aan advies- en begeleidingstraject voor het beoordelen van nota’s, plannen en (werk)processen)? Of voor supervisie en/of training? Stimulansz verzorgt dit graag voor uw gemeente.
Lees meer over onze second opinion

Benchmark armoede en schulden
Wilt u toe naar een effectiever armoede- en schuldenbeleid? Wilt u zicht krijgen op het aantal huishoudens dat u bereikt en helpt bij het aflossen van schulden? En wilt u leren van de aanpak van andere gemeenten? Daarvoor is er de Divosa Benchmark Armoede en Schulden van Divosa, Stimulansz en BMC Onderzoek. Deze wordt ook aangeboden als losse app. Lees meer over de Divosa Benchmark armoede en schulden

Schuldhulpverlening


Een op de vijf huishoudens kampt met financiële problemen. Huishoudens met een laag inkomen, een huurwoning en zonder kinderen hebben een grotere kans op problematische schulden. Mensen die er zelf niet meer uitkomen, kunnen een beroep doen op de schuldhulpverlening. Als gemeente heeft u de verplichting inwoners met schulden te helpen. Dit is vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Lees verder

Platform Armoedebeleid


Dit platform, georganiseerd door Stimulansz en het Nibud is een creatieve denktank die onder andere (nieuwe) wet- en regelgeving vertaalt naar gemeentelijk beleid. Daarnaast kijken we naar andere ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op uw werk. Voorbeelden uit de praktijk worden besproken, zowel inhoudelijk als procesmatig.

Benchmark Armoede en Schulden


Een effectiever  armoede- en schuldenbeleid? Zicht krijgen op hoeveel huishoudens u bereikt en helpt bij het oplossen van schulden? Van andere gemeenten leren hoe zij dit aanpakken? De Divosa Benchmark Armoede en Schulden van  Divosa, Stimulansz en BMC Onderzoek brengt hoofdindicatoren voor armoede- en schuldenbeleid in kaart en faciliteert overleg en uitwisseling van aanpakken tussen gemeenten.