Stimulansz top bar
Kennis & advies over werk en inkomen, welzijn en gezondheid
Onderdelen
U bent hier: Home / Sociaal domein / Sociale coöperatie versus de Participatiewet

Sociale coöperatie versus de Participatiewet

Sociaal ondernemen met een uitkering

In steeds meer gemeenten ontstaan bewonerscoöperaties: samenwerkingen van bewoners die collectief ondernemen, vaak in eigen buurt. Deze mensen hebben beslist capaciteiten, maar omdat zij bepaalde vaardigheden missen, zijn zij afhankelijk van een uitkering. De coöperaties draaien vaak met ondersteuning van een maatschappelijke organisatie, maar soms ook volledig zelfstandig. Het concept sluit aan bij de doelstellingen van de Participatiewet. Maar het stelt gemeenten ook voor uitdagingen. Want hoe verhoudt dit zich tot de wet- en regelgeving?

In Breda zijn twee coöperaties actief. De ene coöperatie – de Vrije Uitloop U.A. – ondersteunt buurtbewoners die binnen de coöperatie hun eigen bedrijfjes opzetten. Van tuinonderhoud en naaiatelier tot persoonlijke coaching. Deze ‘scharrelondernemers’ doen dit met behoud van hun uitkering. In de Bredase wijk Geeren-Zuid is er de bewonerscoöperatie ONS. Met behoud van hun uitkering leren buurtbewoners binnen meerdere coöperaties: ONS Coöperatief (restaurant voor eten, werken en vergaderen), ONS Atelier (herstel en verkoop van tweedehandskleding) en ONS Land (landbouwcoöperatie). De activiteiten zijn heel divers: van wijkrestaurant en atelier tot schoonmaakbedrijf. 

Zelfredzaamheid vergroten

In andere gemeenten ontstaan soortgelijke initiatieven. Gemeenten staan daar over het algemeen niet onwelwillend tegenover. Immers, sociale coöperaties bieden kansen voor burgers die sociaal en coöperatief willen ondernemen. Ze zijn sterk lokaal verbonden en vervullen een maatschappelijke functie. De ondernemers nemen het heft in eigen hand en voelen zich weer waardevol. Ze worden zelfredzamer. Allemaal kansen dus. 

Uitdagingen voor de gemeente

Maar het wringt ook. Want sociaal ondernemen past niet binnen de traditionele manier waarop u als gemeente burgers toeleidt van uitkering naar meedoen in de samenleving. Wat doet u als ondernemers binnen de coöperatie winst maken met hun activiteiten? Volgens de wet moet de gemeente dit verrekenen met de uitkering, met als nadeel dat de financiële prikkel voor mensen wegvalt.

Een andere uitdaging is, hoe zich deze initiatieven verhouden tot de eigen re-integratieprojecten van uw gemeente. Bovendien geldt voor veel gemeenten dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de continuïteit van het lokale sociaal werkbedrijf. En die spelen geen rol bij de sociale coöperatie. En dan is er nog het dilemma dat gemeenten zich het best zo min mogelijk bemoeit met een sociale coöperatie. Het zijn de maatschappelijke organisaties en vooral de mensen zélf die het heft in handen hebben. Gemeenten moeten dus durven loslaten. En tegelijkertijd bent u als gemeente vanuit de Participatiewet verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. 

Oplossingen voor dilemma’s

Ingewikkelde vraagstukken. Gelukkig zijn daar in de praktijk beslist oplossingen voor te vinden. In Breda is ervoor gekozen de winst die de ondernemers binnen de coöperatie maken, aan te merken als winst van de coöperatie. De coöperatie investeert die winst in het bevorderen van de deskundigheid van de ondernemers van de coöperatie. Denk aan deskundigheidsbevordering op het gebied van netwerken en financiële administratie. 

Spaarpotten

Bij De Vrije Uitloop wordt daarnaast gewerkt met persoonlijke spaarpotten. Hieruit wordt bijvoorbeeld de deskundigheidsbevordering betaald. Onkosten kunnen worden vergoed, en soms ook noodzakelijke kosten. Op deze manier blijft er een financiële prikkel voor de ondernemers. Momenteel loopt er trouwens een discussie over de vraag of een bijstandsgerechtigde van dat geld bijvoorbeeld ook een koelkast kan kopen, in plaats van bijzondere bijstand te moeten aanvragen. Boven een bepaald bedrag wordt het winst. Deze winst gaat naar de gemeente. Zij verrekent dit met de uitkeringen. 

Premie vanuit de begroting

Bij ONS werkt dit anders. Dat komt omdat hier het individuele ondernemerschap niet centraal staat. Afhankelijk van het aantal uren dat de mensen zich inzetten, krijgen ze een premie vanuit de begroting van de coöperatie. Dit gebeurt op basis van artikel 31 PW. Daardoor hoeft de premie niet als inkomen te worden aangemerkt. Daarnaast krijgen de mensen een onkostenvergoeding voor werkelijke kosten. Ook hier geldt dat de winst terugvloeit naar de gemeente, ter verrekening van de uitkering. 

Rol van de gemeente

Hoewel de gemeente wel betrokken is bij het concept, is met de gemeente afgesproken dat zij zich afzijdig houdt. Voor de ondernemers houdt dit in dat zij geen sollicitatieplicht hebben en niet allerlei trajecten hoeven te volgen. Ze zijn actief binnen de coöperatie en ontwikkelen zich daar. Hierdoor neemt hun zelfredzaamheid toe. De coöperaties nemen daarmee de rol van de gemeente over als het gaat om participatie en deskundigheidsbevordering. Natuurlijk moeten de ondernemers (de klanten van de gemeente) de gemeente informeren over hun activiteiten in verband met hun recht op uitkering. 

Organisatie van een coöperatie

Het succes van een coöperatie valt of staat in belangrijke mate met de manier waarop de coöperatie is georganiseerd. In principe is namelijk iedereen gelijkwaardig. Dat vraagt om professionele begeleiding van een maatschappelijke organisatie, waar nodig en gewenst ondersteund door de gemeente. En met als doel het vergroten van het organisatievermogen van de ondernemers zelf. De achterliggende gedachte is, dat het initiatief zoveel mogelijk bij de ondernemers ligt, zodat zij zich ontwikkelen en zij de coördinerende rol op termijn zelf kunnen oppakken. Daarbij blijft er altijd een spanningsveld tussen de gewenste kwaliteit van de dienstverlening aan de klant en de haalbaarheid daarvan. Maar de ervaring in Breda leert, dat het aankomt op stug doorzetten. Want dan komen de pareltjes bovendrijven. 

Ervaringen

De ervaring in Breda leert ook, dat het werken binnen een coöperatie positieve effecten heeft op de ondernemers. Ze ervaren over het algemeen een voldoende grote financiële prikkel. Ook ervaren zij een prikkel als resultaat van het actief zijn en het krijgen van waardering. Binnen de coöperatie worden zij aangesproken op hun verantwoordelijkheden zonder dat dit meteen harde consequenties heeft. De ondernemers ontwikkelen zich en helpen elkaar. De gemeente hoeft minder tijd en geld te steken in de re-integratie van deze mensen. Ze richten zich nu vooral op de burgers met goede kansen op de arbeidsmarkt. 

Omgekeerde toets

Bij het ondersteunen van een sociale coöperatie kijkt u als gemeente bij voorkeur eerst naar de burger en naar de doelstellingen van het initiatief. Vervolgens toetst u dit aan de grondwaarden van de Participatiewet en bekijkt u hoe u dit initiatief een plek kunt geven binnen de wet- en regelgeving. Daar tussenin bouwt u toetsmomenten in; het blijft dus een zorgvuldig proces. Deze manier van werken noemen we de omgekeerde toets

Conferentie


Sociaal ondernemen is in opmars. Sociale ondernemers zijn vaak sterk lokaal verbonden, hebben maatschappelijke impact en vormen daarmee een interessante partner voor gemeenten. De rol van de overheid verandert en sociale initiatieven vervullen een maatschappelijke rol. Veel gemeenten hebben die mogelijkheden nog niet ontdekt. Kom op 10 februari naar de conferentie Tussen wil en wet, sociaal ondernemen met een uitkering

Het coöperatief afschaffen van werkloosheid



Raf Janssen, Wethouder Sociaal Domein Gemeente Peel en Maas
Johan Cruijff was een wereld beroemd voetballer. Dat is hij kunnen worden mede dank zij mij, omdat ik niet ben gaan voetballen. Niet dat ik enig talent had voor het voetballen, maar als ik en veel anderen ook waren gaan voetballen, had ik of mogelijk iemand anders Cruijff voor de voeten gelopen. Dan had deze zijn talenten niet zo fantastisch kunnen ontwikkelen dan nu de situatie is geweest, omdat ik en veel anderen op de tribune zijn gaan zitten en Cruijff vrij baan hebben gegeven. Daarmee wil ik zeggen dat iemands prestaties niet geheel diens eigen verdienste zijn, maar mede afhangen van de wijze waarop in dit geval het voetballen is georganiseerd. Lees verder