Stimulansz top bar
Kennis & advies over werk en inkomen, welzijn en gezondheid
Onderdelen
U bent hier: Home / Sociaal domein / Werk en Participatie / Banenafspraak Participatiewet

Banenafspraak Participatiewet

In april 2013 sloten het kabinet en de werkgevers- en werknemersorganisaties een sociaal akkoord. Een belangrijk onderdeel hiervan is een nieuwe aanpak om mensen met een arbeidsbeperking (als gevolg van een ziekte of beperking) aan werk te helpen bij reguliere werkgevers. Het doel: een inclusieve arbeidsmarkt. Werkgevers moeten tot 2026 in totaal 100.000 extra banen realiseren ten opzichte van de peildatum van 1 januari 2013. De overheid creëert 25.000 extra banen tot 2024. Dit is vastgelegd in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wbq), die per 1 april 2015 geldt. Banen creëren is vooral een taak van de sociale partners. Echter, ook gemeenten hebben een belangrijke rol. 

Quotum arbeidsbeperkten

Volgens de wet moeten werkgevers met meer dan 25 medewerkers (of 40.575 verloonde uren) een bepaald percentage mensen met een ziekte of handicap in dienst te nemen. Dit is het quotum arbeidsbeperkten. Voldoet een werkgever daar niet aan? Dan kan het zijn dat hij vanaf 2018 een quotumheffing moet betalen ter hoogte van € 5.000 per niet-ingevulde arbeidsplaats per jaar. 

Voor welke doelgroepen?

De mensen die in aanmerking komen voor de banenafspraak komen te staan in het doelgroepregister van het UWV. Het gaat om:

  • mensen die vallen onder de Participatiewet;
  • mensen met een Wsw-indicatie;
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • mensen met een Wiw-baan of ID-baan;
  • leerlingen uit het VSO-onderwijs (voortgezet speciaal onderwijs). 

Loonkostensubsidie

Als gemeente heeft u de taak loonkostensubsidie te verstrekken aan werkgevers die iemand met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dit is een subsidie aan de werkgever ter compensatie voor het productieverlies dat hij lijdt door het in dienst nemen van een medewerker met een ziekte of handicap. 

De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon (vermeerderd met de aanspraak op vakantiebijslag) en de loonwaarde van de persoon (naar ratio van de loonwaarde rechtens geldende vakantiebijslag). De subsidie bedraagt maximaal 70% van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. Is de overeengekomen arbeidsduur korter dan overeengekomen? Dan wordt de subsidie verminderd naar evenredigheid (zie artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).

Gaat het om mensen met een Wajong-uitkering? Dan draagt het UWV zelf bij met loondispensatie, waardoor de werkgever minder dan het wettelijk minimumloon mag uitbetalen. Let wel: als een inwoner met een loonkostensubsidie verhuist naar een andere gemeente, dan moet u als gemeente deze subsidie blijven doorbetalen. 

Praktijkroute

Als gemeente heeft u er belang bij dat zoveel mogelijk bijstandsgerechtigden aan het werk komen. Dit scheelt immers uitkeringsgeld. Als gemeente heeft u daar zeker invloed op. Vooral sinds de introductie, per 1 januari 2017, van de Praktijkroute. Deze regeling houdt in dat de toegang tot het doelgroepregister ook kan verlopen via een loonwaardemeting door de gemeente. Aan de hand van deze meting op de praktijkplek wordt vastgesteld of iemand in aanmerking komt voor de banenafspraak. De loonwaardemeting vindt plaats op basis van een gevalideerde methodiek (bijvoorbeeld Dariuz). Per arbeidsregio mag één methodiek worden gehanteerd.

Het voordeel hiervan is, dat er geen UWV-keuring meer nodig is. Als gemeente kunt u kandidaten naar voren schuiven van wie u verwacht dat zij in aanmerking komen voor de banenafspraak, onder wie bijstandsgerechtigden. Met de juiste inspanningen van de gemeente kan het niet anders dan dat dit leidt tot een flinke stijging van het aantal mensen dat vanuit de gemeente terechtkomt in dat register.

Doelstellingen

Worden de doelstellingen tot nu toe trouwens behaald? Over de periode 2013-2015 is dat inderdaad het geval. Dat is echter vooral te danken aan de Wsw-gedetacheerden. Sinds het eerste kwartaal van 2016 is er een afvlakking van de stijging van het aantal banen. Alle partijen moeten dus naar verwachting een flink tandje moeten bijstellen om de 12.500 extra banen per jaar inderdaad te creëren (zie afbeelding). 

Hoe dat in uw eigen gemeente zit? Dat blijkt lastig te achterhalen. Het UWV brengt elk kwartaal een rapport uit. De resultaten worden uitgesplitst naar 35 arbeidsregio’s, en dus niet naar de afzonderlijke gemeenten. Echter, als gemeente heeft u wel een informatieplicht richting bijvoorbeeld het college van B&W en cliëntenraden. U houdt natuurlijk bij hoeveel loonkostensubsidies er worden afgegeven. Maar het merendeel van de banen wordt momenteel vervuld door mensen met een Wajong-uitkering. De minste banen worden op dit moment (maart 2017) nog ingevuld door bijstandsgerechtigden. Als gemeente heeft u dus een beperkte blik op de geleverde prestaties binnen de eigen grenzen. 

Aantal banen versus aantal plaatsingen

Belangrijk aandachtspunt is dat het gaat om het aantal banen en niet om het aantal plaatsingen. Het gemiddelde dat iemand werkt is bepaald op 25,5 uur. Stel dat er 10 personen een baan hebben gekregen en dat zij allemaal 20 uur werken. Dan gaat het per saldo om 8 banen. Het UWV registreert dat zorgvuldig. Maar gemeenten spreken nogal eens over het aantal mensen dat aan het werk is geholpen. Terwijl het bij de banenafspraak gaat om het aantal banen dat deze mensen samen vervullen. En dan nog dit: er zijn ook mensen die het werk niet volhouden en stoppen. Dat moet je verwerken in de cijfers.

banenafspraak

Platform Participatie en Werk



Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen het werkveld via het Platform Participatie en Werk.

Uw klant en de juiste indicatie of keuring op het goede moment


Om de mogelijkheden van een klant te achterhalen vragen klantmanagers met enige regelmaat indicaties of keuringen aan. Met de Participatiewet en de Banenafspraak zijn er ook een aantal verplichte momenten waarop dit gebeurt. Deze onderzoeken zijn momentopnames van uw klant en de gevraagde beslissing. En zij kosten tussen de € 600,00 en € 1000,00. De praktijk leert dat het aanvragen van het juiste instrument op het juiste moment best lastig is. Stimulansz biedt de training Uw klant en de juiste indicatie of keuring op het goede moment