Ze pleit daarom voor meer maatwerk. ‘Begin bij het verbeteren van de inkomenssituatie en het oplossen van schulden, zodat er minder stress is, ouders meer ruimte hebben voor hun kinderen en het gezin weer vertrouwen krijgt in de toekomst. Vraag kinderen en ouders zelf wat zij nodig hebben.’

Enkele conclusies van de Kinderombudsman in het rapport Alle kinderen kansrijk:

  • Kinderen en jongeren in armoede worden op alle levensgebieden belemmerd in hun ontwikkeling en voorzieningen sluiten hier onvoldoende op aan.
  • Armoedebeleid is nog te weinig integraal en nog te weinig gericht op de situatie thuis.
  • Het systeem van kindvoorzieningen vraagt om verdere verbetering en de verschillen tussen gemeenten moet worden verkleind.
  • In het gemeentelijk beleid is nog te weinig sprake van maatwerk.

Ervaring ouders

Ouders ervaren dat gemeentelijke voorzieningen voor kinderen en jongeren vaak niet toereikend zijn. Zo kunnen niet alle kinderen en jongeren uit het gezin gebruik maken van voorzieningen, kunnen voorzieningen slechts eenmalig of eenmaal in de aantal jaren worden aangevraagd en is onderhoud of vervanging van kapotte of gestolen goederen niet bij voorzieningen inbegrepen.
Wat betreft de aanvullende gemeentelijke inkomensvoorzieningen ervaren ouders vaak een weinig flexibele houding van hun gemeente. Aanvragen voor bijzondere kosten, zoals schoolvervoer of kosten voor medische zorg, worden geweigerd of de afhandeling duurt erg lang. Er wordt te weinig gekeken naar wat het gezin daadwerkelijk nodig heeft en is er te weinig kennis van zaken of te weinig doorzettingsmacht.
Ouders willen graag maatwerk van hun gemeente en een laagdrempelig persoonlijk contact met iemand die meedenkt over de thuissituatie en de noodzakelijke behoeften in het gezin. Dit moet iemand zijn die goed op de hoogte is van voorzieningen en regels en de ouder kan ondersteunen in het contact met onder andere de gemeente.

Meer maatwerk

In ieder gemeente zijn er gezinnen in armoede die niet in aanmerking komen voor voorzieningen. Voor deze gezinnen is meer maatwerk nodig. In de toekenning van voorzieningen wordt in de meeste gemeenten de inkomensnorm streng gehanteerd en is er weinig ruimte om te kijken naar wat een gezin nodig heeft. Ouders met schulden of ouders met een laag middeninkomen waar schulden dreigen, kunnen nergens gebruik van maken. Hetzelfde geldt voor ouders met een fluctuerend inkomen zoals ZZP’ers.

Voor gezinnen is het moeilijk om aan armoede te ontkomen. De armoedeval wordt te weinig tegengegaan. Ouders gaan niet (meer) werken omdat ze daarmee hun voorzieningen verliezen. Gemeenten kunnen zelf meer doen om de armoedeval tegen te gaan. Dit kan door de normen voor toekenning van voorzieningen aan te passen en hier eventueel een glijdende schaal op toe te passen.

Aanbevolen armoedebeleid

De Kinderombudsman beveelt de volgende uitgangspunten voor armoedebeleid aan:

  • Wees flexibel in de toekenning van ondersteuning en hulp. Laat daarbij regels en voorzieningen niet leidend zijn, maar sluit aan bij de noodzakelijke behoeften in een gezin.
  • Zorg dat er voor dringende problemen in een gezin snel een oplossing komt, zodat de leefomstandigheden van het gezin niet onverwacht en ongewenst ingrijpend veranderen. Dit kan bijvoorbeeld door een vrij beschikbaar maatwerkbudget voor wijkteams.
  • Neem bij het verder ontwikkelen van het armoedebeleid mee welke verschillende groepen arme gezinnen er in de gemeente wonen. Onderzoek daarbij of zij een gerichte aanpak nodig hebben omdat er bijvoorbeeld een groter risico is op armoede, financiële tekorten groter zijn of omdat er specifieke ontwikkelrisico’s voor kinderen en jongeren in deze groepen bestaan. Ga actief op zoek naar deze groepen.
  • Ken voorzieningen gericht op het terugdringen van armoede toe op basis van het vrij besteedbaar inkomen van een gezin. Dat wil zeggen dat er niet uitsluitend gekeken wordt naar inkomen, maar ook naar schulden en vaste lasten die maandelijks moeten worden voldaan.

Effectiviteit kindvoorzieningen

Voorzieningen voor kinderen en jongeren zijn bedoeld om de gevolgen van armoede voor kinderen en jongeren te verzachten. Maar welke effect dit heeft op kinderen en jongeren op een langere termijn is onbekend. Wanneer weet je als gemeente dat je effectief bent en de juiste voorzieningen voor kinderen treft? Dat is een vraag die bij een aantal gemeenten leeft. Gemeenten weten hier nog te weinig over. Door een aantal deelnemers is genoemd dat de effectiviteit van de ingezette voorzieningen beter moet worden onderzocht.

Stimulansz wil graag deze vraag onderzoeken. Wilt u meewerken?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina