Trainingen & Evenementen

 

Training Jobcarving en jobcreation

 

Matchen van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt wordt met deze training een stuk makkelijker.

 

Meer over deze training

De overheid creëert 25.000 extra banen tot 2024. Dit is vastgelegd in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wbq), die per 1 april 2015 geldt. Banen creëren is vooral een taak van de sociale partners. Echter, ook gemeenten hebben een belangrijke rol.

Quotum arbeidsbeperkten

Elk jaar wordt gekeken of op landelijk niveau de jaarlijkse doelstellingen zijn gerealiseerd. Zo moeten er eind 2019 55.000 banen zijn bijgekomen. En eind 2020 is de doelstelling 67.500 banen. Mocht dit aantal niet worden gehaald, dan treedt de Quotumwet in werking. Volgens die wet moeten werkgevers met meer dan 25 medewerkers (of 40.575 verloonde uren) een bepaald percentage mensen met een ziekte of handicap in dienst te nemen. Dit is het quotum arbeidsbeperkten. Werkgevers die achterblijven betalen een inclusitiviteitsopslag van € 5.000,- voor elke werkplek die te weinig is gerealiseerd.

Voor welke doelgroepen?

De mensen die in aanmerking komen voor de banenafspraak komen te staan in het doelgroepregister van het UWV. Het gaat om:

  • mensen die vallen onder de Participatiewet;
  • mensen met een Wsw-indicatie;
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • mensen met een Wiw-baan of ID-baan;
  • leerlingen uit het VSO-onderwijs (voortgezet speciaal onderwijs).

Loonkostensubsidie

Als gemeente heeft u de taak loonkostensubsidie te verstrekken aan werkgevers die iemand met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dit is een subsidie aan de werkgever ter compensatie voor het productieverlies dat hij lijdt door het in dienst nemen van een medewerker met een ziekte of handicap.

De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon (vermeerderd met de aanspraak op vakantiebijslag) en de loonwaarde van de persoon (naar ratio van de loonwaarde rechtens geldende vakantiebijslag). De subsidie bedraagt maximaal 70% van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. Is de overeengekomen arbeidsduur korter dan overeengekomen? Dan wordt de subsidie verminderd naar evenredigheid (zie artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).

Gaat het om mensen met een Wajong-uitkering? Dan draagt het UWV zelf bij met loondispensatie, waardoor de werkgever minder dan het wettelijk minimumloon mag uitbetalen. Let wel: als een inwoner met een loonkostensubsidie verhuist naar een andere gemeente, dan moet u als gemeente deze subsidie blijven doorbetalen.

Praktijkroute

Als gemeente heeft u er belang bij dat zo veel mogelijk bijstandsgerechtigden aan het werk komen. Dit scheelt immers uitkeringsgeld. Als gemeente heeft u daar zeker invloed op. Vooral sinds de introductie, per 1 januari 2017, van de Praktijkroute. Deze regeling houdt in dat de toegang tot het doelgroepregister ook kan verlopen via een loonwaardemeting door de gemeente. Aan de hand van deze meting op de praktijkplek wordt vastgesteld of iemand in aanmerking komt voor de banenafspraak. De loonwaardemeting vindt plaats op basis van een gevalideerde methodiek (bijvoorbeeld Dariuz). Per arbeidsregio mag één methodiek worden gehanteerd.

Het voordeel hiervan is, dat er geen UWV-keuring meer nodig is. Als gemeente kunt u kandidaten naar voren schuiven van wie u verwacht dat zij in aanmerking komen voor de banenafspraak, onder wie bijstandsgerechtigden. Met de juiste inspanningen van de gemeente kan het niet anders dan dat dit leidt tot een flinke stijging van het aantal mensen dat vanuit de gemeente terechtkomt in dat register.

Doelstellingen

Worden de doelstellingen tot nu toe trouwens behaald? Over de periode 2015-2018 is dat inderdaad het geval.

Hoe dat in uw eigen gemeente zit? Dat blijkt lastig te achterhalen. Het UWV brengt elk kwartaal een rapport uit. De resultaten worden uitgesplitst naar 35 arbeidsregio’s, en dus niet naar de afzonderlijke gemeenten. Echter, als gemeente heeft u wel een informatieplicht richting bijvoorbeeld het college van B&W en cliëntenraden. U houdt natuurlijk bij hoeveel loonkostensubsidies er worden afgegeven.

Aantal banen versus aantal plaatsingen

Belangrijk aandachtspunt is dat het gaat om het aantal banen en niet om het aantal plaatsingen. Het gemiddelde dat iemand werkt is bepaald op 25,5 uur. Stel dat er 10 personen een baan hebben gekregen en dat zij allemaal 20 uur werken. Dan gaat het per saldo om 8 banen. Het UWV registreert dat zorgvuldig. Maar gemeenten spreken nogal eens over het aantal mensen dat aan het werk is geholpen. Terwijl het bij de banenafspraak gaat om het aantal banen dat deze mensen samen vervullen. En dan nog dit: Er zijn ook mensen die het werk niet volhouden en stoppen. Dat moet u verwerken in de cijfers.

 

Tabel 1: Resulaten eind 2018 ten opzichte van de nulmeting                 

  Toename aantal banen markt Toename aantal banen overheid Totale toename aantal banen
Formele dienstverbanden 37.519 2.465 39.984
Inleenverbanden (uitzendrelaties en Wsw-detacheringen) 6.497 5.475 11.972
Totaal 44.017 7.940 51.956
Doelstelling Sociaal Akkoord (31.000) (12.500) (43.500)

Neem nu contact op met

Frans Kuiper

Frans is als adviseur een echte allrounder die zijn kennis en ervaring inzet om gemeenten te helpen bij de transformatie naar integrale dienstverlening.
Trainingen & Evenementen

 

Training Jobcarving en jobcreation

 

Matchen van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt wordt met deze training een stuk makkelijker.

 

Meer over deze training