Vraag

Een man heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet. Hij heeft een relatie met een meisje van 16 jaar en samen wonen ze bij haar ouders in. Moet, bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand, de vriendin nu worden aangemerkt als een niet-rechthebbende partner (artikel 13, eerste lid PW) en moet de gemeente bijstand verstrekken naar de norm van 50% van de gehuwdennorm (artikel 24 PW)? En hebben de ouders dan nog recht op kindgebonden budget en kinderbijslag?

Wilt u meer inzicht in de Participatiewet?

Raadpleeg Inzicht sociaal domein. Heeft u nog geen toegang? Vraag een gratis proefabonnement aan.

Antwoord

Het meisje is aan te merken als een ten laste komend kind van de ouders. Dat maakt dat ze geen afzonderlijk recht op bijstand heeft. De aanvrager zelf is aan te merken als kostendeler met zijn ‘schoonouders’. Artikel 24 van de Participatiewet is niet aan de orde als sprake is van kostendeling, dus u kunt de bijstand toekennen met toepassing van de kostendelersnorm. De kostendelersnorm is dan gebaseerd op 2 kostendelende medebewoners (kostendelersnorm factor 3). Tot slot hebben de ouders, ervan uitgaande dat zij hun zestienjarige dochter financieel onderhouden, dan inderdaad nog recht op kindgebonden budget en kinderbijslag.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina