Deze beschermingsmaatregelen zijn de curatele, het beschermingsbewind en het mentorschap. Voornamelijk het beschermingsbewind is een veelbesproken thema binnen het sociaal domein. Dit komt omdat beschermingsbewind de meest gebruikte maatregel is en gemeenten hierdoor meer en meer financieel belast raken met de bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Maar wat is beschermingsbewind ook alweer? Hoe is het ontstaan? Voor wie is het tegenwoordig bedoeld en wat zal er in de toekomst mee gebeuren?

Verleden

De curatele is de eerste beschermingsmaatregel die wij in Nederland kennen. Zij werd in 1838 ingevoerd. De maatregel was voornamelijk bedoeld voor de zogenoemde krankzinnigen. De curatele had een invloedrijke werking, die ervoor zorgde dat een persoon handelingsonbekwaam werd gesteld. Vanaf de jaren zeventig ontstond er onder de burgers een behoefte aan een minder vergaande beschermingsmaatregel dan de curatele. Er was vraag naar een maatregel waardoor een persoon beschermd werd voor zijn vermogen maar niet handelingsonbekwaam werd gesteld. Zodoende is uiteindelijk in 1982 beschermingsbewind in werking getreden. Bewind werd ingesteld over een of meer goederen van een meerderjarige die ten gevolge van zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet (volledig) in staat is dit vermogen te beheren. De onder bewind gestelde werd bijgestaan door een bewindvoerder. De verwachting hierbij was dat dit bewind geschikt zou zijn voor niet ernstig geestelijk of lichamelijk gestoorden of gehandicapten. Deze verwachting is bijgesteld: niet de ernst van de stoornis maar de omstandigheden van het geval zijn bepalend voor het maken van de keuze curatele of beschermingsbewind.

Heden

Tegenwoordig kennen wij beschermingsbewind nog steeds maar zijn de gronden om hiervoor in aanmerking te komen uitgebreid. Sinds de ‘Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap’ zijn verkwisting en het hebben van problematische schulden toegevoegd. Deze wetswijziging heeft er onder andere voor gezorgd dat er jaarlijks steeds meer onder bewind gestelden bij komen. Dit blijkt ook uit de onlangs gepubliceerde cijfers van de Raad voor de Rechtspraak: in 2010 stonden er ruim 100.000 mensen onder een vorm van bewind en eind 2016 is dit aantal toegenomen tot 326.100 meerderjarigen. Naast de wetswijziging worden hiervan ook de vergrijzing, de economische crisis en de financiële complexiteit in de samenleving als oorzaken aangewezen.

Toekomst

Door de hiervoor genoemde oorzaken ontstaat er dus steeds meer behoefte aan financiële ontlasting, al dan niet door een bewindvoerder. Als deze trend zich voortzet zal het goed mogelijk zijn dat er in de toekomst een stijgende lijn blijft in het aantal bewinden dat jaarlijks door de kantonrechter uitgesproken wordt. Deze verwachting wordt door gemeenten als zorgelijk ervaren aangezien zij, indien de onder bewind gestelde het niet kan betalen, belast zijn met de bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Dit betekent dat er nog een groter gedeelte van het budget van bijzondere bijstand naar beschermingsbewind zal gaan. Daardoor zijn veel gemeenten bezig met het creëren van voorliggende voorzieningen om de aantallen terug te kunnen dringen. Denk hierbij aan het zelf aanbieden van beschermingsbewind, budgetbeheer, budgetbeheer plus of inkomensondersteuning. Indien deze ontwikkelingen zich goed voortzetten, zou het kunnen betekenen dat er minder beschermingsbewind (nodig) zal zijn. Maar is het wettelijk gezien wel mogelijk wat gemeenten proberen te doen en betekent dit dat bewindvoerders in de toekomst overbodig zijn? Daarover leest u in de volgende blog.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina