De wedstrijd die hij beschrijft wordt niet gespeeld met de doelgroep van beschut werk maar met gemeenten, werkgevers en indicatiestellers. In zijn nabeschouwing komt hij – vrij vertaald – tot de vraag of het nu om het spel of de knikkers gaat. En hoewel ik vind dat metaforen niet uitgemolken moeten worden is dat een voorzet die ik graag inkop.

Financiering is het probleem

Ik las laatst deze kop boven een artikel: Arbeidsparticipatie kwetsbare mensen in gevaar. Het artikel bleek te gaan over een manifest van inmiddels zo’n 270 wethouders die onder de vlag van Cedris 420 miljoen extra van het Rijk vragen om beschut werk te kunnen blijven uitvoeren. In het manifest wordt gepleit om het SW-instrumentarium in stand te houden, ook voor de invulling van beschut werk. Niet de arbeidsparticipatie an sich maar de financiering daarvan is het probleem. Dat klonk me bekend in de oren.

Verwacht tekort

De claim voor extra geld is namelijk niet nieuw. In het voorbereidingstraject naar de Participatiewet (en de nooit in werking getreden Wet werken naar vermogen) circuleerden allerlei lijstjes en scenario’s over de tekorten die op het SW-dossier (zonder het verplichte beschut werk)  zouden gaan ontstaan. Volgens de VNG ging dat om een verwacht tekort van 177 miljoen euro in 2015 tot 250 miljoen euro in 2018. De SW wordt betaald uit de re-integratiemiddelen, en dus uit de brede uitkering sociaal domein. Daar wordt ook de re-integratie van andere doelgroepen van de Participatiewet uit betaald en ook de maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Geld uitgeven aan het één betekent dat je het niet aan iets anders uit kan geven.

Vrije keuze, of….?

Het is daarom dat een aantal gemeenten voor het niet-inzetten van beschut werk aangaf dat zij kans zag met hetzelfde geld een grotere groep te bedienen. Niet in de vorm van dienstverbanden in een beschutte werkomgeving maar wel in de vorm van een aanbod dat toegesneden zou zijn op de behoeften van de doelgroep.
Ook andere gemeenten die niet op voorhand happig waren op het aanbieden van beschutte werkplekken gaven daarvoor argumenten die vooral samenhingen met de financiën. Het al eerder genoemde verwachte tekort was daarbij natuurlijk een veel gehoord argument. Maar ook het vertrouwen in een structurele financiering van het beschutte werk werd aangedragen. Een dienstverband brengt nu eenmaal een langdurige verplichting met zich mee, terwijl de regels nogal eens veranderen. Denk maar aan de gemeenten die zich net van de verplichtingen van vormen van gesubsidieerde arbeid hebben ontdaan. Die zijn niet happig om weer zo’n verplichting aan te gaan.

En nu?

Inmiddels heeft de staatssecretaris die eerst een streep door de SW zette en wegens de crisis fors in de budgetten sneed zich uitgesproken voor dezelfde doelstelling als de ondertekenaars van het manifest en dus voor het behoud van de SW-infrastructuur. Er is een verplichting voor het inrichten van beschutte werkplekken en er zijn diverse extra financiële regelingen getroffen. Nog één keer de metafoor gebruiken: het neigt wel wat naar paniekvoetbal.
De Raad voor Financiële verhoudingen (Rfv) sprak zich in het begin van het jaar al eens uit voor het volledig herzien van de geldstromen van het Rijk naar gemeenten. Vrij vertaald vindt de Rfv dat de verschillende geldstromen met verschillende doelen en verwachtingen een ondoorzichtig geheel zijn gaan vormen. Herinrichting volgens het devies: ‘Eerst politiek, dan pas techniek’ kan er zorg voor dragen dat doel en middel logischer op elkaar aan gaan sluiten. En wanneer ook het Rfv-advies ‘Wie bepaalt, betaalt’ navolging gaat vinden staat gemeenten niets meer in de weg om zich weer volledig op het spel te concentreren.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over beschut werk?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina