Verkoop van een auto in de bijstandsperiode

Het uitgangspunt bij het bepalen van het vermogen bij een aanvraag voor bijstand levensonderhoud is dat alle bezittingen met de schulden worden gesaldeerd. De waarde van een auto telt in beginsel ook mee en de eigenaar zal het bezit ervan dus op het aanvraagformulier aan de gemeente moeten opgeven. Dat is een onderdeel van de inlichtingenplicht (artikel 17 PW). Zie bijvoorbeeld een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1403.

Maar op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen van toepassing. Zo is bijvoorbeeld in artikel 34, tweede lid, aanhef en onder a, van de PW bepaald dat niet als vermogen worden aangemerkt bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn. De gedachte hierachter is dat het van bepaalde bezittingen ongewenst is om van een betrokkene te vragen deze om te zetten in geld voor het levensonderhoud. Op grond van gemeentelijk beleid kunnen oude auto’s die (bijna) geen waarde meer vertegenwoordigen als algemeen gebruikelijke bezitting worden vrijgelaten (artikel 34, lid 2, onderdeel a PW).

Deze uitzondering heeft betrekking op algemeen gebruikelijke gebruiksgoederen waarvan wordt vermoed dat ze na verkoop worden vervangen. Dit heet het vervangingsvermoeden.

Omdat de gemeente de waarde van een auto bij de aanvraag kan vrijlaten en gelet op het hiervoor besproken vervangingsvermoeden kan volgens de CRvB niet van een betrokkene worden verwacht dat hem duidelijk is dat de opbrengst van de verkoop van de auto invloed kan hebben op zijn recht op bijstand (zie de uitspraak van 4 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1942). De betrokkene hoeft daarom niet uit eigen beweging een dergelijke verkoop bij het college te melden.

Het staat de gemeente echter wel vrij om onderzoek te doen naar de vermogenssituatie en (de weerlegbaarheid van) het vervangingsvermoeden. Daar zal de betrokkene wel zijn medewerking aan moeten verlenen. Als betrokkene bijvoorbeeld weigert om een kopie van het verkoopbewijs aan de gemeente te geven, dan schendt hij alsnog de inlichtingenplicht.

Aankoop van een auto in de bijstandsperiode

In lijn met wat hiervoor is geschreven en de aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep  van 4 juni 2019 zal een daadwerkelijke vervangingsaankoop ook niet altijd bij de gemeente gemeld hoeven te worden. De vraag is of het kopen van de auto een feit is waarvan het betrokkene redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat het van invloed kan zijn op het recht op bijstand. En dat zal individueel bepaald moeten worden. Weet de betrokkene bijvoorbeeld dat voertuigen die minder dan een bepaald bedrag waard zijn of een bepaalde leeftijd hebben niet meetellen voor het vermogen? Heeft betrokkene een auto gekocht die op grond van het gemeentelijk beleid wordt vrijgelaten en is hij op de hoogte van die regels? Dan is schending van de inlichtingenplicht niet aan de orde. Hij wist namelijk dat de aankoop van de auto geen invloed had op het recht op bijstand. Dit is wel lastig voor de gemeente, want die wil weten hoe het voertuig is bekostigd.

Het enkele feit dat het niet melden van de aankoop van de auto niet in alle gevallen tot een schending van de inlichtingenplicht leidt, wil niet zeggen dat er geen aanleiding is om nader onderzoek te doen. Nader onderzoek naar de vermogenssituatie van een betrokkene kan juist heel belangrijk zijn. De gemeente zou op basis van de RDW-gegevens een eerste inschatting kunnen maken of de waarde van de auto te rijmen is met het eerder vastgestelde vermogen. Zo niet, dan zou dat een signaal voor verzwegen middelen kunnen zijn waarmee een betrokkene vervolgens geconfronteerd kan worden. Blijkt de auto te zijn bekostigd met nimmer opgegeven, maar wel in aanmerking te nemen middelen, dan ziet de schending van de inlichtingenplicht met name op die middelen.

In welke situaties de aanschaf van een auto die geen waarde meer vertegenwoordigt onder de actieve inlichtingenplicht van een betrokkene valt, hangt dus af van de situatie.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina