Het Amsterdamse experiment loopt nog tot 1 maart 2021, maar lijkt nu dus al een succes. Doordat meer mensen aan het werk gaan, lopen de kosten aan bijstandsuitkeringen flink terug. Hiermee worden de kosten voor de bijverdienpremie ruimschoots gecompenseerd.

Bijverdienpremie

De bijverdienpremie bedraagt 50% van het inkomen dat de deelnemers bijverdienen, tot maximaal € 200,- per maand. Ruim 5.000 mensen hebben zich aangemeld voor de premie. Zo’n 750 mensen uit deze groep doen mee met een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van begeleiding.

Belangrijkste tussentijdse conclusies experiment bijverdienpremie

  • In de groep met deelnemers vinden ruim 2 keer zoveel mensen werk (18%) als in een vergelijkbare groep met niet-deelnemers (8%).
  • Vooral mensen ouder dan 50 jaar die langer dan 2 jaar een uitkering ontvangen, stromen uit.
  • Ruim een kwart (27%) van de deelnemers is gestart met parttime werk.
  • Met de lagere kosten die we nu als stad kwijt zijn aan bijstandsuitkeringen compenseren we de kosten voor de bijverdienpremie.

Landelijke experimenten

Naast het experiment in Amsterdam vinden er in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 6 experimenten plaats in Utrecht, Groningen, Wageningen, Nijmegen, Deventer en Tilburg. Deze landelijke experimenten zijn anders van opzet dan het Amsterdamse experiment. Zo loopt het Amsterdamse experiment langer (3 jaar in plaats van 2 jaar) en heeft het meer deelnemers. De gemeente Amsterdam verwacht daardoor meer inzicht te krijgen in de effecten op de lange termijn. De 6 andere gemeenten hebben begin mei hun resultaten en ervaringen gepresenteerd.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op de website van de gemeente Amsterdam.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina