Straks kunnen gemeenten op basis van wetenschappelijk onderzoek nagaan wat nu echt werkt om mensen aan het werk te krijgen. Moeten we mensen wel of juist geen verplichtingen opleggen? Meer persoonlijk contact? Langere inkomstenvrijlating? Allemaal vragen waar we straks het antwoord op krijgen.

Experimenteren met mensen?

Jazeker, maar op vrijwillige basis na schriftelijke toestemming van de deelnemer. Vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Mensen die eenmaal hebben aangegeven deel te willen nemen aan het onderzoek, moeten ook de hele periode mee blijven doen, tenzij sprake is van dringende redenen. Gedurende het experiment kan de gemeente besluiten om af te wijken van Artikel 9 Participatiewet (arbeidsverplichtingen) en Artikel 31 Participatiewet, tweede lid, onderdeel n (vrijlating inkomsten uit arbeid).

Wat verandert er voor de proefkonijnen?

Deelnemers worden aselect in een groep ingedeeld. Komt men in de ontheffingsgroep, dan geldt een tijdelijke ontheffing van de arbeids- en re-integratieverplichtingen. Na 6 maanden is een evaluatie. Doet de deelnemer onvoldoende om aan het werk te komen, dan volgt een ‘aanzegging’ en als de inspanning niet binnen 6 maanden verbetert dan eindigt het experiment voor de deelnemer en moet hij weer aan alle verplichtingen voldoen. In de intensiveringsgroep verdubbelt het aantal fysieke contactmomenten en verplichtingen. De derde en laatste groep is de vrijlatinggroep. Voor deze groep geldt een vrijlating van inkomsten uit arbeid tot maximaal 50% van deze inkomsten (max € 199,- pm voor alleenstaanden en max €142,- gezamenlijk pm voor gehuwden) als het werk bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Niet elke gemeente hoeft alle groepen in het experiment te hebben, maar als de ontheffingsgroep in het experiment zit, dan moet de intensiveringsgroep ook in het experiment zitten. En om het wetenschappelijke karakter te waarborgen moet er ook altijd een controlegroep en een referentiegroep zijn.

Hoe gaat het in zijn werk?

Het college van Burgemeester en Wethouders dient een verzoek in bij de minister. Onderdeel van het verzoek is een plan waarin exact is beschreven wat de doelstelling is van het experiment en hoe het precies wordt uitgevoerd. Het wetenschappelijke karakter moet gewaarborgd worden en er moet duidelijk zijn hoe de uitkeringsgerechtigden hierover worden geïnformeerd. Wordt het verzoek toegewezen, dan heeft de gemeente maximaal twee jaar voor de uitvoering van het experiment. Niet alle gemeenten kunnen overigens meedoen met het experiment, want het aantal deelnemers verdeeld over de experimentgroepen mag maximaal 4% van de totale bijstandspopulatie zijn. Eenmaal in het experiment brengt het college ieder half jaar verslag uit aan de minister en na 2½ jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk.

En nu?

Nu wordt ons geduld nog enige tijd op de proef gesteld. Maar na afloop van het experiment weten we welke gevolgen de verschillende opties hebben op de volledige uitstroom naar werk. Hoe doeltreffend zijn de verschillende methoden (ontheffing, intensivering en vrijlating)? Tot die tijd buitelen we ongetwijfeld over elkaar met voorspellingen op basis van de eerste verslagen van deelnemende gemeenten. Mijn voorspelling? Welke methode werkt is afhankelijk van een aantal persoonskenmerken. Ik hoop dat de wetenschappers die hierbij betrokken zijn daar goed de vinger op kunnen leggen.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina