De reden is dat de dierentuin  bang is voor de gevolgen als de hond in de nabijheid van de (wilde) dieren komt. In overleg met de Stichting gebruikers assistentiehonden heeft een dierentuin dit beleid voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens.

Discriminatie

De dierentuin bood een alternatief: in plaats van de hond kon gratis een begeleider mee. Maar dat is geen goede oplossing. Allereerst bepaalt artikel 1 Wet gelijke behandeling chronische ziekte of handicap (Wgbh/cz) dat ieder mens in staat moet worden gesteld om, voor zover mogelijk, zelfstandig te kunnen functioneren. Met deze oplossing van de dierentuin  verliest een persoon met een beperking of chronische ziekte (een deel van) zijn autonomie. Verder geldt dat wie een hulphond heeft vanwege het Post Traumatisch Stress Syndroom niet zonder hond kan. Het niet toelaten van een hulphond wordt daarom door het College als discriminatie beschouwd.

Uitzonderingen

Maar er zijn uitzonderingen op grond waarvan de dierentuin de hulphond zou mogen weigeren. Het College kijkt naar twee mogelijke uitzonderingen. De eerste uitzondering is als het een onevenredige belasting voor de dierentuin zou zijn. De dierentuin zegt dat dit het geval is:  de bedrijfsvoering zou gewijzigd moeten worden, bijvoorbeeld door het afsluiten van bepaalde dierenverblijven waar de bezoekers nu vrij doorheen kunnen lopen. Of zelfs door  sommige dieren uit de dierentuin te weren  omdat zij niet tegen de stress kunnen die assistentiehonden veroorzaken. In sommige gevallen kan deze stress zelfs dodelijk voor de dieren zijn. Zo zijn er dierenverblijven met een open karakter, waar de dieren loslopen of rondvliegen en waar de bezoekers  vrij doorheen mogen lopen, zoals bij de apen en de vogels. In deze verblijven is het onverantwoord assistentiehonden toe te laten.

De tweede uitzondering is het veiligheidsaspect. Er kan om veiligheidsredenen een uitzondering gemaakt worden. De dierentuin voert aan dat assistentiehonden ziektes kunnen overbrengen. Volgens de dierentuin blijft dit risico altijd aanwezig, zelfs als de assistentiehond een medisch paspoort heeft.

Beoordeling

Voor de vraag of het gaat om een onevenredige belasting moet een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van de persoon met de beperking en anderzijds de belangen van de dierentuin. Hierbij zal aan de kant van de dierentuin onder meer rekening moeten worden gehouden met de kosten van de aanpassing, in relatie tot de omvang en de middelen van de organisatie, de operationele en technische haalbaarheid van de aanpassing en de vraag of de betrokken aanpassing onuitvoerbaar of onveilig is. Het College stelt vast dat de dierentuin nog onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag wat de consequenties zijn van het toelaten van assistentiehonden tot de dierentuin, of er aanpassingen nodig zijn en zo ja welke, en of deze aanpassingen financieel, technisch of operationeel haalbaar zijn. Zo lang dit onderzoek niet is gedaan, kan het College niet beoordelen of de gevraagde aanpassing al dan niet onevenredig belastend is.

Wat het veiligheidsaspect betreft: daarin staat dat het verbod van onderscheid op grond van beperking of chronische ziekte niet geldt als dit onderscheid noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze veiligheids- en gezondheidsrisico’s zowel personen met een beperking of chronische ziekte betreffen alsook personen in de onmiddellijke omgeving. Het zijn dus niet de dieren die een risico lopen. Daarom geldt ook deze uitzondering niet.

Discriminatie

Het gaat hier dus wel degelijk om een geval van discriminatie. Een dierentuin zal daarom hulphonden moeten toelaten. Doet men dat niet, dan discrimineert de dierentuin de persoon die niet wordt toegelaten. Opmerkelijk is ook niet alle dierentuinen hulphonden weigeren. Er zijn ook voorbeelden bekend van dierentuinen waar hulphonden wel worden toegelaten. Dat geeft te denken.

Nu zijn het de dierentuinen, een volgende keer zijn het misschien de pretparken, of andere aanbieders van diensten die personen met een beperking niet die autonomie geven waar zij recht op hebben. Langzaam maar zeker begint zich de impact van het VN-Verdrag en de doorwerking ervan in de Nederlandse wetgeving, de Wet gelijke behandeling chronische ziekte of handicap zich af te tekenen!

Zoekt u de laatste kennis en inzichten in het sociaal domein?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina