Sinds 2013 zijn ‘statushouders’ verantwoordelijk voor hun eigen inburgeringstraject. Ze kiezen zelf een taalschool en kunnen voor het onderwijs een lening afsluiten bij DUO, van maximaal 10 duizend euro. Ze komen alleen in aanmerking voor een DUO-lening voor onderwijs bij scholen met keurmerk. Ook gezins- en overige migranten met een inburgeringslening zijn wettelijk verplicht om hun inburgeringscursus (de taalcomponent) te doen bij een goedgekeurde aanbieder.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet in juli 2021 wordt de verantwoordelijkheid voor inburgering van de schouders van de nieuwkomers gehaald. Gemeenten moeten daar weer voor aan de bak, evenals voor het scholingsaanbod. “Niks te vroeg”, volgens Lidy Schilder, lid van het directieteam van Blik op Werk (BoW), een van de partners van Stimulansz op het gebied van kennis over inburgering. Het instituut controleert de didactische kwaliteit van taalaanbieders en houdt toezicht. De uitkomsten worden ten behoeve van opdrachtgevers (gemeenten) en inburgeraars gepubliceerd.

Een van de problemen van de huidige wet is volgens Schilder dat inburgeraars gezien worden als ‘mensen met zakjes geld’. “Dat trekt elementen aan die het niet altijd zo goed voorhebben met inburgeraars.” Ze noemt het voorbeeld van aanbieders die niet schromen om inburgeraars hun DigiD te ontfutselen. “Als je je DigiD geeft aan iemand op wie je denkt te kunnen vertrouwen, kunnen rare dingen gebeuren.”

Aanvullende criteria

Gemeenten kunnen aanvullende selectie- en kwaliteitscriteria opstellen bij de inkoop van taalcursussen en de participatiecomponent. Een markconsultatie kan helpen om aan de weet te komen wat aanbieders in huis hebben. Daarna kan een keuze gemaakt worden: uitbesteden en/of in eigen beheer uitvoeren (inbesteden of quasi-inbesteden). Bij uitbesteding zijn voor inkoop zijn verschillende modellen denkbaar. Schilder: “Sommige gemeenten hebben bij aanbesteding voor een gunningscriterium met een allround aanbod; van taalniveau B1, de Onderwijsroute (gericht op vervolgonderwijs) tot de Z-route (voor mensen voor wie de of B1-route onhaalbaar is). Ook zijn er gemeenten die voor de uiteenlopende routes ook verschillende specialisten zoeken. Ook willen gemeenten soms onderhands aanbesteden, omdat ze relatief weinig inburgeraars onder hun hoede krijgen. En dan zijn er nog gemeenten die vertrouwen op onze site om te bekijken welke scholen goed presteren.” Blik op Werk heeft met het oog op de nieuwe wet een team geformeerd om gemeenten te adviseren.

Fatsoenlijk honoreren

Voor aanvullende geschiktheidseisen heeft Schilder aanvullende tips. “Met arbeidsvoorwaarden bemoeien wij ons niet, maar ik zou gemeenten aanraden uitsluitend in zee te gaan met keurmerkhouders die hun personeel fatsoenlijk honoreren. Belangrijk daarbij is dat docenten ook tijd betaald krijgen om lessen voor te bereiden. Zo maak je al een soort schifting van scholen die vooral voor de winst gaan, en andere, die voldoende waarde hechten aan de kwaliteit van onderwijs.” Ook goed om op te letten: “Vraag de aanbieder ten behoeve van analfabete inburgeraars docenten die daar specifiek voor opgeleid zijn. In het competentieprofiel van beroepsvereniging van NT2-docenten staat deze verbijzondering erbij.” En belangrijk, volgens Schilder: “Vraag aan taalscholen uitleg over hoe ze denken inburgeraars naar niveau B1 te krijgen. Laat ze zélf met plannen komen zodat je kan zien dat het niet copy paste is uit het aanbestedingsdocument.”

Andere eisen en uitsluitingsgronden

Andere eisen die kunnen worden gesteld zijn het vormen van wat instapniveau betreft homogene klassen; een combinatie van taal met het vak Kennis van de Nederlandse Maatschappij’ (KNM); een combinatie van formeel leren met informeel leren; en combinaties van leren van taal met participatie. Met knock outs kunnen gemeenten bepalen welke aanbieders überhaupt mee mogen dingen. Uitsluitingsgronden zijn bijvoorbeeld een veroordeling voor fraude van de bestuurder of een staat van faillissement.

Toezicht aangescherpt

Het toezicht door Blik op Werk op taalscholen is sinds anderhalf jaar aangescherpt. Daarbij wordt ook de administratie van de taalschool onder de loep genomen. Nodig, omdat gebleken is dat sommige taalscholen zich schuldig maakten aan fraude en valsheid in geschrifte, door bij DUO lessen te declareren die niet plaatsvonden. Sommige scholen maakten zich ook schuldig aan het ‘omkopen’ van inburgeraars met cadeaus, geld of waardechèques. Schilder: “Als taalscholen en inburgeraar samenwerken om te frauderen, is het met de huidige wet zeer lastig om op te treden. Bovendien zijn wij geen opsporingsinstantie. Bij signalen of verdenkingen schakelen wij de Inspectie SZW in.”

Zijn er over een taalschool klachten en wordt bewijs aangetroffen van beweerd tekortschieten of onwenselijke praktijken, dan trekt Blik op Werk het keurmerk in. De aanscherping van eisen heeft al gezorgd voor een flinke shake out: in 2019 waren er 235 taalscholen met een keurmerk actief, in 2020 nog maar 198. Ook zijn aangevraagde keurmerken niet toegekend. Schilder: “Recente invallen bij taalscholen vanwege fraudeverdenking vloeien mede voort uit signalen die wij hebben afgegeven.”

Jaarlijkse toetsing

“Keurmerkhouders krijgen jaarlijks een audit”, licht Schilder verder toe. “Financieel-administratief kijken we onder meer of we presentielijsten kunnen koppelen aan de uitbetalingen door DUO, en vanaf volgend jaar door de gemeenten. Daarbovenop regelen het toezicht in de klas, eens per vier jaar als de inspectie voldoende is. Maar gemeenten kunnen hun eigen afwegingen maken en aangeven dat het vaker of eerder moet. Bij onregelmatigheden is de keurmerkhouder de klos. Vinden we niks, dan is de rekening voor de gemeente of Blik op Werk.”

Volgens Lidy Schilder kunnen ook ambtenaren een rol spelen bij het toezicht. “Als het goed is wordt door inburgeraar en klantmanager regelmatig de voortgang van het Persoonlijk Inburgeringsplan (PIP) besproken. De klantmanager krijgt zo een indruk hoe het inburgeringsonderwijs functioneert. Ten behoeve van klanttevredenheidsonderzoek vragen wij één keer per jaar aan gemeenten wat zij van de school vinden. Bij zaken die aantoonbaar niet deugen treden we op en kunnen we andere gemeenten over informeren.”

Zoekt u een training over de nieuwe Wet inburgering?

Ontdek de mogelijkheden van de Stimulansz Academie

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina