Buiten de bestaande paden denken en handelen

Het is mooi om te zien dat we in tijden van crisis inventief zijn en bereid zijn buiten de bestaande paden te denken en te handelen. Kortom, we zijn flexibel. Als je zoals ik al een leven lang werkt in het sociaal domein, dan weet je dat natuurlijk al lang. Veel wetten en regelingen, maar ook organisaties zijn aan me voorbij getrokken, zonder dat de feitelijke opdracht van het werk echt veranderde. Maar wel de wijze waarop. Wie herinnert zich nog de Wet Werkloosheidsvoorziening die tot 1987 door gemeenten werd uitgevoerd? Of de Jeugdwerkgarantiewet? De WIJ (Wet Investering in Jongeren) spande misschien nog wel de kroon, met een levensduur van amper 2 jaar. Waar is het Arbeidsbureau gebleven, of het CWI? En wie weet nog wat Kliq was?

Sociaal domein staat niet altijd bekend als flexibel

Wetten en organisaties kunnen snel veranderen en dat vergt naast veel inzet, ook veel flexibiliteit van de mensen in de uitvoering. Ook de tijdsgeest verandert constant. Van bijstandsmaatschappelijk werker, via contactpersoon naar klantmanager. Die naamsveranderingen zijn niet toevallig, maar geven ook weer hoe het beeld is over uitkeringsgerechtigden.

Toch staat de sector in de algemene opinie niet per se als flexibel te boek. De systeemwereld van wetten en regels kent een enorme zuigkracht. En met de invoering van de Wet Werk en Bijstand in 2004 werd geld een steeds belangrijkere factor. Veel mensen ervaren in hun contacten met de gemeenten een zekere logheid. De meest gehoorde klachten van burgers gaan over bereikbaarheid en bejegening. Veel professionals in de uitvoering ervaren hetzelfde als ze over hun eigen organisatie praten. Terwijl velen het werk zijn ingestapt om mensen te helpen en ze dat vaak met veel creativiteit ook voor elkaar krijgen. Ook burgers hebben niet altijd zicht op de drempels die professionals moeten nemen.

Flexibiliteit niet altijd een doel op zich

Het lijkt een paradox. Alleen met veel flexibiliteit kun je overeind blijven in dit werk en toch wordt dit door velen niet (h)erkend. Natuurlijk, de gemeente bestaat niet. De gemeente is een verzameling mensen die hun eigen invulling en overtuiging meenemen. En daar ook naar handelen. Dit kan soms leiden tot grote verschillen in de uitkomst, die niet allemaal onder de noemer maatwerk te vatten is.

Flexibel zijn is geen doel op zichzelf. Maar flexibiliteit dient wel een doel. Namelijk om binnen de complexiteit van wet- en regelgeving het effect voor de burger op de eerste plaats te zetten. Precies wat Stimulansz met de omgekeerde toets al een aantal jaren nastreeft. En daar gaat het nog wel eens mis. Als niet de burger, maar de wet of het geld op de eerste plaats komt, dan is het beeld van flexibiliteit voor de buitenwacht ver weg.

Laat ik dat nog met een voorbeeld illustreren. Net voor het uitbreken van de coronacrisis zaten er minder mensen in de bijstand sinds jaren. Er was volop werk, maar de matching tussen vraag en aanbod was een probleem. Nu de bestanden het afgelopen half jaar zijn opgelopen en er veel vraaguitval is ontstaan, is de groep die niet direct kan uitstromen ook groter geworden. Gelijktijdig biedt de arbeidsmarkt nog veel kansen, in de logistiek, de zorg en het onderwijs bijvoorbeeld. Hierbij is het belangrijk dat mensen zich kunnen kwalificeren, kunnen scholen. De overheid geeft extra geld voor werk-na-werktrajecten en in Den Haag wordt gesproken over crisisbanen. Veel gemeenten hanteren echter een terughoudend scholingsbeleid. Het mag alleen maar kort zijn, maximaal 1 jaar, en er moet vaak wel vooraf een baangarantie worden afgegeven.

Dit beleid sluit vaak niet aan bij de vraag van de arbeidsmarkt, maar ook niet bij die van de uitkeringsgerechtigde en de eigen professionals. Een voorbeeld hoe het beleid de flexibiliteit die nodig is te zwaar belast en waardoor mensen het soms opgeven.

Uitblinken in flexibiliteit

Dat er veel flexibiliteit is, is dit jaar uitvoerig bewezen. Niemand die in ons werkveld actief is zal dit bestrijden. Maar flexibiliteit moet niet te vaak bevochten worden, maar dient te worden gefaciliteerd. Hoe mooi zou het zijn als organisaties niet alleen in tijden van crisis uitblinken in flexibiliteit, maar het als een constante in de praktijk van alledag kunnen waarmaken. Het zou een mooie erfenis van deze coronatijd zijn.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina