Wat gaat Nederland doen om het doel van dat Verdrag ‘volledige gelijkheid voor mensen met een beperking’ te realiseren?

Plan van aanpak

Een jaar geleden werd het Plan van aanpak naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat doet het ergste vrezen als je leest: “Het plan van aanpak maakt duidelijk dat de implementatie naar de mening van de belangrijkste betrokkenen vooral een proces van cultuurverandering en vernieuwing is dat zijn beslag moet krijgen in de samenleving, mat name op lokaal niveau en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid.” Daarmee heeft de Rijksoverheid de bal bij burgers en gemeenten neergelegd.

Regelgeving

Maar burgers en de lokale overheid hebben daarbij hulpmiddelen nodig. En die heeft de lokale overheid nu niet. Een simpel voorbeeld: wat is er nu logischer dan in wet- en regelgeving vastleggen dat alle gebouwen, die gebouwd worden, moeten voldoen aan alle eisen van toegankelijkheid? Dat is eenvoudig in landelijke wetgeving vast te leggen en geldt dan niet alleen voor woningen (die allemaal aanpasbaar, dus leeftijdsbestendig gebouwd kunnen worden zonder meerkosten) maar voor alle andere gebouwen, zodat niet alleen bezoekers met een beperking maar ook medewerkers met een beperking er terecht kunnen. Dit wordt sinds 1980, het Internationaal Jaar voor de gehandicapten, bepleit, maar is na 36 jaar nog niet gerealiseerd. En het is niet duurder!

Toegankelijke bussen

Dat het werkt bewijzen de provincies, sinds zij het regionale trein- en busvervoer in handen hebben. In vlot tempo zijn bijna alle regionale spoorlijnen (die niet van NS zijn) en alle provinciale buslijnen toegankelijk geworden. Dat kon doordat het als eis in de aanbesteding kon worden meegenomen en de provincie samen met de gemeenten de toegankelijkheid van de bushaltes ter hand zijn gaan nemen. We zijn er nog niet, maar de provinciale bemoeienis heeft een en ander wel in een stroomversnelling gebracht. Bij NS zie je nog niets veranderen!

Bewustwording

Daarnaast gaat het natuurlijk ook om bewustwording. Want het is toch logisch om in alle herstratingsplannen de toegankelijkheid mee te nemen, want dan kan het zonder noemenswaardige meerkosten. Dit gebeurt heel vaak niet en dan gaat het ineens wel om extra kosten. Maar er moet ook bereidheid zijn. Zoals rond de verkiezingen. Daar is recent een enorme kans gemist. Elektronisch stemmen maakt stemmen voor veel mensen met een handicap mogelijk. Het is er niet gekomen, vanwege de kosten. Dus wat gaan we zien: alle stemlokalen zullen toegankelijk zijn of worden, want dat is een gevolg van het VN-Verdrag omdat het er via een amendement in is gebracht. Als niet alle stembureaus toegankelijk zijn, moet het college dat melden aan de gemeenteraad met een verklaring. Mooi, Maar als je dan als gehandicapte binnen bent kun je alsnog niet stemmen. Omdat het dan meer geld kost. En de kosten? Ach, over 4 jaar wordt er weer elektronisch gestemd. Het potlood is van de vorige eeuw! En tellen kost ook (moeite, geld en kans op fouten).

Waar een wil is…

De vraag is dus: is er de wil om met het VN-Verdrag in de hand echt te streven naar “een samenleving waarin iedereen telt”? “Waarin ieder individu een waardevol leven kan leiden?” (…..) “De tijd is rijp voor een fundamentele verandering in de manier waarop we kijken: zie de persoon en niet alleen de beperking.”

Om dat te realiseren zal de Rijksoverheid niet alleen moeten constateren dat de implementatie voornamelijk op lokaal niveau ligt, maar ook al die dingen moeten doen die nodig zijn om het lokale niveau te faciliteren. En niet zwichten voor architecten die niet door regels gebonden willen zijn en niet roepen dat er geen geld is, terwijl het als altijd een kwestie van prioriteit is. Of de rijksoverheid moet zeggen dat het VN-Verdrag gehandicapten relevant is maar geen prioriteit heeft.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina