88% van de gemeenten die meedoen aan de Benchmark Werk & Inkomen zag hun bijstandsbestand in 2019 dalen, bij de rest stabiliseerde het of steeg het aantal mensen in de bijstand. Dit zijn vooral kleinere gemeenten, waar de stijging op toeval zal berusten.

Coronaeffect nog niet zichtbaar

In 2020 zal het aantal bijstandsuitkeringen weer stijgen. Door de maatregelen rondom het coronavirus zal de economie een flinke klap krijgen. Dit zal leiden tot extra instroom in de bijstand van ondernemers die een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en van mensen die tijdelijk werk hadden en geen WW-rechten hebben opgebouwd. Deze laatste groep kan bijstand aanvragen als zij geen andere bestaansmiddelen hebben om op terug te vallen. Voor veel werklozen zal gelden dat zij eerst een beroep kunnen doen op de WW waardoor het effect op de bijstand pas later zichtbaar wordt.

De maatregelen die zijn genomen vanwege het coronavirus zullen ook een dempend effect hebben op de uitstroom uit de bijstand. Re-integratietrajecten zijn bijvoorbeeld stilgelegd. In de cijfers van de Benchmark zal de omvang van deze ontwikkelingen over een aantal maanden zichtbaar worden.

Instroom en uitstroom uit de bijstand

De belangrijkste oorzaak voor de bestandsdaling in 2019 is een afnemende instroom in de bijstand. Door de hoogconjunctuur in 2019 hebben veel mensen geen bijstand hoeven aanvragen omdat zij na afloop van een contract of al tijdens hun WW-uitkering makkelijk ander werk konden vinden.

Hoewel je zou verwachten dat de uitstroom uit de bijstand stijgt als het goed gaat met de economie, is dat niet het geval. Er is eerder sprake van het tegenovergestelde: de uitstroom daalt omdat er steeds minder mensen in de bijstand zitten die makkelijk aan het werk te helpen zijn. Het team van de Benchmark constateert dan ook dat gemeenten in 2019 steeds meer inspanningen hebben moeten verrichten om uitstroom te realiseren.

Uitstroomredenen

40% van de beëindigde bijstandsuitkeringen in 2019 zijn stopgezet vanwege het vinden van werk. 5% vanwege het volgen van een opleiding. 10% door handhaving. Deze cijfers zijn exact hetzelfde als in 2018. De overige redenen waarom mensen uit de bijstand stromen, zijn verloop zoals verhuizingen en Aow (26%), andere inkomsten zoals vermogen (5%) en overig (14%).

Loonkostensubsidie

Het percentage werkenden met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet steeg in 2019 van 3,2% naar 4,4%. Het percentage mensen met een loonkostensubsidie is hierbij afgezet tegen het bijstandsbestand. Vooral gemeenten met minder dan 50 duizend inwoners zetten dit instrument op grotere schaal in.

Jaarkaart

De 9 belangrijkste jaarcijfers uit de Benchmark Werk & Inkomen zijn vervat in een infographic. Gemeenten die meedoen aan de benchmark kunnen een jaarkaart met hun eigen cijfers downloaden van het benchmarkplatform. We publiceren later dit voorjaar een jaarrapportage over 2019 met meer cijfers, duiding en achtergronden.

De jaarkaart is gebaseerd op cijfers van 229 gemeenten. Zij vertegenwoordigen zo’n 85% van het bijstandsbestand en 65% van alle gemeenten in Nederland in 2019. De cijfers zijn daarmee representatief voor heel Nederland. Voor de jaarkaart zijn de cijfers gewogen naar omvang van de gemeente zodat er een landelijk gemiddelde is berekend.

Over de benchmarks

De Benchmark Werk & Inkomen bestaat sinds 2013 en wordt beheerd door Divosa, Stimulansz en BMC Yacht. De benchmarkorganisatie beheert ook de Benchmark Armoede & Schulden en de Benchmark Statushouders. Dit jaar start een pilot voor een Benchmark Sociaal Domein. Met de benchmarks kunnen gemeenten hun resultaten meten en vergelijken. Daarbij staat leren en verbeteren voorop.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina