Zij heeft daarom de lectoren Roeland van Geuns (Armoede Interventies, Hogeschool van Amsterdam), Tamara Madern en Nadja Jungmann (beiden Schulden & Incasso, Hogeschool Utrecht) gevraagd om een inventarisatie te maken van bekende knelpunten. Die inventarisatie hebben zij uitgevoerd samen met André Moerman van Schuldinfo en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR/Sociaal Werk Nederland).

Aanbevelingen

Aan de hand van de verzamelde informatie zijn aanbevelingen opgesteld. Een selectie van deze aanbevelingen:

  • Leg schuldeisers door middel van aanvullende wetgeving een termijn op waarbinnen zij moeten voorzien in een saldo-opgave of een bericht of zij al dan niet meewerken aan een schuldregeling. Bij overschrijding van de termijn wordt aangenomen dat de schuldeiser meewerkt, zodat een schuldeiser die bewust niet reageert de doorlooptijd niet meer enorm kan oprekken.Deze aanbeveling is door een lid van de Tweede Kamer als motie ingediend. De motie is op 3 juli 2018 door de Tweede Kamer aangenomen.
  • Ga na welke wettelijke en gemeentelijke regels en uitvoeringsinstructies de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van de gemeentelijke schuldhulpverlening belemmeren en bevorder het verwijderen hiervan.De toegankelijkheid van gemeentelijke schuldhulpverlening is niet altijd gewaarborgd. Dit bleek al eerder uit rapporten van de Nationale ombudsman en de Inspectie SZW.
  • Pas art. 59 lid 7 onder a Pw jo. art. 60c Pw en de vergelijkbare bepalingen in de andere socialezekerheidswetten aan, zodat zowel in het minnelijk (Wgs) als in het wettelijk traject (Wsnp) de termijn om in te mogen stemmen met een schuldregeling tegen finale kwijting op vijf jaar staat (in plaats van de huidige termijnen van respectievelijk tien en vijf jaar).Fraude in de sociale zekerheid is een lastig punt bij schuldregeling. Het komt voor dat twee gemeentelijke afdelingen tegenover elkaar komen te staan. Aan de ene kant de medewerker die terugvordert van de klant en aan de andere kant de schuldhulpverlener van de klant.
  • Werk uit welke financiële vaardigheden er van mensen verwacht worden in onze maatschappij. Leid daarvan af bij welke hiaten in die vaardigheden lichtere gemeentelijke voorzieningen voldoende zijn en bij welke hiaten beschermingsbewind de passende voorziening is.In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de Minister voor Rechtsbescherming dat in het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) het Doenvermogen en doenvermogentoets in de kwaliteitseisen is opgenomen. Ook is de informatie in het IAK over gedragsinzichten uitgebreid met informatie over doenvermogen en de doenvermogentoets. Dit helpt beleidsambtenaren en wetgevingsjuristen bij het voorbereiden van nieuw beleid en regelgeving beter te bekijken of de regeling doenlijk is voor de burgers. En kunnen ze de regeling zo inrichten dat deze rekening houdt met het doenvermogen van de doelgroep.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina