Een fictieve draagkracht betekent dat je vaststelt wat iemand zou kunnen betalen, zonder dat je kijkt naar wat hij daadwerkelijk aan inkomsten heeft. Een fictieve draagkracht bij boete kan echter wel heel erg fictief zijn.

Rekening houden met draagkracht

In de uitspraak van 11 januari 2016 beslist de Centrale Raad dat een betrokkene de boete binnen een redelijke termijn moet kunnen betalen. De hoogte van de boete is bij normale verwijtbaarheid maximaal 10% van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden, als er sprake is van een inkomen op bijstandsniveau.

Inkomen lager dan bijstandsniveau?

Nu is de vraag hoe de hoogte van de boete moet worden bepaald als er sprake is van een inkomen onder bijstandsniveau. De Centrale Raad oordeelt in ECLI:NL:CRVB:2017:1116 dat ook een betrokkene met een lager inkomen een fictieve draagkracht heeft van 10% van de bijstandsnorm. Dat de betrokkene een lager inkomen heeft omdat hij geen beroep op bijstand wil doen, komt voor zijn eigen rekening. De boete hoeft niet verder gematigd te worden.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De gemeente mag ook in gevallen waarin er sprake is van een inkomen dat lager ligt dan de bijstandsnorm uitgaan van een fictieve draagkracht van 10% van de bijstandsnorm. Dit mag zelfs in gevallen waarin iemand in het geheel geen inkomen heeft! Ook dan is de hoogte van de boete bij normale verwijtbaarheid maximaal 10% van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden. De vraag blijft echter wel hoe de gemeente het uiteindelijke bedrag kan invorderen als iemand geen inkomsten heeft. In de praktijk zal er vaak sprake zijn van een fictieve boete.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over bezwaar en beroep?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina