Eind augustus verscheen een rapport van kinderombudsvrouw, Margrite Kalverboer, over leerlingenvervoer (‘Als de weg naar passend onderwijs niet passend is’). Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een groot aantal klachten, waaruit bleek dat de huidige aanpak van gemeenten omtrent leerlingenvervoer niet altijd in lijn is met het Kinderrechtenverdrag. Het rapport bevat uitgangspunten voor gemeenten met betrekking tot beleid, besluitvorming en uitvoering. De ombudsvrouw hoopt dat met deze uitgangspunten het voor gemeenten mogelijk wordt om vaker maatwerk te leveren.

 

In het rapport pleit de Kinderombudsman ervoor om de belangen van het kind voorop te stellen. Daarvoor is het belangrijk om kinderen te betrekken bij het vormgeven van het beleid en het besluitvormingsproces. Een verordening moet, volgens haar, altijd de ruimte bieden om af te wijken van het beleid en de mogelijkheid bieden om uitzonderingen te maken. Om te komen tot goede besluitvorming en het bieden van maatwerk is het belangrijk om in de afweging rekening te houden met: (1) de mening van het kind, (2) de veiligheid van het kind, (3) de eigenschappen en kwetsbaarheid van het kind, (4) het recht op gezondheid en (5) het recht op onderwijs. Kortom, de keuze voor de school, ook al ligt deze verder weg, en het soort vervoer moet worden gekozen op basis van de behoeftes en belangen van het kind. De Kinderombudsman roept gemeenten op om te gaan werken volgens deze uitgangspunten, zodat er meer maatwerk geleverd kan worden en de ontwikkeling van kinderen meer ruimte krijgt.

 

Wilt u weten of uw gemeente werkt volgens deze uitgangspunten?

Herman Rijks is naar aanleiding van dit rapport aan de slag gegaan en heeft een normenset ontwikkeld, zodat u kunt controleren of uw gemeente werkt volgens deze uitgangspunten. Als u interesse heeft in de normenset ‘Themacontrole leerlingenvervoer n.a.v. rapport Kinderombudsman‘, neem dan contact op via Herman.Rijks@stimulansz.nl

Neem nu contact op met

Herman Rijks

Herman is adviseur bedrijfsvoering. Hij ondersteunt gemeenten bij het inrichten van een praktisch uitvoerbaar beleidskader dat aansluit bij de grondwaarden van de verschillende wetten en past binnen de juridische kaders.