Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?

Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop.

Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

 

Kernwaarden:Gewicht (* ** of ***):
De jongere moet gezond en veilig kunnen opgroeien.***
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.**
De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.***
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp.***
De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.***
Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.***

 

4.1 Uitgangspunten bij het bieden van hulp

[Jeugdwet]

  1. Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders.
  2. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jongere, zijn ouders en hun sociale netwerk.
  3. De gemeente betrekt de wensen van de jongere en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet.
  4. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.
  5. Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die vrij toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door het Centrum voor jeugd en gezin (CJG), het wijkteam, of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt hulp-op-maat ingezet.

 4.2 Preventieve maatregelen

[Jeugdwet]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpt de gemeente alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met:
    1. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen;
    2. informatie, advies en trainingen;
    3. jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts);
    4. activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk;
    5. opvoedondersteuning;
    6. een vertrouwenspersoon;
    7. [aanvullen].

Deze hulp is vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, en ook geen besluit van de gemeente.

  1. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt de gemeente jeugdhulp op vrijwillige basis.

4.3 Hulp-op-maat

[Jeugdwet]

  1. De gemeente kan de volgende hulp-op-maat aanbieden:
    1. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en cursussen;
    2. een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur;
    3. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling;
    4. persoonlijke verzorging;
    5. vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdzorg wordt aangeboden;
    6. [aanvullen].

Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, of een besluit van de gemeente.

  1. De Rijksoverheid biedt het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

4.4 Overgang van 18- naar 18+

[Jeugdwet, Wmo]

  1. De gemeente is er verantwoordelijk voor dat jongeren uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente zorgt voor een plan voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden.
  2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen:
    1. scholing, werk of participatie
    2. wonen
    3. inkomen
    4. zorg en ondersteuning
    5. vrije tijd
    6. het netwerk van de jongeren
  3. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan.
  4. Als sprake is van pleegzorg, dan wordt in alle gevallen onderzocht of verlenging hiervan wenselijk is. Ook dit is maximaal 5 jaar mogelijk, tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt.

4.5 Afstemming met andere vormen van hulp

[Jeugdwet]

De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de jongere of zijn ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:

  • procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp;
  • communicatie met andere organisaties en de gemeente;
  • afbakening van taken en verantwoordelijkheden;
  • aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en hulp-op-maat;
  • [aanvullen].

De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.

Heeft u interesse in de Omgekeerde Modelverordening op maat voor uw gemeente?

Neem nu contact op met

Evelien Meester

Evelien is Teammanager Juridische Facilitering en Vakbekwaamheid en specialist op het terrein van de Participatiewet.

Annemieke Wildenburg

Annemieke is onze specialist in publieksinformatie. Zij maakt ingewikkelde onderwerpen uit het sociaal domein voor iedereen begrijpelijk.

Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?