Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?

Kernwaarden:Gewicht (* ** of ***):
De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.***
De gemeente biedt een financieel vangnet.***
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.***
De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.***
De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.**
Iedereen doet mee aan de samenleving.**

 

7.1 Armoedebeleid

[PW, Wgs, Gemeentewet]

In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan.

7.1.1 Wat wil de gemeente?

  1. De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving.
  2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen.
  3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het tegengaan van schulden.
  4. De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. Tot die groepen behoren in ieder geval:
    1. kinderen
    2. ouderen
    3. inwoners met een beperking
    4. [aanvullen]
  5. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm voldoende ondersteund worden en dat betaald werk krijgen niet leidt tot een armoedeval.
  6. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
  7. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode niet opnieuw aangevraagd hoeven te worden of op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

7.2 Bijzondere bijstand

[PW]

Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet.

7.2.1      Vangnet

  1. De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer:
    1. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en
    2. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten.
  2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn.
  3. De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een lening.
  4. De gemeente legt in beleidsregels vast welke rol bijzondere bijstand heeft bij armoedebestrijding.

7.3 Studietoeslag

[PW]

Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.

7.3.1     Doelgroep

  1. De studietoeslag is bedoeld voor de student die:
    1. een MBO- HBO- of WO-opleiding volgt;
    2. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen;
    3. wel kan werken, maar
    4. door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.
    5. [aanvullen]
  2. De student moet 18 jaar of ouder zijn en mag een vermogen hebben tot de grens die voor algemene bijstand geldt.

7.3.2     Vaststellen beperking

Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.

7.3.3     Hoogte en duur van de toeslag

  1. De studietoeslag is € [bedrag] per [maand/half jaar/jaar] en wordt [elke maand/elk halfjaar/jaarlijks in …] uitbetaald.
  2. De gemeente bekijkt elk jaar of de studietoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
  3. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd.

7.4 Inkomenstoeslag

[PW]

Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

7.4.1     Doelgroep

  1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van [periode] een inkomen heeft gehad dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt niet toegepast.
  2. Bij een korte onderbreking van de periode van [periode] raakt de inwoner zijn recht op inkomenstoeslag niet kwijt. De gemeente bedoelt met een korte onderbreking een periode van maximaal [aantal weken/maanden].

7.4.2     Hoogte van de toeslag

  1. De inkomenstoeslag is per kalenderjaar:
    1. € [bedrag] voor een alleenstaande;
    2. € [bedrag] voor een alleenstaande ouder;
    3. € [bedrag] voor gehuwden of samenwonenden.
  2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.
  3. De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.

7.5 Kindpakket

[PW, Gemeentewet]

Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden.

7.5.1     Doelgroep

Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.

7.5.2     Inhoud kindpakket

De gemeente stelt jaarlijks de inhoud van het kindpakket vast, in overleg met [organisaties].

  1. Het kindpakket bestaat uit:
    1. [voorziening noemen]
    2. [voorziening]
    3. [voorziening]
  2. Het kindpakket kan worden aangevraagd bij [naam organisatie/gemeente].
  3. Een aanvraag voor het kindpakket moet worden ingediend voor [datum].

7.6 Stadspas

[Gemeentewet]

Een belangrijke voorziening om mee te kunnen doen aan de samenleving en armoede tegen te gaan is de stadspas. Met de stadspas kan de inwoner gratis of met korting gebruikmaken van diensten van een aantal maatschappelijke organisaties of korting krijgen op producten en diensten van een aantal winkeliers en bedrijven.

7.6.1     Doelgroep

De gemeente stelt een stadspas beschikbaar voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.

7.6.2     Inhoud stadspas

De gemeente stelt jaarlijks vast bij welke organisaties, winkeliers en bedrijven de stadspas korting geeft, voor welke producten of diensten die korting geldt en hoe hoog die korting is.

7.6.3     Pasje

De inwoner die er recht op heeft krijgt de stadspas op aanvraag. De pas is persoonsgebonden en blijft eigendom van de gemeente. De inwoner moet op een zorgvuldige manier met de pas omgaan en zich houden aan instructies die de gemeente daarvoor geeft.

 7.7 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten

[Gemeentewet]

Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten of tijdschriften kunnen worden vergoed.

7.7.1     Doelgroep

De inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm, kan van de gemeente een bijdrage krijgen voor de kosten van maatschappelijke activiteiten.

7.7.2     Maatschappelijke activiteiten

De bijdrage is bedoeld voor sportieve, culturele, politieke, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten. Het kan gaan om:

  • een eenmalige of regelmatige activiteit;
  • het lidmaatschap van een organisatie;
  • zwemlessen;
  • het abonnement op een krant of tijdschrift;
  • [aanvullen].

7.7.3     Bijdrage

  1. De gemeente vergoedt de feitelijke kosten, maar hooguit € [bedrag] per [persoon/huishouden] per jaar.
  2. Een aanvraag voor een bijdrage moet worden ingediend voor [datum].
  3. De gemeente bekijkt elk jaar of de maximale bijdrage verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.

7.8   Zorgkosten

[Wmo, PW]

Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen:

  1. Een collectieve zorgverzekering;
  2. Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.

7.8.1     Collectieve zorgverzekering

[PW]

  1. De gemeente biedt samen met zorgverzekeraar [naam zorgverzekeraar] een collectieve zorgverzekering voor minima aan. Die verzekering bevat:
    1. een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen; en
    2. een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten.
  2. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm.
  3. De inwoner met een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm kan daarbij ook een bijdrage voor de zorgpremie krijgen van € [bedrag] per maand.
  4. Een aanvraag om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering moet worden ingediend voor [datum].

7.8.2     Bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking

[Wmo]

  1. Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen van € [bedrag] per jaar. Deze bijdrage uit de Wmo is bedoeld voor de extra kosten die verbonden zijn aan de ziekte of beperking. Het gaat om een inwoner die:
    1. geen goede financiële buffer heeft;
    2. moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan [percentage]% van de bijstandsnorm; en
    3. een chronische ziekte heeft als genoemd in het Nationaal kompas Volksgezondheid van het RIVM.
  2. Een aanvraag voor een bijdrage moet worden ingediend voor [datum].
  3. De gemeente bekijkt elk jaar of de bijdrage verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.

7.9  Schuldhulpverlening

[Wgs]

De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen.

7.9.1     Samenwerking en toegang

  1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen.
  2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden.
  3. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is.
  4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.

7.9.2     Schuldhulpverlening

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt.

7.9.3     Besluit

  1. De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven.
  2. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen een brief waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.

Heeft u interesse in de Omgekeerde Modelverordening op maat voor uw gemeente?

Neem nu contact op met

Evelien Meester

Evelien is Teammanager Juridische Facilitering en Vakbekwaamheid en specialist op het terrein van de Participatiewet.

Annemieke Wildenburg

Annemieke is onze specialist in publieksinformatie. Zij maakt ingewikkelde onderwerpen uit het sociaal domein voor iedereen begrijpelijk.

Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?