Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?

Kernwaarden:Gewicht (* ** of ***):
De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.**
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.**
De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.**
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.**
De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.**

 

6.1 Hulp in natura

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet]

  1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in eigendom verstrekt. Dit geldt niet voor Wmo-hulp. Dat product wordt in bruikleen verstrekt.
  2. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken.
  3. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft.
  4. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.

6.2 Hulp in geld

[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb]

  1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald.  Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald.
  2. De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen [termijn] nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling.
  3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft.
  4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.
  5. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd.

6.3 Persoonsgebonden budget

[Jeugdwet, Wmo]

6.3.1 Voorwaarden

  1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen.
  2. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
    1. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
    2. het voeren van een pgb-administratie;
    3. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en
    4. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).
  3. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties:
    1. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was.
    2. Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer.
    3. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is.
    4. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener.

6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk

De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. Deze persoon hanteert een tarief dat maximaal [percentage]% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur of per resultaat dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren, en
  2. Deze persoon heeft gemotiveerd aangegeven dat de hulp niet tot overbelasting leidt.

6.3.3 Hoogte en tarief  pgb

  1. Het pgb wordt door de gemeente vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het pgb dat de inwoner heeft gemaakt (pgb-plan). Het plan moet goedgekeurd zijn door de gemeente.
  2. Het pgb wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten én op basis van de kosten die de gemeente gemaakt zou hebben als er hulp in natura zou zijn verstrekt. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.
  3. De gemeente stelt het tarief voor hulp door iemand uit het sociale netwerk vast op het goedgekeurde tarief uit artikel 6.3.2 onder a. Dit tarief is minstens het wettelijk minimumuurloon, inclusief vakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek, zoals dit is geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
  4. Als de hulp wordt gegeven door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt dit altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. Wordt de hulp gegeven door een ander uit het sociale netwerk die beroepsmatig de hulp verleent, dan gelden de regels voor beroepsmatig verleende hulp.

6.3.4 Verantwoording pgb

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag maakt de inwoner gebruik van een formulier van de gemeente.

6.4 Wat is de eigen bijdrage?

[Wmo]

  1. De gemeente kan voor een aantal voorzieningen aan de inwoner een eigen bijdrage vragen. Dat kan bij hulp-op-maat in:
    1. het schoon en leefbaar houden van een woning (hulp in de huishouding);
    2. het aanpassen van een woning (woonvoorzieningen);
    3. het op een verantwoorde manier kunnen deelnemen aan de samenleving (begeleiding);
    4. een ingevulde dag hebben (dagbesteding);
    5. het zich kunnen verplaatsen dichtbij huis (niet voor een rolstoel).
  2. De gemeente zorgt ervoor, dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een eigen bijdrage worden toegepast. Een bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de voorziening.
  3. De eigen bijdrage wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Heeft u interesse in de Omgekeerde Modelverordening op maat voor uw gemeente?

Neem nu contact op met

Evelien Meester

Evelien is Teammanager Juridische Facilitering en Vakbekwaamheid en specialist op het terrein van de Participatiewet.

Annemieke Wildenburg

Annemieke is onze specialist in publieksinformatie. Zij maakt ingewikkelde onderwerpen uit het sociaal domein voor iedereen begrijpelijk.

Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?