Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?

De hulpmiddelen die worden ingezet heten voorzieningen. Deze voorzieningen moeten op een goede manier worden verdeeld over verschillende doelgroepen. Hoe de voorzieningen worden verdeeld wordt vooral bepaald door de kansen op betaald werk van de inwoners. Dit hoofdstuk gaat verder over de tegenprestatie die kan worden gevraagd en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert.

Kernwaarden:Gewicht (* ** of ***):
De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.**
De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.**
De inwoner wordt zo goed mogelijk naar passend werk of participatie geleid.***
Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente.***
De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.***
Iedereen doet mee aan de samenleving.**
De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.***
De gemeente maakt de aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker***

3.1   Doelgroep

[PW, IOAW, IOAZ]

De gemeente helpt de volgende inwoners op weg naar werk:

  1. inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden.
  2. inwoners die geen hulp kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordeelt de gemeente of er hulp wordt gegeven.
  3. jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen havo of vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebben. De gemeente helpt hen een passende opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg.

3.2  Samenwerking

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente werkt samen met UWV, regio-gemeenten en andere organisaties om inwoners te helpen passend werk te vinden.
  2. De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen, werk willen aanbieden.

3.3   Budget

[PW, IOAW, IOAZ]

De gemeente kan deelbudgetten vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Als dit deelbudget op is, verstrekt de gemeente geen voorziening meer. De gemeente kan dan nog wel advies of sollicitatietrainingen geven.

3.4 Voorzieningen – werk

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op de positie op de arbeidsmarkt. Voor inwoners met een grote kans op betaald werk wordt andere hulp ingezet dan voor inwoners met een kleine kans op betaald werk.
  2. De gemeente biedt hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk.
    Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor mensen met een grote kans op betaald werk zijn:
  • proefplaatsing
  • detacheringsbaan
  • kortdurende scholing

Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor mensen met een kleine kans op betaald werk zijn:

  • werkstage
  • sociale activering
  • participatieplaats
  • langdurige scholing
  • beschut werk
  • hulp op de werkplek
  • loonkostensubsidie
  1. De gemeente beoordeelt per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is beoordeelt de gemeente welke voorziening zij inzet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar een aantal factoren, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget.

Voorzieningen voor inwoners met een grote kans op betaald werk

3.4.1      Detacheringsbaan

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner.
  2. Het doel van een detacheringsbaan is om na afloop de inwoner betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever.
  3. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

3.4.2      Proefplaatsing

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever.
  2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk.
  3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal [termijn] maanden, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk.
  4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de werkzoekende goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om de werknemer te begeleiden.
  5. De proefplaatsing duurt maximaal [termijn] weken en kan eenmalig met [termijn] weken worden verlengd, als dat voor de werkgever noodzakelijk is om een goed beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner.

Voorzieningen voor inwoners met een kleine kans op betaald werk

3.4.3      Werkstage

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner die weinig kans heeft op werk, een werkstage aanbieden. De werkstage wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner.
  2. Het doel van een werkstage is om inwoners met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen.
  3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
  4. De werkstage is alleen mogelijk als de werkgever de stagiair goed begeleidt tijdens de werkstage. De werkgever zorgt ervoor dat de stagiair meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.

3.4.4      Sociale activering

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner die weinig kans heeft op werk zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichterbij werk brengen. Dit heet sociale activering.
  2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

3.4.5      Participatieplaats

[PW]

  1. De gemeente kan een inwoner die algemene bijstand ontvangt en weinig kans heeft op werk een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner.
  2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht.
  3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
  4. De inwoner kan na iedere 6 maanden een premie van € [bedrag] ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit.

3.4.6      Beschut werk

[PW]

  1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.
  2. De gemeente zet zich ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat de gemeente volgens het rijk jaarlijks moet realiseren, gerealiseerd wordt.
  3. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden.
  4. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken:
    1. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;
    2. uitsplitsing van taken;
    3. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding.
  5. De gemeente kan inwoners die in aanmerking komen voor beschut werk voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende voorzieningen:
    1. hulp bij het invullen van de dag;
    2. sociale activering;
    3. scholing, en
    4. schuldhulpverlening.

3.4.7      Hulp op de werkplek van een jobcoach

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen.
  2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen.
  3. De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever.

3.4.8      No-riskpolis

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een werkgever een ‘no-riskpolis’ aanbieden voor een inwoner die bij de werkgever gaat werken.
  2. Het doel van de ‘no-riskpolis’ is dat de werkgever de loonkosten niet zelf hoeft te betalen als de werknemer ziek wordt.
  3. De gemeente bepaalt de voorwaarden van de ‘no-riskpolis’.

3.4.9      Tijdelijke loonkostensubsidie

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

  1. De gemeente kan een werkgever die een inwoner in dienst neemt een tijdelijke loonkostensubsidie geven.
  2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden.
  3. De loonkostensubsidie is maximaal [percentage]% van de loonkosten en duurt maximaal [termijn] maanden.
  4. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

3.4.10    Wettelijke loonkostensubsidie

[PW, Awb]

  1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.
  2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
  3. De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de gemeente de methode toe die in de bijlage is omschreven. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd.

Voorzieningen voor alle doelgroepen

3.4.11    Solliciteren

[PW, IOAW, IOAZ]

De gemeente organiseert [termijn] een [banenmarkt/cursus solliciteren/cv-schrijven/training social media en werk].

3.4.12    Scholing

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap naar werk te maken.
  2. De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op de mogelijkheden van de inwoner en zijn positie op de arbeidsmarkt.

3.4.13    Nazorg

[PW, IOAW, IOAZ]

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die aan het werk gaat, gedurende een termijn van [termijn] nadat de uitkering is beëindigd, ondersteund en begeleid wordt als dit nodig is om het werk te kunnen doen.

3.4.14    Kinderopvang

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is:
  2. als de inwoner meedoet aan een activiteit die nodig is om dichterbij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en
  3. opvang niet mogelijk is binnen het sociale netwerk van de inwoner.
  4. Kosten van kinderopvang die voor rekening van de inwoner blijven, worden door de gemeente vergoed.

3.4.15    Andere voorzieningen en vergoedingen

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente kan andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten.
  2. De gemeente kan de kosten vergoeden die de inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk.

3.4.16    Uitstroompremie

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De inwoner die betaald werk gaat verrichten, heeft recht op een uitstroompremie onder de volgende voorwaarden:
  2. De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering die wordt beëindigd vanwege het werk.
  3. De inwoner heeft minimaal [termijn] ononderbroken een gemeentelijke uitkering ontvangen.
  4. De inwoner heeft een arbeidsovereenkomst getekend voor de duur van minimaal [termijn].
  5. De premie kan worden aangevraagd vanaf [termijn] na de start van de betaalde baan.
  6. De premie bedraagt € [bedrag].
  7. De premie wordt in [een/twee] keer uitgekeerd.

3.5   Tegenprestatie

3.5.1      Doel van de tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. De gemeente legt een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving.
  2. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.

3.5.2      Duur en omvang tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ]

De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt maximaal [termijn] per jaar en maximaal [aantal uren] uur per week. Dit is om de volgende redenen:

  • De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten.
  • De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie.
  • Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd.

3.5.3      Voorwaarden tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ]

  1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk.
  2. De gemeente legt in ieder geval geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie.

3.6   Dagbesteding en begeleiding

3.6.1      Een ingevulde dag hebben

[Wmo]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, hulp-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2.
  2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor maximaal [aantal] dagdelen per week.

3.6.2   Veiligheid bij deelname aan de samenleving

[Wmo]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben om veilig de dag door te komen, hulp-op-maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2.
  2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving te communiceren. De begeleider kan ook helpen bij normale (dagelijkse) activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën, maar neemt deze niet volledig over.

3.7 Meedoen aan de samenleving

3.7.1  Verplaatsen in en om de woning

[Wmo]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen.
  2. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik door de inwoner.

3.7.2  Verplaatsen dichtbij huis

[Wmo]

  1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2.
  2. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Die hulp kan bestaan in het aanbieden van:
    1. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer;
    2. een taxi;
    3. een scootmobiel; of
    4. het gebruik maken van een vervoermiddel.
  3. Het moet gaan om:
    1. het zich verplaatsen rondom de woning;
    2. het zich verplaatsen over een langere afstand dicht bij huis; of
    3. het vervoer naar de plek waar de inwoners deelnemen aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen.
  4. Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere hulp-op-maat voorzieningen aan de orde kunnen komen.

Heeft u interesse in de Omgekeerde Modelverordening op maat voor uw gemeente?

Neem nu contact op met

Evelien Meester

Evelien is Teammanager Juridische Facilitering en Vakbekwaamheid en specialist op het terrein van de Participatiewet.

Annemieke Wildenburg

Annemieke is onze specialist in publieksinformatie. Zij maakt ingewikkelde onderwerpen uit het sociaal domein voor iedereen begrijpelijk.

Wilt u de volledige Omgekeerde Modelverordening lezen?