De bushaltes zijn op een zodanige hoogte gebracht dat de nieuwe lage-vloerbussen ermee op gelijke hoogte zijn. Daardoor worden de bussen goed toegankelijk voor rolstoelgebruikers, maar ook voor mensen met een rollator en ouders met kinderwagens, wandelwagens of buggy’s. Een heel goede ontwikkeling. Maar wat gebeurt er dan?

Buurtbussen

In het kader van nieuwe aanbestedingen gaan nieuwe vervoermaatschappijen de routes uitvoeren. En op diverse plaatsen is het dan al voorgekomen dat de toegankelijke bus vervangen wordt door een toegankelijke buurtbus. Niets aan de hand, zou je zo zeggen. Maar helaas. De buurtbussen worden bestuurd door vrijwilligers en Connexxion stelt dat vrijwilligers geen rolstoelen mee mogen nemen. Dat zou een te groot risico zijn.

Minder toegankelijk

Dus wat gebeurt er? In een Nederland dat het VN-Verdrag inmiddels heeft geratificeerd en waar dus op grond van artikel 20 van dat VN-Verdrag overheden de opdracht hebben de ‘persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap te faciliteren op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs’ laten chauffeurs mensen met een handicap bij de bushalte staan.

Toegankelijk materiaal

De buurtbussen zijn toegankelijk. Zij hebben de speciale opstelplaats waar rolstoelen kunnen staan en ook vastgezet kunnen worden. Die plaatsen zullen nu wel door ouders met kinderwagens in beslag worden genomen. Als de bus een noodstop moet maken lopen ouders met kinderwagens immers geen enkel risico? Wel dus. Want die wagens worden niet vastgezet, zoals met een rolstoel wel gebeurt, en dat levert een gevaarlijke situatie op.

Meten met twee maten

Het is duidelijk: hier wordt gemeten met twee maten. En dat kan natuurlijk niet. Daar hebben we een woord voor: discriminatie. Er is inmiddels een klacht ingediend bij de Commissie voor de Rechten van de Mens. Die zal het probleem gaan beoordelen en waarschijnlijk tot het oordeel komen dat dit niet kan. Op de eerste plaats kun je als overheid gehandicapten geen goed vervoer ontnemen omdat jij goedkoper wilt werken. En op de tweede plaats kun je niet het argument gebruiken dat het gevaarlijk is als je veel gevaarlijker situaties wel accepteert. Het is ook werkelijk van de gekke: een rolstoel die vastgezet wordt, waar de gebruiker je van kan adviseren hoe en wat, zou gevaarlijker zijn dan een kinderwagen of een wandelwagen die los vervoerd wordt en waarbij meestal de ouder met één hand de wagen vasthoudt!

Statenfracties

In de Staten van Noord-Holland hebben twee fracties (CDA en PvdA) hierover vragen gesteld. Openbaar vervoer is een basisrecht. De buurtbussen, die vervanger van het openbaar vervoer zijn, moeten dus toegankelijk zijn. De verantwoordelijke gedeputeerde heeft beloofd daarop in de commissie Mobiliteit en Financiën terug te komen. Waarbij de nadruk zal moeten liggen op de mobiliteit en niet op de financiën, want discrimineren vanwege de kosten zou in 2017 niet meer mogen voorkomen.

Oplossing

De oplossing is heel simpel: gewoon doen wat het VN-Verdrag zegt. In hetzelfde artikel 20 zegt het VN-Verdrag namelijk dat de Staten die Partij zijn ‘een zo groot mogelijke mate van zelfstandigheid moeten waarborgen door onder meer personen met een handicap en gespecialiseerd personeel dat met personen met een handicap werkt, training in mobiliteitsvaardigheden te verschaffen’. Concreet: leer de rolstoelgebruikers en de vrijwillige chauffeurs hoe zij een rolstoel vakkundig kunnen vastzetten of hoe zij aanwijzingen daarvoor kunnen geven. En gebeurt dat niet, dan lijkt mij de consequentie dat voortaan ook ouders met kinderwagens, wandelwagens en buggy’s geweigerd worden. Want dan wordt er met één maat gemeten en wordt er niet gediscrimineerd. Dat dan misschien de hel losbreekt maakt duidelijk dat het een onacceptabele maatregel is.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over het VN-Verdrag?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina