En toch woont meer dan de helft van alle kinderen die buitenshuis worden opgevangen niet in een pleeggezin. Hiervoor zijn twee belangrijke oorzaken: een tekort aan beschikbare pleeggezinnen en een hoge uitval onder bestaande pleeggezinnen. In deel 1 van deze blog leg ik uit waarom er een tekort is aan beschikbare pleeggezinnen en wat gemeenten en jeugdhulpaanbieders kunnen doen om dit tekort terug te dringen. In deel 2 ga ik verder in op de hoge uitval onder pleeggezinnen en wat gemeenten en jeugdhulpaanbieders kunnen doen om uitval te voorkomen.

Recht om op te groeien in een gezin

In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) is opgenomen dat alle kinderen het recht hebben om op te groeien in gezinsverband. Dus ook kinderen die niet meer bij hun eigen ouders kunnen wonen. Bij een uithuisplaatsing wordt daarom altijd eerst gekeken of er een pleeggezin beschikbaar is. En pas als blijkt dat dit niet het geval is, wordt er gekeken naar een andere plek, bijvoorbeeld een residentiële instelling.

In 2016 werden in Nederland ruim 21 duizend kinderen opgevangen in ruim 16 duizend pleeggezinnen. Ongeveer de helft van deze kinderen werd opgevangen door mensen in hun eigen netwerk. Bijvoorbeeld door grootouders, ooms en tantes en buren. Dit noemen we netwerkpleegzorg. De rest van de kinderen werd opgevangen door onbekenden.

Ondanks de ruim 16 duizend pleeggezinnen is er in Nederland een groot tekort aan pleeggezinnen. Hierdoor is het aantal kinderen dat wordt opgevangen in pleeggezinnen de afgelopen jaren gestagneerd. Dit ondanks een grote landelijke campagne van Pleegzorg Nederland die eind 2015 van start is gegaan.

Belasting voor het gezin

Eén van de belangrijkste redenen voor gezinnen om geen pleegkinderen op te vangen, is de (financiële) belasting die de zorg voor een pleegkind met zich meebrengt. En de angst dat de zorg niet goed valt te combineren met het dagelijkse leven. Dit is natuurlijk een reële angst. Maar in de praktijk blijkt dat deze angst regelmatig  is gebaseerd op onvolledige informatie en verkeerde aannames.

Gemeenten en jeugdhulpaanbieders kunnen deze angst (deels) wegnemen door toekomstige pleeggezinnen goed te informeren over de verplichtingen, (financiële) gevolgen en de ondersteuning waar ze gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld over de voorwaarden voor pleegzorgverlof en de gevolgen van de pleegzorgvergoeding op het inkomen en/of toeslagen van de Belastingdienst. Door toekomstige pleeggezinnen beter te informeren, zullen gezinnen beter in staat zijn om een goede keuze te maken voor hun gezin én het pleegkind. In deel 2 van deze blog zal ik verder ingaan op de ondersteuning voor pleeggezinnen.

Beslissing onder druk

Naast de belasting voor het gezin blijkt het tijdsbestek waarbinnen gezinnen moeten beslissen over het wel of niet opnemen van een pleegkind in de praktijk een belemmering te zijn. Pleeggezinnen worden namelijk pas betrokken bij de hulpverlening als een kind uit huis moet. Hierdoor is er weinig tijd voor pleeggezinnen om een weloverwogen keuze te maken. Dit geldt in het bijzonder voor netwerkpleeggezinnen, die meestal binnen een aantal dagen (soms zelfs uren) moeten beslissen of ze een kind willen opvangen. In de praktijk blijkt dat een groot aantal gezinnen de keuze om een kind op te vangen niet kan of durft te maken onder druk. En er uiteindelijk dus voor kiezen om geen pleegkind op te nemen in hun gezin.

Ik adviseer gemeenten en jeugdhulpaanbieders daarom om toekomstige netwerkpleeggezinnen eerder te betrekken bij de hulpverlening. Zo hebben pleeggezinnen meer tijd om zich voor te bereiden en zich te laten informeren, maar kunnen ze ook de inzet van pleegzorg voorkomen door eerder in het hulpverleningstraject betrokken te worden. Dit vraagt wel om een omslag in de hulpverlening waar het betrekken van het (brede) netwerk nog steeds geen gemeengoed is. Dit terwijl het netwerk vaak veel beter weet wat er aan de hand is en wat een gezin nodig heeft.

Investeer in pleegzorg!

Om de doelstelling van de Jeugdwet te realiseren, zullen gemeenten en jeugdhulpaanbieders meer moeten investeren in pleeggezinnen. Het beter informeren en eerder betrekken van pleeggezinnen zijn manieren om dit te doen. Een andere manier is het investeren in het werven van nieuwe potentiële pleeggezinnen. Bijvoorbeeld door het voeren van lokale campagnes en het inzetten van sociale wijkteams bij het zoeken van geschikte gezinnen. Want willen we uiteindelijk niet allemaal dat alle kinderen opgroeien in een liefdevol gezin?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina