Je mag veronderstellen dat je als gemeente graag wil dat daar zo veel mogelijk ondernemers naar toe komen. Nu is er een ondernemersechtpaar in de gemeente, waarvan de vrouw in een rolstoel zit. Zij kan niet zelfstandig uit de rolstoel komen.

Rolstoelvriendelijke locatie?

De vrouw, wijs geworden door eerdere ervaringen waarbij iets georganiseerd werd op een ontoegankelijke plek, waagt er een telefoontje aan. ‘Waar op het gemeentehuis wordt de bijeenkomst gehouden?’, zo vraagt de onderneemster. ‘En is die plek bereikbaar met de rolstoel?’ Antwoord: het is een rolstoelvriendelijke locatie. Er gaat een lift naar de eerste verdieping en van de eerste verdieping is er een stoeltjeslift naar de tweede verdieping, waar de zaal is. Dus als de onderneemster in een rolstoel komt, kan ze zelf met de stoeltjeslift naar boven en moet iemand anders even de rolstoel naar boven brengen. Rolstoelvriendelijk dus.

Probleempje: de onderneemster kan niet van de rolstoel in de stoeltjeslift komen. Dus gebruikmaken van een stoeltjeslift is niet aan de orde. Reactie van de gemeente: wat jammer dat het zo’n lastige vergaderplek is. Het spijt ons.

Maar we hebben toch een VN-Verdrag Gehandicapten, zo vraagt de onderneemster zich af? Een gemeente is daar toch ook aan gehouden? En dat verdrag zegt toch in artikel 9, dat handelt over toegankelijkheid, dat gehandicapten zelfstandig moeten kunnen leven en deelnemen aan alle facetten van het leven?

Telefoontje aan raadslid

De onderneemster is niet voor niets een onderneemster en onderneemt dus iets. Zij neemt contact op met een raadslid en stelt de volgende vraag: ‘Hebben we ons in Nederland gebonden aan het recht van mensen met een handicap om zelfstandig te leven en overal aan te kunnen meedoen, dus ook aan een voorlichtingsavond voor ondernemers over veiligheid? Waarom organiseert de gemeente dan die avond op het gemeentehuis in een niet bereikbare vergaderzaal?’

Het raadslid benadert de burgemeester, die verantwoordelijk is voor de veiligheid binnen de gemeente. Die wijst op de twee liften die de vergaderruimte rolstoelvriendelijk maken. Het raadslid legt uit dat de vrouw de transfer van de rolstoel naar de stoeltjeslift niet kan maken. Is het dan niet mogelijk dat haar echtgenoot (alleen) komt, zo luidt de reactie van de burgemeester? Dan is de zaal geen probleem meer.

Dat schiet bij het raadslid in het verkeerde keelgat. Mijnheer en mevrouw zijn beiden ondernemer. En willen samen naar die bijeenkomst. In plaats van blij te zijn met de belangstelling, moet er dus maar één persoon komen, en dat omdat de gemeente gepland heeft dat de bijeenkomst gehouden wordt in een ontoegankelijke zaal.

De burgemeester snapt de logica van deze opmerking. En zorgt voor een oplossing: de bijeenkomst zal nu gehouden worden in de raadszaal, die goed toegankelijk is.

Geleerde lessen

Welke lessen kunnen we hieruit leren:

1. Niet alle bestuurders begrijpen direct wat de bedoeling van het VN-Verdrag is.

Voor deze burgemeester, gewend juridische taal te lezen, dus even een citaat uit het VN-Verdrag (artikel 9, Toegankelijkheid):

‘ Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:

  • gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;
  • informatie, communicatie en andere diensten, met inbegrip van elektronische diensten en nooddiensten.’

Even wat uitleg: zelfstandig leven betekent er ook zelf naartoe kunnen gaan. Volledige deelname aan alle facetten van het leven betekent in ieder geval ook naar een bijeenkomst van de gemeente kunnen gaan. Passende maatregelen zijn bijvoorbeeld wat nu gedaan is: bijeenkomsten organiseren op toegankelijke plaatsen.

2. Je kunt best een bijeenkomst organiseren in een niet rolstoelvriendelijke zaal, als je van tevoren weet dat het geen probleem is. Dus voor bijeenkomsten waarbij je vooraf weet wie er komen. Doe je het voor een onbekend publiek, dan kan het zijn dat je iemand uitsluit. En dat is discriminatie.

3. Een gemeente heeft een voorbeeldfunctie. Van de gemeente wordt ook verwacht dat die de ondernemers binnen de gemeente erop wijst dat er rekening gehouden moet worden met de toegankelijkheid voor personen met een handicap. Dat veronderstelt dat alle medewerkers van gemeente, van laag tot hoog, doordrongen zijn van dit belang. Anders zal de gemeente deze functie nooit met goed fatsoen kunnen vervullen.

4. Een stoeltjeslift is leuk voor mensen die slecht ter been zijn. Leuk voor in een thuissituatie. Maar in openbare gebouwen is het lang niet voor iedereen voldoende. Als je niet of niet makkelijk een transfer kan maken (de overstap van rolstoel naar stoeltjeslift en andersom) dan helpt een stoeltjeslift niet. Ook dat moet je weten als je bij een gemeente werkt waar een zaal is met een stoeltjeslift!

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over het VN-Verdrag?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina