Verbetering koopkracht kwetsbare groepen

Er wordt een aantal maatregelen genomen om de koopkracht van kwetsbare groepen te verbeteren. De dubbele algemene heffingskorting in de bijstand wordt getemporiseerd en de zorgtoeslag en het kindgebonden budget worden verhoogd om gezinnen met lagere inkomens tegemoet te komen. Om gepensioneerden verder te ondersteunen wordt de ouderenkorting verhoogd. Voor de koopkrachtreparatie is 366 miljoen euro beschikbaar vanuit het streven naar een constante lastenontwikkeling (compensatie hogere zorgpremies). Aanvullend is 59 miljoen euro ingezet voor koopkrachtreparatie.

Beleidsthema: verbeteren van de dienstverlening

In het programma sociaal domein pakken gemeenten, Rijk (de Ministeries van V&J, BZK, VWS, SZW en OCW) en andere partijen de komende vier jaar samen uitdagingen naar aanleiding van de decentralisaties op. Het doel van de decentralisaties is dat gemeenten integraal en met maatwerk burgers kunnen ondersteunen die dat nodig hebben. Het programma sociaal domein wil dit proces verbeteren en versnellen, door ruimte voor de uitvoering en door interdepartementale aanpak. Het richt zich hierbij op het opsporen en wegnemen van barrières die concrete oplossingen in de weg staan bij complexe situaties van burgers.

Kennis van gedrag

Om de uitvoering effectief en klantgericht in te richten, helpt het als bij de vormgeving van beleid scherper rekening gehouden wordt met de doelgroepen op wie het beleid gericht is. Het toepassen van gedragswetenschappelijke inzichten bij het opstellen van beleid is een manier om dat beleid beter te laten aansluiten bij het vermogen en de beperkingen van burgers. SZW is hier actief mee bezig in de praktijk.

Het gedragsexperiment ‘naleving inlichtingenplicht Anw’ heeft aangetoond dat het sturen van een persoonlijke herinneringsbrief met het verzoek te checken hoe de eigen leefsituatie zich verhoudt tot de wettelijke regels over samenwonen, een effectieve en efficiënte interventie is om te voorkomen dat Anw-gerechtigden niet (tijdig) melden dat zij samenwonen. Dit kan financiële problemen door terugvordering bij nabestaanden worden voorkomen.

Kennis van gedrag gaat hand in hand met grondige kennis over de doelgroepen van beleid. SZW zet in 2018 in op het actief ophalen van signalen uit de samenleving en in contact komen en blijven met de doelgroepen van beleid.

Wettelijk minimumjeugdloon

Om beter aan te sluiten bij veranderende sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen en bij wat internationaal gangbaar is, is het wettelijk minimumjeugdloon verhoogd. Dit gebeurt in stappen. Vanaf 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijk minimumloon. Ook voor werknemers tussen 18 en 21 jaar gaat het loon omhoog. Twee jaar later, vanaf 1 juli 2019, krijgen werknemers vanaf 21 jaar recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar verder omhoog.

Lage inkomensvoordeel jeugdigen

Om bedrijven te stimuleren meer jongeren aan te nemen, kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar: het jeugd-LIV (lage-inkomensvoordeel). Deze tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. Voor werknemers van 22 jaar kunnen werkgevers een tegemoetkoming krijgen via het LIV.

Meedoen in de samenleving

Iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving. Omdat de samenleving steeds ingewikkelder wordt, moeten we aandacht hebben voor mensen die dat zelf niet lukt. De overheid zet in op integratie en het versterken van de weerbaarheid. Om naar beste vermogen actief te participeren in en bij te dragen aan de samenleving is het nodig dat nieuwkomers de Nederlandse taal, de Nederlandse samenleving en de Nederlandse normen en waarden kennen. Zo treedt per 1 oktober 2017 de verplichting in de Wet inburgering in werking om een participatieverklaringstraject te volgen dat wordt afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring. Deze wetswijziging bevat voor gemeenten een wettelijke verplichting om te voorzien in maatschappelijke begeleiding.

Participatiewet, Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

Eén van de doelstellingen van dit kabinet is om mensen met een arbeidsbeperking meer kans op werk te geven en toe te werken naar een inclusieve arbeidsmarkt. De Participatiewet, de banenafspraak om op termijn 125.000 extra werkplekken te realiseren en de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten dragen bij aan dit doel.

Werkgevers hebben in 2016 in totaal 22.554 banen ten opzichte van de nulmeting gerealiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking. Het gaat om 18.957 banen bij de sector markt en 3.597 banen bij de sector overheid. Werkgevers in de sector markt voldoen hiermee aan de doelstelling van 14.000 banen, maar dit geldt niet voor de sector overheid (6.500 banen). Vanwege dit resultaat heeft het kabinet besloten om over te gaan tot activering van de quotumregeling voor de sector overheid

Om overheidswerkgevers de tijd te geven een inhaalslag te realiseren is besloten de daadwerkelijke heffing één jaar uit te stellen. Wel worden de resultaten over 2018 gemonitord. Ook is een breed onderzoek aangekondigd dat in kaart moet brengen hoe de quotumregeling voor de diverse onderdelen van de overheidssector in de praktijk uitwerkt. De resultaten van dit onderzoek komen medio 2018 beschikbaar.

No-riskpolis en Praktijkroute

Er is veel ingang gezet om een inclusieve arbeidsmarkt mogelijk te maken. Zo is voor alle gemeenten de uniforme no-riskpolis voor de doelgroep banenafspraak en beschut werk ook vanaf 2021 beschikbaar en is sinds 1 januari 2017 de Praktijkroute ingevoerd als extra toegangsroute tot de doelgroep van de banenafspraak.

Beschut werk

Ook is sinds 1 januari 2017 de wetgeving voor beschut werk aangepast. Vanaf die datum kunnen mensen zelf een advies beschut werk bij het UWV aanvragen en zijn gemeenten verplicht om bij een positief advies een beschutte werkplek aan te bieden. Deze verplichting geldt tot het aantal plekken is bereikt dat een gemeente volgens een ministeriële regeling jaarlijks moet realiseren. Sinds de wetswijziging neemt het aantal beschutte werkplekken toe.

In heel 2016 heeft het UWV 388 positieve adviezen afgegeven, eind 2016 werken ca. 140 personen in een beschutte werkomgeving. In de eerste helft van 2017 gaf het UWV 758 positieve adviezen af, die deels nog omgezet moeten worden in beschutte werkplekken.

Naast deze verplichting zijn ook in 2018 extra middelen beschikbaar gesteld om gemeenten via een bonus te stimuleren om het aantal beschutte werkplekken te vergroten. De resterende middelen van de bonus beschut werk, voor plekken die niet gerealiseerd zijn, blijven beschikbaar voor gemeenten gedurende de hele looptijd van de regeling. In totaal is voor de bonus in 2018 € 16 miljoen beschikbaar.

Experimenten Participatiewet

Gemeenten kunnen een aanvraag indienen om te mogen experimenteren bij de uitvoering van de Participatiewet om in de praktijk te kunnen onderzoeken wat het beste werkt om mensen vanuit de bijstand naar werk toe te leiden. Tot nu toe zijn de volgende gemeenten aangewezen om te mogen experimenteren: Groningen in samenwerking met Ten Boer, Deventer, Nijmegen, Tilburg en Wageningen. De experimenten in deze gemeenten gaan na deze zomer van start en duren twee jaar.

Schuldhulp

Ook in 2018 zijn middelen beschikbaar voor de verbetering van de gemeentelijke schuldhulpverlening.

Met de inwerkingtreding van het Besluit breed moratorium per 1 april 2017 hebben gemeenten in het kader van de uitvoering van de schuldhulpverlening de mogelijkheid gekregen om bij de rechtbank een breed moratorium aan te vragen. Daarnaast wordt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet uiterlijk op 1 januari 2019 geïmplementeerd. Die moet ervoor zorgen dat schuldenaren bij beslaglegging genoeg geld overhouden om in basale levensbehoeften te kunnen voorzien. Verkend wordt ook hoe een vorm van beslagvrije voet bij bankbeslag kan worden gerespecteerd.

In 2018 gaat de implementatie van de rijksincassovisie verder met als doel om met de betrokken overheidsorganisaties te komen tot een socialere incasso. De verbreding van het beslagregister wordt ook in 2018 voorbereid. Het streven is dat de eerste overheidsorganisaties kunnen aansluiten in 2019. Bovenal is de subsidieregeling armoede en schulden uitgebreid met tijdvakken in 2018 en 2019.

Kinderen en armoede

In het bijzonder is er aandacht voor het terugdringen van armoede onder kinderen. Doel is dat alle kinderen in Nederland mee kunnen doen op het gebied van sport, cultuur, school en sociale activiteiten, ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen. Hiervoor is met ingang van 2017 jaarlijks € 100 miljoen extra beschikbaar gesteld. Gemeenten ontvangen daarvan € 85 miljoen. De bestuurlijke afspraken die over de inzet van deze middelen zijn gemaakt met de VNG worden in 2018 geëvalueerd.

Verder kunnen partijen in Europees en Caribisch Nederland de komende jaren projecten indienen voor voorzieningen in natura voor kinderen in huishoudens met een laag inkomen. Vanuit de subsidieregeling Kansen voor alle kinderen is hiervoor jaarlijks € 4 miljoen beschikbaar voor Europees Nederland en € 1 miljoen voor Caribisch Nederland. De overige € 10 miljoen euro van het extra geld wordt besteed door de vier landelijke fondsen die met naturavoorzieningen zorgen dat kinderen kunnen sporten, aan cultuur kunnen doen, hun verjaardag kunnen vieren en op school meedoen.

 

Meer informatie

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina