Schuldhulp

Voorkomen van schulden en bestrijding van armoede
Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever helpen. Het kabinet stelt voor drie jaar in totaal € 80 miljoen ter beschikking voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede, in het bijzonder onder kinderen. De middelen hebben als doel om te leiden tot een kwaliteitsverbetering van het gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid.

Kosten in andere domeinen voorkomen of verminderen
Armoede en schulden hangen vaak samen met andere problematieken zoals schooluitval en gezondheidsproblemen. Door actief in te zetten op het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden, kunnen kosten in andere domeinen worden voorkomen of verminderd. Dat maakt dat gemeenten, mede doordat gemeenten als uitvoerder van het armoedebeleid dichtbij de burger staan, het beste in staat zijn om de middelen en de expertise doeltreffend en doelmatig in te zetten om het armoede- en schuldenbeleid verder te versterken.

Brede schuldenaanpak
Het kabinet heeft in 2018 de brede schuldenaanpak gepresenteerd. In het bijbehorende actieplan zijn de maatregelen uitgewerkt en gericht op het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden en op een effectievere dienstverlening aan mensen met schulden. Binnen de brede schuldenaanpak worden drie actielijnen onderscheiden:

  1. preventie en vroegsignalering;
  2. ontzorgen en ondersteunen en
  3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso

Het gaat hier om een gezamenlijke aanpak van ministeries, gemeenten en andere betrokken partijen. Naast nieuwe maatregelen bevat het actieplan ook reeds lopende maatregelen die onverkort en met urgentie worden voortgezet, zoals de implementatie van de vereenvoudiging van de beslagvrije voet en de verbreding van het beslagregister. Het jaar 2019 zal in het teken staan van de uitwerking en uitvoering van verschillende maatregelen.

Werk & inkomen

Banenafspraak
De banenafspraak uit het Sociaal Akkoord van 2013 heeft tot doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers.  De doelstelling van 33.000 banen is met 36.904 extra banen ruim gehaald. Met 30.432 banen heeft de sector markt de doelstelling van 23.000 banen ruim overtroffen. Helaas hebben de overheidswerkgevers de doelstelling ook in 2017 niet gehaald. Waar de doelstelling voor de overheid op 10.000 banen ligt, hebben de overheidswerkgevers 6.471 extra banen ten opzichte van de nulmeting gerealiseerd. Dit resultaat van de sector overheid geeft geen aanleiding om de quotumregeling te deactiveren. Halen de overheidswerkgevers over 2019 de banenafspraak weer niet, dan wordt een heffing opgelegd van € 5.000 per niet-ingevulde baan van een individuele overheidswerkgever.

Offensief voor mensen met een beperking
In het afgelopen jaar heeft het kabinet het voornemen uit het regeerakkoord om over te gaan op loondispensatie in de Participatiewet nader uitgewerkt. Tijdens deze uitwerking is gebleken dat het niet mogelijk is om loondispensatie in de Participatiewet zo in te richten dat het voor iedereen simpeler en beter wordt. Het kabinet ziet daarom af van invoering van loondispensatie in de Participatiewet. Het doel van het kabinet blijft ongewijzigd: meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk. Daartoe zet het kabinet in op een breed offensief voor vereenvoudiging en meer werk voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor de begrotingsbehandeling van SZW zal het kabinet een nadere uitwerking naar de Tweede Kamer sturen.

Per 2020 structurele loonkostenvoordeel voor Banenafspraak en scholingsbelemmerden
Het Loonkostenvoordeel (LKV) voor Banenafspraak en scholingsbelemmerden is niet langer beperkt tot 3 jaar maar geeft per 2020 structureel recht op LKV. De uitbreiding is bedoeld om het arbeidsmarktperspectief van mensen met een arbeidsbeperking duurzaam te vergroten.

Wet arbeidsmarkt in balans
Met het oog op het aanbrengen van een nieuwe balans op de arbeidsmarkt tussen flexibele en vaste arbeidsovereenkomsten werkt het kabinet meerdere maatregelen uit. Het gaat hierbij om: een nieuwe ontslaggrond in te voeren, de mogelijkheden om een flexibele arbeidsovereenkomst aan te gaan te verruimen, de proeftijd te verlengen,  etc. De beoogde invoeringsdatum van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is 1-1-2020.

Herziening wettelijk minimumloon
Om beter aan te sluiten bij veranderende sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen en bij wat internationaal gangbaar is, is in 2017 besloten tot een stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon. Als laatste stap (per 1-7-2019) krijgen werknemers vanaf 21 jaar (in plaats vanaf 22 jaar), recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar verder omhoog.

IOW
In het regeerakkoord is aangekondigd dat de IOW vanaf 2020 met vier jaar wordt verlengd, zodat oudere werklozen na het aflopen van de WW- of WGA-uitkering niet hun eigen vermogen of dat van hun partner hoeven ‘op te eten’ voordat zij in aanmerking komen voor inkomensondersteuning. Met het oog op de stijgende participatiegraad van oudere werknemers en de betaalbaarheid van de regeling, zal de IOW worden aangepast door de leeftijdsgrens vanaf 2020 te laten meestijgen met de AOW-leeftijd.

Kinderopvangtoeslag
Het kabinet verhoogt de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget, om ouders aanvullend te ondersteunen. Het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens gaat vanaf 2020 omhoog met bijna € 500 miljoen. Daarnaast verhoogt het kabinet het budget voor de kinderopvangtoeslag met € 248 miljoen per jaar. Ouders die blijven werken of meer gaan werken, zullen zo ook meer geld overhouden. Het budget voor de kinderbijslag gaat vanaf 2019 met structureel € 250 miljoen omhoog.

Wet Invoering Extra Geboorteverlof
Het kabinet streeft ernaar dat beide ouders hun werk en de kinderen goed kunnen combineren. Het is belangrijk dat ouders na de geboorte van hun kind tijd met hun gezin door kunnen brengen. Zo maken ouders en kind een betere start. Ook kunnen de taken in en rond het huis vanaf het begin beter en eerlijker verdeeld worden. Deze modernisering op het gebied van arbeid en zorg is hard nodig, ook als we Nederland in een internationaal perspectief bekijken. Door de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) krijgt de partner van de moeder in het eerste half jaar na de geboorte recht op zes weken geboorteverlof. Ook verlengt het kabinet het adoptie- en pleegzorgverlof voor ouders van vier naar zes weken. Het moet voor ouders niet alleen mogelijk, maar ook normaler worden om langer van geboorteverlof te genieten.

Arbeidsgehandicapten

Levenslangleren krediet
Het kabinet stelt in de op dit moment bij de Tweede Kamer voorliggende verzamelwet SZW 2019 voor een uitzondering te maken voor het levenlanglerenkrediet bij het vaststellen van het recht op Wajong. Jonggehandicapten in de Wajong2010 die met een levenlanglerenkrediet een studie volgen blijven met ingang van 1-1-2019 in de werkregeling. Het volgen van een studie met een levenlanglerenkrediet vormt met ingang van 1-1-2019 geen uitsluitingsgrond meer voor de toegang tot de Wajong2015.

Vereenvoudiging Wajong
Naar aanleiding van de in 2017 uitgevoerde beleidsdoorlichting Wajong is het kabinet voornemens om met ingang van 1 januari 2020 enkele wijzigingen in de Wajong door te voeren (Tweede Kamer, 2017–2018, 30 982, nr. 40). Al deze wijzigingen staan in het teken van vereenvoudigen van de Wajong en het wegnemen van drempels om aan de slag te gaan.

Met de additionele middelen uit het regeerakkoord heeft het kabinet het mogelijk gemaakt om de persoonlijke dienstverlening aan Waiongers met arbeidsvermogen (artikel 11) op peil te brengen en te houden. Het kabinet stelt daarnaast voor om de verschillende inkomensregelingen binnen de Wajong harmoniseren tot een inkomensregeling voor alle werkende Wajongers.

Verder is het kabinet voornemens om de negatieve prikkel om een studie op te pakken weg te nemen. Wajongers in de Wajong2010 die gaan studeren, komen niet meer in de studieregeling terecht met een uitkering van 25% van het minimumloon, maar blijven in de Wajong2010-werkregeling of -uitkeringsregeling. Wajongers ervaren de mogelijkheid dat zij het recht op Wajong verliezen mogelijk als een drempel om te gaan werken. Om deze drempel weg te nemen, stelt het kabinet voor de regels voor het vervallen van het recht op Wajong te harmoniseren en de periode voor het herleven van het recht op Wajong te verlengen.

Motie Siderius
Gelijktijdig met de Wajongmaatregelen naar aanleiding van de kabinetsreactie op de beleidsdoorlichting, wil het kabinet met ingang van 1 januari 2020 studie als uitsluitingsgrond voor toegang tot de Wajong2015 schrappen. Hiermee geeft het kabinet gevolg aan een breed gesteunde motie van het lid Siderius waarbij de Tweede Kamer de regering heeft opgeroepen in de Wajong2015 een voorziening te treffen waarmee ernstig meervoudig beperkte leerlingen tijdens hun studie aanspraak kunnen maken op een uitkering op basis van de Wajong2015.

Inburgering

Een goede integratie begint bij een effectieve inburgering. Het is belangrijk om gemeenten daarbij meer regie over de uitvoering van inburgering te geven. Niet elke inburgeraar kan in de praktijk vanaf dag één de volledige eigen verantwoordelijkheid op zich nemen voor zijn of haar inburgeringstraject. Voor de meeste inburgeraars geldt dat zij over onvoldoende ‘doenvermogen’ beschikken, om in termen van de WRR te spreken.

Voor iedere nieuwkomer zal de gemeente een persoonlijk plan opstellen: het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Dit is maatwerk: een persoonlijk programma voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. Het PIP is niet vrijblijvend – niet voor de nieuwkomer en niet voor de gemeente. In de eerste periode gaan gemeenten voor statushouders de vaste lasten, zoals huur, energiekosten en de verplichte verzekeringen vanuit de bijstand betalen. De statushouder ontvangt wat resteert en ontvangt de toeslagen. De duur van deze ondersteuning verschilt per individu en wordt vastgelegd in het PIP.

De inburgeraar is en blijft zelf verantwoordelijk om er alles aan te doen om zo snel mogelijk mee te doen, door de taal te leren, aan het werk te gaan en actief deel te nemen aan onze samenleving. Het nieuwe inburgeringsstelsel stelt hogere taaleisen aan inburgeraars. Dit vergroot de kans op een baan. Het kabinet stelt hiervoor extra geld beschikbaar: € 50 miljoen in 2019, oplopend naar € 70 miljoen structureel. Er worden verschillende leerroutes ontwikkeld die aansluiten bij leerniveau, vaardigheden en andere afspraken uit het PIP.

Ook voor nieuwkomers die een minder hoog taalniveau halen, is alles erop gericht om zo snel mogelijk zelfredzaam te worden. Een inburgeraar die zich onvoldoende inzet, zal worden geconfronteerd met sancties, zoals een boete – vaker en sneller dan in het huidige stelsel. Daar staat tegenover dat de inburgeraar ook meer dan nu kan rekenen op begeleiding van de gemeente. Iedereen doet mee, liefst via betaald werk.

Naleving

Bestrijden van fraude met uitkeringen
Misbruik van de sociale zekerheid ondermijnt het draagvlak voor het stelsel van sociale zekerheid. Dit stelsel waarborgt inkomenszekerheid. De sociale voorzieningen brengen we als maatschappij samen op. Preventie en aanpak van misbruik en onnodig gebruik is van belang voor de financiële houdbaarheid van en het maatschappelijk draagvlak voor de sociale voorzieningen.

Meer informatie

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina