Dienstverlening moet persoonsgericht zijn, was de conclusie op het congres Armoede en schulden doorgrond. Maar enkele deelnemers zien een dilemma: wetgeving. Wetgeving gaat aan de persoon voorbij. Bij dienstverlening moet aandacht voor de persoon voorop staan, maar wetgeving is helaas nog vaak een obstakel.

Zo moet het niet

Een voorbeeld: het OM kan mensen die hun boetes niet betalen in het uiterste geval laten gijzelen. Dat kan alleen voor niet-willers. Helaas blijkt bij de rechter dat het OM ook gijzeling vraagt voor mensen die eigenlijk in de categorie niet-kunners vallen. Want het OM benoemt ook iemand die niet reageert of ooit wel heeft betaald als een niet-willer. Terwijl het hier eigenlijk gaat om een niet-kunner. De kantonrechter vindt deze motivatie dan ook niet goed. Het is een niet-kunner en dus mag er niet worden gegijzeld De rechter verwijst ze door naar professionele hulpverlening. De wet is niet bedoeld om mensen die niet kunnen betalen in het gevang te laten opsluiten.

Een ander voorbeeld: bij de Nationale ombudsman komen geregeld radeloze burgers die niet meer weten hoe het zit. Een ‘papieren inkomen’ (kwijtschelding van een lening) werd door de Belastingdienst als inkomen gezien en leidde tot een terugvordering van de huur- en zorgtoeslag. Daardoor kwam degene onder het bestaansminimum. De Nationale ombudsman heeft de Minister van Financiën gevraagd de wetgeving aan te passen. Van een papieren inkomen kun je geen brood kopen.

Zo kan het ook!

De wetgever laat dus soms na echt te kijken naar de mensen voor wie de wet bedoeld is. Aan de andere kant biedt de wet soms meer mogelijkheden om van de mens uit te gaan dan de uitvoerders beseffen.

In Zwolle brengen ze handhavers / inkomensondersteuners en sociaal werkers van de wijkteams op één lijn. Ze werken aan een gemeenschappelijke visie op de dienstverlening, gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Ze zijn erachter gekomen dat ze door goed samen te werken veel ellende voor de burger kunnen voorkomen.

Om zelfredzaamheid van burgers te versterken moet je uitzonderingen durven maken, dus niet alleen rechtmatig, maar vooral ook doelmatig kijken. Een voorbeeld: een jonge dakloze man die weer een normaal leven wilde opbouwen, maar geen uitkering kreeg. Hij kon niet aantonen waar en waarvan hij had geleefd. De uitkeringsaanvraag werd door inkomensondersteuning eerst vanuit rechtmatigheid afgewezen. Maar een gezamenlijk belang is: de jonge man zo snel mogelijk richting werk begeleiden en niet verder laten afglijden. Dat vergt een uitkering en een huurhuis.

Integrale aanpak financiële en sociale problemen

Terugkomend op de vraag wat dan wel goede schuldhulpverlening is: ik heb de hoop dat met nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap en de vertaling daarvan naar andere dienstverlening de burger echt geholpen gaat worden.

Die nieuwe inzichten laten zien dat het vergeten of niet nakomen van afspraken en het snel opgeven ook voortkomt uit stress over geldzaken. Het beeld van de burger dat hij ongemotiveerd is, klopt in veel gevallen niet. Het gedrag wordt veroorzaakt door chronische stress. Deze mensen hebben dus andere ondersteuning nodig. In de aanpak van Mobility Mentoring® is het doel om de chronische stress die mensen vasthoudt in improductief gedrag te doorbreken. Hoe? Onder meer met een specifieke begeleiding (mentoring) als dienstverlening die minder stressvol is voor de klant.

Door in te zetten op het verminderen van stress, kun je op den duur ook weer kijken naar de langere termijn.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over schuldhulp?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina