Deze jongeren zijn niet in beeld bij de autoriteiten, omdat ze geen onderwijs volgen, geen startkwalificatie, werk of uitkering hebben en niet staan ingeschreven als werkzoekende op werk.nl. De angst bestaat dat zij daarom sneller in de criminaliteit belanden, schulden maken en in de toekomst afhankelijk zullen zijn van sociale zekerheid. Het kabinet roept UWV, sociale diensten, gemeenten en RMC’s daarom op om deze spookjongeren op te sporen en te ondersteunen in de richting van een opleiding of werk.

In een eerdere blog riep ik gemeenten al op een meer actieve houding aan te nemen jegens kwetsbare jongvolwassenen die uit beeld zijn of dreigen te raken. Ik juich deze ontwikkeling en actieve houding van de overheid sterk toe. Ik hoop dat de nieuwe aanpak zal gelden voor alle jongeren die buiten beeld zijn en niet alleen voor een selecte groep. Verder hoop ik ook dat de aanpak wordt afgestemd op individuele jongeren en hun behoeften. De wijze waarop UWV, sociale diensten, gemeenten en RMC’s invulling zullen geven aan de aanpak is namelijk bepalend voor het succes van de doelstelling van het kabinet. Spookjongeren laten zich namelijk niet zo makkelijk vatten.

Richt de aanpak op alle spookjongeren

In het artikel in de Volkskrant staat dat er in Nederland 66 duizend jongeren buiten beeld zijn bij de autoriteiten. Dit aantal – afkomstig uit onderzoek van het CBS – is echter maar een deel van de totale groep jongeren die buiten beeld zijn. Uit hetzelfde onderzoek blijkt namelijk dat het in Nederland gaat om ruim 134 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar. Het verschil – ruim 68 duizend jongeren – is ontstaan doordat het ministerie van SZW een aantal groepen jongeren onderscheidt van wie zij veronderstelt dat zij een reden hebben om niet in beeld te zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongeren die in het laatste jaar hun startkwalificatie hebben behaald, recent werk hebben gehad of een partner en kinderen hebben. Maar is het niet logisch om ook een actieve houding aan te nemen richting deze groepen jongeren? Jongeren worden namelijk niet kwetsbaar wanneer zij zes of twaalf maanden buiten beeld zijn. Jongeren buiten beeld zijn bij voorbaat kwetsbaar.

Ik hoop daarom dat UWV, sociale diensten, gemeenten en RMC’s een bredere definitie zullen hanteren van jongeren buiten beeld dan de Volkskrant in haar artikel gebruikt. En dat zij niet pas ondersteuning aanbieden wanneer jongeren zes of twaalf maanden buiten beeld zijn, overlast veroorzaken of in aanraking komen met politie en justitie.

Vraag aan jongeren wat ze nodig hebben

Uit onderzoek van KIS blijkt dat spookjongeren om verschillende redenen buiten beeld zijn. Zo kiest een deel van de jongeren er bewust voor om zich niet te melden bij UWV of gemeente. Vaak vanwege persoonlijke omstandigheden of negatieve ervaringen met overheidsinstanties. Een ander deel van de jongeren is echter onbewust uit beeld. Voor deze jongeren is het veelal te lastig om zelfstandig ondersteuning te vragen. Omdat de doelgroep zo divers is, is het belangrijk dat UWV, sociale diensten, gemeenten en RMC’s hun aanpak afstemmen op de individuele jongeren en hun behoeften. De wijze van benadering van en voorlichting aan jongeren is hierbij heel belangrijk. Het sturen van een brief of een uitnodiging is in veel gevallen niet voldoende. Dit vraagt dus echt om een outreachende houding.

Verder is het van belang het aanbod aan ondersteuning af te stemmen op de behoeften van jongeren. Dus ook wanneer dat betekent dat een jongere aan het werk gaat zonder startkwalificatie of dat een jongere even met rust wordt gelaten. Het belangrijkste is dat er een plan met perspectief is voor jongeren, waar zij zichzelf in kunnen vinden. Want zolang jongeren vinden dat de overheid een bureaucratische, strenge en respectloze instantie is, zullen zij geen ondersteuning aanvaarden. Zeker wanneer zij niet afhankelijk zijn van een uitkering of van ondersteuning.

Ten slotte is het belangrijk om te beseffen dat jongeren de wereld en hun verworven vrijheden vaak nog aan het ontdekken zijn. Het is dus belangrijk om jongeren deze vrijheid ook te geven. Dus biedt geen ondersteuning aan als jongeren geen ondersteuning willen, maar biedt hen perspectief. Door de verantwoordelijkheid bij de jongere te leggen, is de kans een stuk groter dat hij vroeg of laat om ondersteuning zal vragen.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina