Zo zijn er in verband met de verkiezingen stempassen verzonden waarvan een aantal retour zal komen omdat de betrokkene niet op het adres blijkt te wonen waarop hij in de basisregistratie personen (BRP) staat geregistreerd. Voor de afdeling Burgerzaken van de desbetreffende gemeente is dit uiteraard aanleiding voor een adresonderzoek. Maar mag deze afdeling deze informatie ook doorgeven aan de afdeling Sociale Zaken om te controleren of er mensen tussen zitten met een uitkering? Dat kan mogelijk een aanleiding zijn voor een fraudeonderzoek in het kader van de Participatiewet. Of is dat in strijd met de privacyregels?

Doelbinding, proportionaliteit en subsidiariteit

Het beantwoorden van deze vraag lijkt ingewikkelder dan het is. Er zijn twee wettelijke regelingen die hier van belang zijn, de Wet basisregistratie personen (deze wet geldt specifiek voor de verwerkingen in de basisregistratie personen) en de Wet bescherming persoonsgegevens (deze wet geldt voor de verwerking van persoonsgegevens in het algemeen). Uit beide wetten volgt dat gegevens slechts mogen worden verstrekt voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de goede vervulling van de taak van het overheidsorgaan. Dit noemen we het beginsel van doelbinding. Verder moeten de verstrekte gegevens proportioneel zijn in verhouding tot het doel en moet het doel niet op een, voor de betrokkene minder belastende manier bereikt kunnen worden (subsidiariteitsbeginsel). De gemeente kan wel regels stellen over het verstrekken van gegevens uit de basisregistratie persoonsgegevens, bijvoorbeeld om fraude te voorkomen. Daarbij moeten natuurlijk wel de uitgangspunten die hiervoor zijn genoemd in acht worden genomen.

Melden alle retour ontvangen stempassen niet proportioneel

Moeten nu  alle retour ontvangen stempassen worden gemeld aan de afdeling Sociale Zaken? Mij lijkt van niet.  Dit is niet noodzakelijk voor de goede vervulling van de taak van deze afdeling. De maatregel is niet proportioneel.

Wel voorstelbaar is dat Burgerzaken een signaal geeft van de personen die worden uitgeschreven uit de basisregistratie, omdat is vastgesteld dat zij niet woonachtig zijn op het inschrijvingsadres. Sterker nog, als het onderzoek tot een wijziging in de basisregistratie personen leidt, moet daarvan op grond van de Wet basisregistratie personen een melding worden gedaan aan alle afdelingen die de BRP nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Als de desbetreffende persoon van een bijstandsuitkering leeft zijn de gegevens over zijn woonsituatie immers van belang om vast te stellen of er terecht een uitkering wordt verstrekt en zo ja, of de juiste norm is toegepast. In die zin zijn deze gegevens van belang voor de goede vervulling van de taak van de afdeling Sociale zaken. Voorts staat de verstrekking ervan in verhouding tot het te bereiken doel: het voorkomen van het onterecht verstrekken van uitkeringen. De gegevens kunnen op een andere manier worden verkregen, namelijk door een fraudeonderzoek, maar dat is voor betrokkene niet minder belastend. Dan zal er immers ook in de persoonlijke gegevens en leefsituatie worden gespit om te onderzoeken of de woonsituatie overkomt met de opgave in de basisregistratie. De conclusie is dan ook dat de resultaten van het onderzoek van de afdeling Burgerzaken wel mogen worden gedeeld met de afdeling Sociale Zaken. Het antwoord op de vraag ‘Stempas retour = fraudeonderzoek’ luidt dan ook: nee, tenzij de resultaten van het onderzoek van de afdeling burgerzaken daar aanleiding toe bieden.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina