In hoger beroep tegen de uitspraak van het Hof van Appel van Florence heeft deze hoogste rechter bepaald dat een geldautomaat in een publiek of een privaat gebouw die niet bruikbaar is voor mensen met een beperking, leidt tot een architectonische barrière hetgeen discriminatie van mensen met een beperking tot gevolg heeft. Dat wordt niet toelaatbaar geacht.

Opvallend is dat het VN-Verdrag voor de rechten van personen met een handicap in deze uitspraak niet eens genoemd wordt. Dat was kennelijk niet nodig om toch voldoende gronden aan te voeren om aan te geven dat een onbruikbare geldautomaat tot discriminatie leidt.

De uitspraak hoeft niet te verbazen. Het is natuurlijk merkwaardig dat de toch forse groep mensen met een beperking niet van een geldautomaat gebruik kan maken zoals ieder ander. En dus andere zaken moet bedenken om aan contact geld te komen. Contant geld speelt in Italië, waar pinnen lang niet zo normaal is als in Nederland, daarom een nog veel grotere rol als in Nederland.

Te verwachten valt dat een dergelijke actie in Nederland tot een soortgelijk resultaat leidt. Eerder konden banken nog aanvoeren dat geld opnemen ook mogelijk was op een kantoor van de bank tijdens kantooruren. Dat mensen zonder beperking dat ook niet meer doen, maar gewoon als het hen uitkomt geld gaan opnemen bij een automaal die 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar is, heeft er toe geleid dat steeds meer bankkantoren gesloten worden. Dat argument geldt dus ook niet meer, als het al ooit een valide argument is geweest.

De vraag is nu wat er in Italië gaat gebeuren. Niet te verwachten is dat banken op korte termijn iets aan het probleem gaan doen. Er zal eerst uitgebreid bestudeerd moeten gaan worden wat de consequenties zijn. Maar als je het hebt over een oplossing dan heeft dat toch alles te maken met plaatsen van geldautomaten op een andere hoogte.

En na de geldautomaat kunnen natuurlijk nog veel meer zaken volgen. Misschien wel alle zaken waarvan de benaming eindigt met het woord “automaat”. Maar zelfs nog meer. Denk aan de brievenbussen. Ook dat worden er steeds minder, maar die er nog zijn, zitten op een onbereikbare hoogte.

Wellicht kan een ingewikkelde gang naar de rechter bespaard worden door een klacht in te dienen bij het College voor de rechten van de mens. Die zal dan beoordelen of er sprake is van discriminatie. Niet onbelangrijk, aangezien het College voor de rechten van de mens een rol speelt in de uitvoering in Nederland van het VN-Verdrag als organisatie ex artikel 33 VN-Verdrag die onder andere de ontwikkelingen rond het VN-Verdrag moet monitoren.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina