Vraag

Wij hebben een echtpaar in het bestand dat is uitgenodigd door het IOC om mee te doen aan de Olympische Spelen in 2020. Het echtpaar krijgt voor trainingen en daarvoor bijkomende kosten een vergoeding van ongeveer 1300 euro per maand per persoon. Daarnaast krijgt het echtpaar nog een vergoeding van ongeveer 400 euro per persoon per maand voor levensonderhoud. Echter, ter voorbereiding op de Spelen in Tokyo moet het echtpaar regelmatig toernooien spelen in het buitenland. Ik kan geen jurisprudentie over het territorialiteitsbeginsel vinden om een uitzondering te maken voor dit geval. Heeft u een idee of dit geregeld kan worden en hoe we dit dan kunnen onderbouwen?

Wilt u meer inzicht in de Participatiewet?

Raadpleeg Inzicht sociaal domein. Heeft u nog geen toegang? Vraag een gratis proefabonnement aan.

Antwoord

Los van het territorialiteitsbeginsel speelt al dat topsport zich moeilijk laat combineren met werk. De bewindslieden van SZW hebben voor zover mij bekend altijd het standpunt ingenomen dat de gebruikelijke uitkeringsregels onverkort moeten toegepast, ondanks het maatschappelijk en nationaal belang dat aan topsport wordt toegekend. Dat betreft uiteraard ook de periode van verblijf buiten Nederland, voor zover die de algemeen toegestane periode van 4 weken overschrijdt.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina