Dit is de zogenaamde inlichtingenplicht, neergelegd in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet. Nu bepaalt dit artikel ook al sinds jaar en dag dat de inlichtingenplicht niet geldt voor gegevens die de gemeente uit een andere administratie kan halen. Voor welke administraties dit precies geldt moet worden bepaald in een nadere (ministeriële) regeling. Fijn zal je denken, dat scheelt de burger het dubbel doorgeven van gegevens. Helaas niet, want de nadere regeling is nooit vastgesteld. Tot 22 maart jongstleden!

Eindelijk duidelijkheid, of toch niet?

Op 22 maart 2017 is eindelijk de ministeriële regeling vastgesteld waaruit blijkt voor welke gegevens de inlichtingenplicht niet geldt, de Regeling uitzondering inlichtingenplicht. Voor het college betreft het de gegevens die in de basisregistratie zijn opgenomen ten aanzien van:

  • een adreswijziging, bedoeld in artikel 2.39 Wet basisregistratie personen;
  • het sluiten of eindigen van een huwelijk of geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen.

Deze regeling treedt per 1 juni 2017 in werking. Vanaf die datum hoeft de burger een verhuizing, scheiding of huwelijk dus niet meer apart door te geven aan de afdeling Sociale zaken. Een melding aan de afdeling Burgerzaken is in die gevallen voldoende.

Wat betekent dit voor de inlichtingenplicht?

Het uitzonderen van de geselecteerde gegevens van de inlichtingenplicht zorgt ervoor dat burgers deze gegevens niet meer hoeven aan te leveren. Het college moet deze gegevens zelf uit de beschikbare registraties halen. De burger hoeft zijn verhuizing, scheiding of huwelijk alleen nog bij de afdeling Burgerzaken door te geven.

En wat als de burger het niet bij Burgerzaken meldt?

Stel dat iemand van uw gemeente naar een andere gemeente verhuist en dit pas na twee maanden doorgeeft aan burgerzaken. Strikt genomen kun je in dat geval niet meer spreken van een schending van de inlichtingenplicht. De inlichtingenplicht geldt immers niet meer voor deze gegevens. Juridisch gezien overtreedt de burger dan artikel 2.39 van de Wet basisregistratie personen maar niet artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet. De gemeente heeft ten onrechte bijstand verstrekt, maar een boete opleggen is niet mogelijk.

Conclusie

De vaststelling van de Regeling uitzondering inlichtingenplicht biedt duidelijkheid ten aanzien van de reikwijdte van de inlichtingenplicht. Als de burger zijn gegevens tijdig bij Burgerzaken doorgeeft, is het ook een veel eenvoudiger en klantvriendelijker systeem. Maar het roept ook een aantal vragen op! Wat te doen met mensen die hun verhuizing niet tijdig doorgeven? We wachten met spanning op het verlossende woord van de Centrale Raad van Beroep in de toekomst. Tot die tijd is het van belang om goed samen te werken met de afdeling Burgerzaken. Als die afdeling boetes oplegt wegens het te laat doorgeven van een verhuizing, dan wordt in ieder geval een duidelijk signaal afgegeven. Voor de terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand kan overigens nog wel een grondslag worden gevonden in artikel 54, derde lid, tweede volzin, en artikel 58, tweede lid, onder a, van de Participatiewet.

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over de Participatiewet?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina