Armoede en schuldhulp

Actieplan Brede Schuldenaanpak
In mei 2018 is de brede schuldenaanpak met een bijbehorend actieplan gepresenteerd door het kabinet. In dat kader is in 2018 ook het startsein gegeven voor het Samenwerkingsverband Brede Schuldenaanpak (Tweede Kamer, 2017–2018, 24 515, nr. 431). Hierin werken veel organisaties samen die nauw betrokken zijn bij de schuldenproblematiek. Het actieplan richt zich op drie pijlers:

  1. het voorkomen van problematische schulden;
  2. het terugdringen van problematische schulden; en
  3. het bevorderen van zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso.

In 2018 is € 27 miljoen extra beschikbaar gesteld aan gemeenten voor verdere professionalisering van schuldhulpverlening en het versterken van de regiefunctie van het (kindgericht) armoedebeleid. In 2018 is onder andere een aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voorbereid waardoor vroegsignalering beter wordt gefaciliteerd (Tweede Kamer, 2017–2018, 24 515, nr. 431). Verder zijn vele pilots en initiatieven gestart om te bezien hoe de dienstverlening aan mensen met financiële problemen kan worden verbeterd. Zo is in november 2018 het startsein gegeven voor Schuldenlab.nl. Een initiatief waar publieke en private partijen in gezamenlijkheid werken aan landelijke opschaling van succesvolle projecten rond armoede en schulden.

Verbreding beslagregister
Om problemen rond schulden op te lossen heeft het kabinet gewerkt aan herziening van het beslag- en executierecht en verbreding van het beslagregister. Het register maakt het mogelijk het proces rond de beslagvrije voet beter uit te voeren en helpt onnodige kosten van (gerechtelijke) procedures en incasso-acties te voorkomen. De verwachting was dat overheidsorganisaties in 2019 op dit systeem konden aansluiten. Vorig jaar is de Tweede Kamer geïnformeerd dat deze verwachting helaas moest worden bijgesteld (Tweede Kamer, 2018–2019, 24 515, nr. 453). Om ervoor te zorgen dat de vaak privacygevoelige gegevens toch op een zeer zorgvuldige manier kunnen worden uitgewisseld, is in 2018 aanvullend onderzoek verricht naar hoe de gegevensuitwisseling het best kan worden vormgegeven.

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
In 2018 is gewerkt aan de implementatie van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Stb. 2017, 110). Deze wet regelt dat de beslagvrije voet met geautomatiseerd beschikbaar gestelde gegevens kan worden vastgesteld. Dit moet het bestaansminimum beschermen. Op 15 november 2018 is aan de Kamer bericht dat de inwerkingtreding van deze wet met ingang van 2019 op problemen stuit (Tweede Kamer, 2018–2019, 24 515, nr. 453). Daarom werkt het kabinet aan tussenmaatregelen (Tweede Kamer, 2018–2019, 24 515, nr. 468). Deze zijn erop gericht dat in de periode tot de implementatie van de nieuwe wet zo min mogelijk schuldenaren te maken krijgen met een te lage beslagvrije voet.

Tussentijdse evaluatie inzet extra middelen voor kinderen in armoede
Met ingang van 1 januari 2017 is structureel € 100 miljoen extra per jaar ter beschikking gesteld ten behoeve van kinderen die opgroeien in armoede. In 2018 is een tussentijdse evaluatie naar deze middelen afgerond (Tweede Kamer, 2018–2019, 24 515, nr. 455). Hieruit kwam naar voren dat er positieve stappen zijn gezet in het bereiken van meer kinderen die opgroeien in armoede, maar ook nog verbetering mogelijk en nodig is. Daarom zijn – zoals aan het parlement gemeld – hernieuwde afspraken met de VNG gemaakt om te bevorderen dat álle kinderen in armoede worden bereikt.

Extra ondersteuning kwetsbare mensen
Naar aanleiding van de motie Segers c.s. (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 000, nr. 25) was in 2018 eenmalig € 25 miljoen beschikbaar voor ondersteuning van kwetsbare mensen. Hiervan was € 4 miljoen bestemd voor bestrijding van armoede onder kinderen, € 4 miljoen voor dienstverlening door vrijwilligersorganisaties op het terrein van schulden en € 17 miljoen voor het creëren van baankansen voor kwetsbare jongeren uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs.

Inburgering

Nieuw inburgeringsbeleleid
Vorig jaar zijn de hoofdlijnen geschetst voor de verbetering van het inburgeringsbeleid (Tweede Kamer, 2017–2018, 32 824, nr. 223). De conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet inburgering die vorig jaar aan de Tweede Kamer is aangeboden (Tweede Kamer, 2017–2018, 32 824, nr. 222), zijn bij de uitwerking van het nieuwe stelsel betrokken. Het nieuwe beleid moet de effectiviteit en doelmatigheid van inburgering vergroten en stelt hogere taaleisen aan nieuwkomers. Elementen van het nieuwe stelsel zijn een verhoging van het taalniveau bij inburgering van niveau A2 naar B1, regie en inkoop van opleidingstrajecten bij de gemeenten (waarmee het leenstelsel wordt afgeschaft), ontzorging van inburgeraars en de voorbereiding op deelname aan de arbeidsmarkt

De geïntroduceerde aanpak houdt meer rekening met – zoals de WRR dat noemt – het doenvermogen van inburgeraars. Voor iedere nieuwkomer zal de gemeente daarom een persoonlijk plan opstellen: het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Dit is een maatwerkprogramma voor het leren van de Nederlandse taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. Een inburgeraar die zich onvoldoende inzet, zal vaker en sneller dan in het huidige stelsel geconfronteerd worden met sancties (zoals een boete). Hier staat tegenover dat de inburgeraar ook meer dan nu kan rekenen op begeleiding van de gemeente.

Het kabinet wil dat iedereen meedoet, het liefst via betaald werk. Het kabinet heeft aangekondigd vooruitlopend op de nieuwe regelgeving gemeentes te faciliteren om nieuwe werkwijzen te ontwikkelen die in lijn zijn met het huidige stelsel, maar ook recht doen aan het nieuwe stelsel. Tevens is een inventarisatie van good practices aangekondigd zodat kennis zoveel als mogelijk wordt gedeeld.

Inkomen

Vermogensfraude buitenland
Handhaving op verzwegen vermogen in het buitenland is complex. Aangekondigd is dat samen met betrokken uitvoeringspartijen wordt gewerkt aan een set van maatregelen om tot een effectieve aanpak te komen. Het samenwerkingsverband Onderzoek Vermogen Buitenland (OVB) is opgericht, dat in 2019 met een handreiking, kennisloket en regiobijeenkomsten voor gemeenten komt. De SVB is gestart met een pilot om beslaglegging in het buitenland makkelijker te maken. Tot slot is toegezegd dat de mogelijkheden worden onderzocht om tot een wetswijziging van de Participatiewet te komen die het knelpunt moet aanpakken dat vermogenden na aangetoonde fraude alsnog recht krijgen op bijstand.

Taaleis en tegenprestatie
De taaleis en tegenprestatie in de Participatiewet zijn belangrijke instrumenten om mensen uit hun isolement te halen, mee te laten doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. In 2018 bleek uit de CBS-rapportage BUS-N Wet Taaleis 2017 dat registratie en uitvoering van de taaleis niet overal goed gebeurt. Het CBS is gevraagd vervolgonderzoek te doen. Daarnaast is in 2018 ook de evaluatie van de taaleis gestart. Deze evaluatie wordt in 2019 afgerond. Verder is het CBS gevraagd om onderzoek te doen naar het gebruik van de tegenprestatie. Met de VNG is afgesproken dat in gesprekken met gemeenten opgehaald gaat worden wat werkt en wat niet werkt en wat goede voorbeelden zijn van gemeenten die actief uitvoering geven aan de taaleis en de tegenprestatie.

Jeugd

Vernieuwing jeugdstelsel
Naar aanleiding van de evaluatie van de Jeugdwet die de Kamer in januari 2018 heeft ontvangen (TK 34 880, nr. 1) is in april 2018 het programma Zorg voor de Jeugd gestart (TK 34 880, nr. 3). Rijk, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, cliëntenorganisaties en beroepsorganisaties willen samen langs zes actielijnen de jeugdhulp merkbaar en meetbaar beter maken: betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen (waaronder de effectiviteit van lokale teams), kinderen zo veel mogelijk thuis laten opgroeien, alle kinderen de kans bieden zich optimaal te ontwikkelen, kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden, jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt en investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals. Met de voortgangsrapportage van 5 november 2018 is de Kamer over de uitvoering van het programma geïnformeerd (TK 34 880, nr. 12). Zo is voor pleegzorg vanaf 1 juli 2018 de leeftijd van 21 jaar de nieuwe standaard. Hiermee krijgen pleegkinderen de kans om langer gebruik te maken van hulp en ondersteuning van het pleeggezin en de pleegzorgaanbieder bij de overgang naar volwassenheid. Daarnaast is het wetsvoorstel administratieve lasten en gemeentelijke samenwerking in december 2018 door de Tweede Kamer aanvaard. Met dit wetsvoorstel worden uitvoeringslasten teruggedrongen en kunnen gemeenten in uitzonderlijke gevallen tot samenwerking worden verplicht.

Om van signalen over gemeentelijke tekorten naar feiten te komen is eind 2018 onder gezamenlijk opdrachtgeverschap van VWS en VNG een verdiepend onderzoek jeugd gestart met de volgende elementen a) een analyse van de volumeontwikkeling, die zichtbaar is in de beleidsinformatie Jeugd, b) een benchmarkanalyse naar de uitvoering van de Jeugdwet, in de context van het sociaal domein en c) een analyse van goedgekeurde aanvragen in het kader van het Fonds Tekortgemeenten (TK 34 477, nr. 45). De Kamer is hierover in november 2018 geïnformeerd. Het doel is om in het voorjaar van 2019 de resultaten uit het onderzoek te bespreken en te wegen op de bestuurlijke tafel. Om de uitvoering van het programma Zorg voor de jeugd te ondersteunen en de vernieuwing van de jeugdhulp te stimuleren is in 2018 het Transformatiefonds ingesteld. In de periode 2018–2020 is jaarlijks € 36 miljoen beschikbaar. Alle 42 jeugdhulpregio’s hebben in het najaar van 2018 meerjarige transformatieplannen opgesteld. In de Decembercirculaire Gemeentefonds 2018 is de toekenning uit het Transformatiefonds per jeugdhulpregio bekend gemaakt. Het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) is ingericht om vanaf 1 januari 2019 jeugdhulpregio’s actief te ondersteunen bij de vernieuwing van de jeugdhulp en de uitvoering van het programma Zorg voor de Jeugd. De Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) heeft haar werkzaamheden op 31 december 2018 beëindigd. De Jeugdautoriteit is ingericht om vanaf 1 januari 2019 te bemiddelen rond de inkoop van jeugdhulp en continuïteit van jeugdhulp.

Naleving


Handhavingsbeleid

Handhavingsbeleid van SZW is zowel gericht op de sociale zekerheid als de arbeidswetten. Het gaat over het bestrijden van fraude met uitkeringen en over handhaving op het terrein van veilig, gezond en eerlijk werk. Handhaving is een belangrijke randvoorwaarde voor een goed werkende arbeidsmarkt en een goed functionerend stelsel van sociale zekerheid. In de Handhavingskoers 2018–2021 – die op 9 april 2018 aan de Tweede Kamer is gestuurd (Tweede Kamer, 2017–2018, 17 050 nr. 541) – is uiteengezet hoe het handhavingsbeleid van het Ministerie van SZW wordt versterkt.

Inspectie control framework (ICF)
In de Handhavingskoers 2018–2021 aangegeven hoe aan de hand van vier hoofdlijnen het handhavingsbeleid van het Ministerie van SZW versterkt wordt (Tweede Kamer, 2017–2018, 17 050 nr. 541). Eén van de hoofdlijnen in dit beleid is het versterken en verbinden van de handhavingsketen. In het regeerakkoord is hiervoor geleidelijk oplopend naar 2022 € 50 miljoen extra per jaar beschikbaar gesteld. Deze middelen worden gebruikt om de handhavingsketen te versterken op het gebied van eerlijk werk, veilig & gezond werken en het ontwikkelen van informatie/datagestuurd werken.

In 2018 was een bedrag van € 13 miljoen beschikbaar voor de versterking en verbinding van de handhavingsketen. Deze middelen zijn ingezet om extra inspecteurs en rechercheurs te werven. Daarnaast is een programma gestart dat bedrijven ondersteunt bij preventieve activiteiten op het terrein van eerlijk, gezond en veilig werk. Ook is begonnen met het ontwikkelen van informatiegestuurd werken. Een deel van de middelen is ten slotte ingezet om ondersteunende functies te versterken via werving van extra personeel (HRM, financiën en juridische zaken).

Tegemoetkomingen


Verhoging kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag
In 2018 is het besluit aan de Tweede Kamer aangeboden waarmee de kinderopvangtoeslag per 2019 is verhoogd met € 248 miljoen (Stb. 2018, 327). Dit verbetert de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de kinderopvang. Hiermee wordt het voor ouders van jonge kinderen aantrekkelijker om te gaan en te blijven werken. Tevens is een wetsvoorstel (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 010, nr. 2) ingediend voor de verhoging van het kindgebonden budget per 2020 en is er een besluit (Stb. 2018, 478) aangeboden waarmee de kinderbijslag per 2019 is verhoogd. Het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens gaat vanaf 2020 met bijna € 500 miljoen omhoog. Ouders die blijven werken of meer gaan werken, gaan zo meer geld overhouden. Het in 2018 aangeboden besluit (Stb. 2018, 478) om de kinderbijslag te verhogen, verhoogt het budget voor deze regeling vanaf 2019 met structureel € 250 miljoen. Hiermee geeft het kabinet gezinnen met kinderen een extra steun in de rug.

Beleidsdoorlichting Tegemoetkoming ouders
In 2018 vond een beleidsdoorlichting plaats op het terrein van tegemoetkomingen aan ouders (kinderbijslag en kindgebonden budget) (Tweede Kamer, 2018–2019, 30 982, nr. 46). Uit het rapport kwam naar voren dat er in sommige gevallen een discrepantie is tussen de hoogte van de tegemoetkomingen in de kosten van kinderen en de daadwerkelijke kosten van kinderen. Een evenwichtiger en effectiever stelsel van tegemoetkomingen kan daarom meer gericht zijn op de feitelijke kosten van kinderen in verschillende situaties (leeftijd, huishoudsituatie en aantal kinderen in het gezin). Naar aanleiding van de uitkomsten wordt nader onderzoek gedaan naar een evenwichtigere kostendekkendheid van de regelingen voor verschillende groepen en de mogelijke effecten voor verschillende groepen.

Werk en participatie

Wet arbeidsmarkt in balans
Op 7 november 2018 is het wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in balans ingediend bij de Tweede Kamer (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 074, nr. 2). Dit wetsvoorstel bevat een pakket aan maatregelen op het terrein van flexibele arbeid, het ontslagrecht en de financiering van de WW om de kloof tussen vast en flexibel werk te verkleinen. Voor een evenwichtigere arbeidsmarkt is het van belang dat het minder risicovol wordt om mensen in vaste dienst aan te nemen, en dat er tegelijkertijd ruimte is voor flexibiliteit. Met dit wetsvoorstel wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om een vast contract aan te bieden.

Mensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpen
Ongeveer de helft van de mensen met een beperking (mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen) had afgelopen jaar geen werk. Het kabinet heeft stappen gezet naar een inclusieve arbeidsmarkt zodat meer mensen met een arbeidsbeperking mee kunnen doen. In het afgelopen jaar heeft het kabinet het voornemen uit het regeerakkoord om over te gaan op loondispensatie in de Participatiewet, nader uitgewerkt.

Tijdens deze uitwerking is gebleken dat het niet mogelijk is om loondispensatie in de Participatiewet zo in te richten dat het voor iedereen simpeler en beter wordt. Het kabinet zag daarom af van invoering van loondispensatie in de Participatiewet. Het doel van het kabinet blijft ongewijzigd: meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk. Daarom heeft het kabinet in 2018 het Breed Offensief gelanceerd (Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352, nr. 115 en nr. 138) met verschillende maatregelen die er voor moeten zorgen dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Hierbij gelden vier ijkpunten:

  1. eenvoudiger voor werkgevers en werkzoekenden;
  2. werken aantrekkelijker maken voor mensen met beperkingen;
  3. werkgevers en werkzoekenden moeten elkaar makkelijker kunnen vinden en
  4. het bijdragen aan duurzaam werk.

Belangrijke onderdelen zijn het vereenvoudigen van het instrument loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, bijvoorbeeld door een adequate inzet van het instrument jobcoach en werken lonender maken voor mensen met een arbeidsbeperking. Ook moeten werkzoekenden en werkgevers elkaar gemakkelijker kunnen vinden in de arbeidsmarktregio’s. Een ander belangrijk onderdeel is het verbeteren en vereenvoudigen van de banenafspraak en de quotumregeling.

Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten
Het afgelopen jaar hebben overheid en markt samen de afgesproken aantallen voor de banenafspraak gehaald. De markt heeft ruimschoots voldaan aan de banenafspraak, de overheid loopt nog achter. Als onderdeel van het Breed Offensief heeft het kabinet voor de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een eenvoudiger systeem aangekondigd (Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352, nrs. 115, 136 en 137). Deze vereenvoudiging zal meer perspectief geven om banen te creëren door werkgevers te belonen voor de banen die ze realiseren en de administratieve lasten voor hen en de uitvoering te verminderen. Hierdoor krijgen meer mensen met een beperking een kans op een baan bij een reguliere werkgever.

De vereenvoudiging maakt ook meer samenwerking tussen werkgevers mogelijk. Uitgangspunt is dat het er niet langer toe doet waar een baan wordt gerealiseerd, maar dat de baan er komt. Om die reden heeft het kabinet besloten het onderscheid tussen overheid en markt los te laten, conform de motie Nijkerken-de Haan c.s. (Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352, nr. 126). Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de doelstelling van 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking overeind blijft. Dat geldt zowel voor de werkgevers in de markt als voor de overheidswerkgevers. De overheidssector blijft daarbinnen ook aan de lat staan voor zijn aandeel in de banenafspraak.

Project Simpel Switchen in de Participatieketen
Vorig jaar is het project Simpel Switchen in de Participatieketen gestart. Dit project beoogt de drempels voor mensen om vanuit de uitkering werk te aanvaarden weg te nemen en de overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, banenafspraak en een reguliere baan te versoepelen, ook in de weg terug als het even tegen zit. In de brief aan de Tweede Kamer van 27 december 2018 is geschetst hoe het kabinet, samen met vele partners, dit wil doen (Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352, nr. 142). Dit gebeurt langs vier sporen:

  1. makkelijker maken om terug te vallen op de oude uitkering;
  2. mocht de stap naar werk toch (even) niet lukken;
  3. beter inzicht in financiële gevolgen van aan het werk gaan;
  4. meedoen op de best passende plek en
  5. continuïteit in begeleiding en meer integrale ondersteuning.

Beleidsdoorlichting Jonggehandicapten
In 2018 vond ook een beleidsdoorlichting plaats op het terrein van jonggehandicapten (Tweede Kamer, 2017–2018, 30 982, nr. 40). Uit de beleidsdoorlichting kwam naar voren dat de Wajong, met drie verschillende regelingen en verschillen in rechten en plichten tussen deze regelingen, complex is geworden. Het kabinet heeft naar aanleiding van de beleidsdoorlichting een reeks concrete acties in gang gezet. Het uitgangspunt is dat (meer) werken lonend moet zijn en dat mensen die gaan studeren er niet op achteruit gaan. Daarnaast gaat het kabinet de Wajong zo aanpassen dat het voor mensen die vanuit die uitkering gaan werken makkelijker wordt om er weer op terug te vallen als de stap naar werk toch niet – of even niet – lukt. Het doel van de voorgestelde maatregelen is om belemmeringen voor mensen met een arbeidsbeperking om te participeren weg te nemen en te bevorderen dat zij kunnen deelnemen aan de maatschappij, waarbij aandacht is voor bestaande rechten.

Intentieverklaring Perspectief op werk
Zoals aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer over het Breed Offensief (Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352, nr. 138), is in het najaar van 2018 de Intentieverklaring Perspectief op Werk opgesteld (bijlage bij Tweede Kamer, 2018–2019, 34 352 nr. 138). Deze geeft de afspraken weer die namens de ministers van SZW en OCW zijn gemaakt met werkgevers, gemeenten, onderwijsveld en het UWV. Dit initiatief is erop gericht mensen een baan, leerwerkplek of aangepaste functie aan te bieden. Dit project richt zich op alle mensen die nog aan de kant staan. Daarnaast wordt de werking van de arbeidsmarkt praktisch ondersteund door meer publiek-private samenwerking in de uitvoering vorm te geven.

Programma Matchen op werk
Eén van de vier ijkpunten in het kader van het breed offensief is dat werkzoekenden en werkgevers elkaar makkelijker moeten kunnen vinden in de arbeidsmarktregio’s. In het programma «Matchen op werk werkt» heeft SZW in 2018 samen met de landelijke en regionale partners gewerkt aan het verder versterken van de werkgeverdienstverlening. De 35 arbeidsmarktregio’s zijn daarbij op maat ondersteund om de gecoördineerde werkgeversdienstverlening te verbeteren. Conform het amendement Nijkerken-de Haan (Tweede Kamer, 2017–2018, 34 775-XV, nr. 17) was hiervoor € 5 miljoen beschikbaar gesteld, verdeeld over regiospecifieke en regio-overstijgende ondersteuningsprojecten. Bij de regio-overstijgende projecten was er in 2018 sprake van onderuitputting, omdat enkele activiteiten niet tot uitvoering zijn gekomen. Omdat er nog kansen liggen voor verdere verbetering, krijgen de activiteiten rond werkgeversdienstverlening een vervolg met bestuurlijke afspraken en met het actualiseren en verhelderen van de SUWI-regelgeving. Doel is om werkgevers te bedienen vanuit één regionaal werkgeversloket, met een geharmoniseerd regionaal pakket van instrumenten en voorzieningen en met inzicht in de profielen van alle werkzoekenden in de regio.

Sociale werk-/ontwikkelbedrijven
Uitgangspunt bij de Participatiewet is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en daarmee voor de inrichting en vormgeving van de regionale sociale infrastructuur. Dit uitvoeringslandschap is sinds de inwerkingtreding van de Participatiewet per 1 januari 2015 fors in beweging. Veel gemeenten zijn bezig met een heroriëntatie op de uitvoering in het domein van werk en inkomen. In de eerste plaats is er een beweging waarbij de uitvoering van de re-integratieonderdelen van de Participatiewet en de Wsw samengaan, vaak in een nieuw werkbedrijf. Op andere plaatsen vindt juist een verdere verzelfstandiging van Sw-bedrijfsonderdelen plaats. De infrastructuur en expertise van de sociale werkvoorziening, die ook in 2018 nog volop in transitie is naar sociale ontwikkelbedrijven, kan een belangrijke rol blijven vervullen bij de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Gemeenten maken steeds vaker gebruik van de infrastructuur van de voormalige Sw-bedrijven om de brede doelgroep van de Participatiewet te kunnen bedienen.

Wmo

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Er is de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang vastgesteld waarmee de betrokken landelijke partijen de lokale partijen willen ondersteunen om een versnelde implementatie van de regioplannen te realiseren. Ook hebben regio’s elk 25.000 euro ontvangen voor het organiseren van bestuurlijke samenwerking in de regio. Tot slot is verder gewerkt aan het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en begeleiding dat per 1 januari 2021 geïmplementeerd zal worden.

Terugdringen stapelfacturen en vereenvoudiging eigen bijdrage Wmo
In 2018 zijn de voorbereidingen getroffen voor de invoering van het abonnementstarief voor eigen bijdragen Wmo per 1 januari 2019. Dit leidt tot een vereenvoudiging en beperking van de regeldruk voor zowel cliënten, gemeenten als aanbieders. Voor cliënten die een Wmo-voorziening aanvragen ontstaat vooraf inzicht in de daarmee gemoeide eigen bijdrage. Daarnaast is per 1 januari 2019 voor de vaststelling van de eigen bijdrage een aanlevertermijn van uiterlijk 28 dagen vastgesteld in regelgeving. Deze maatregel heeft tot doel dat cliënten de factuur voor eigen bijdrage zo spoedig mogelijk na het ontvangen van zorg en ondersteuning ontvangen en stapelfacturen worden voorkomen. Gemeenten en aanbieders hebben zich in 2018 hierop voorbereid.

Lees meer over Verantwoordingsdag

 

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina