Moet zij worden gekort op haar uitkering als zij een mentorschapsvergoeding ontvangt?

Een bijstandsgerechtigde is aangesteld als mentor voor haar dochter. Dit verbaast ons: deze bijstandsgerechtigde heeft zelf een beschermingsbewindvoerder en gaat een schuldhulpverleningstraject in. Zij kan nu een mentorschapsvergoeding van 600 euro per jaar vragen. Moet zij worden gekort op haar uitkering als ze deze vergoeding ontvangt?

Mentorschap gaat over persoonlijke belangen, bewindvoering over financiële belangen. Ondanks haar financiële problemen kan deze bijstandsgerechtigde dus wel een goede mentor zijn. De mentorvergoeding wordt beschouwd als een vergoeding voor de onkosten die de mentor maakt. De hoogte van de vergoeding duidt ook meer op een vrijwilligersvergoeding. Gelet op artikel 31 Participatiewet is ons advies de vergoeding te beschouwen als een vergoeding die naar aard overeen komt met vergoedingen als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder g en k van de Participatiewet. Daarom rekenen we de vergoeding van 600 euro niet tot de middelen.

Moet deze erfenis worden toegerekend aan het vermogen of is het inkomen dat maandelijks wordt verrekend?

Een alleenstaande dame doet een aanvraag voor levensonderhoud. Haar adoptievader woont in Duitsland, haar adoptiemoeder is overleden. Het erfrecht daar is anders dan hier. Het adoptiekind heeft recht op een erfenis van 23.000 euro. Dit zit in een depot waarover de adoptievader 6 procent rente is verschuldigd, vanaf de datum dat zijn echtgenote is overleden. Vastgelegd is dat vanuit het depot maandelijks 300 euro wordt overgemaakt naar het adoptiekind (aanvrager van bijstand). Het maandelijkse bedrag is dus een periodieke betaling. Moet dit bedrag worden toegerekend aan het vermogen of is het inkomen dat maandelijks wordt verrekend?

Normaal gesproken wordt een erfenis geheel in aanmerking genomen als vermogen. Het meerdere boven de vermogensruimte moet worden ingezet ten behoeve van de algemene kosten van het bestaan. Als iemand niet onmiddellijk kan beschikken over de erfenis, dan wordt de verleende bijstand teruggevorderd zodra hij of zij er wel over beschikt.

Het kan uiteraard zo zijn geregeld dat de erfgenaam nimmer over een vermogen kan beschikken, maar alleen over een periodieke uitkering. De belanghebbende is en blijft zelf verantwoordelijk voor zijn of haar kosten van bestaan. Aan hem of haar kan dan de voorwaarde worden gesteld om het totale bedrag van de erfenis te lenen bij een bank, en de rente en aflossing te betalen uit de periodieke uitkering. Als dit lukt, kan de bijstand worden beëindigd, met terugwerkende kracht vanaf het moment dat de erfenis ontstond. Lukt deze route niet, dan zien wij de periodieke uitkering van 300 euro als maandelijks inkomen, dat de aanvrager kan inzetten voor levensonderhoud. Deze uitkering komt dan in mindering op de bijstand.

Wilt u meer kennis en inzicht over de Participatiewet?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina