Zeker nuttig. Liever spreek ik toch mensen die met hun voeten in de klei staan, daar steek je het meeste van op. Gelukkig gaat dat gemakkelijk, als Stimulansz’ers komen we nogal eens ergens. Zo was ik laatst dagvoorzitter bij een bijeenkomst georganiseerd door Verdiwel, LCGW en Stimulansz. Met als centrale vraag hoe je nieuwe en duurzame verbindingen maakt tussen formele en informele netwerken. Zo’n lastig probleem dat je met een rapport of een protocol niet kunt oplossen, maar waarvoor je met mensen moet spreken die in de praktijk aan de oplossing werken, dag in dag uit. Die praktijkmensen waren er gelukkig: de zaal was gevuld met professionals uit zorg, wonen, welzijn, onderwijs, werk en inkomen en gemeenteambtenaren. En zo kwam er die middag een schat aan kennis en ervaringen langs. “Wij hebben veel last van protocollen en structuren, die het moeilijk maken om nauw te gaan samenwerken met informele netwerken”, zegt Suzanne de Ruig van Youké Jeugdzorg. “Wij zijn vanuit een andere houding gaan werken. Als bijvoorbeeld iemand uit huis geplaatst moet worden, dan vragen we of hij/zij een JIM (jouw ingebrachte mentor) heeft, dat is een voorwaarde vanuit ons team. Geen JIM? Dan gaan we daar het gesprek over aan.” Jolanda Verbiesen, gemeente Heusden, vertelt enthousiast over het maatjesproject. “Wethouders helpen werkzoekenden om scholing of een betaalde baan te vinden. Alle betrokken werkzoekenden hebben werk gevonden of volgen nu een opleiding.” Ik word wel vrolijk van die goede voorbeelden. Maar het allermooiste was nog wel de breed gedeelde opvatting dat we na een jaar ploeteren echt verder zijn gekomen. Dat is een groot compliment voor al die mensen die in de frontlinie het werk doen. Erover schrijven is ook belangrijk, maar zelf doen is andere koek!

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina