En voor mensen die uitstromen uit de bijstand omdat ze werk vinden?

De ideale wereld…

In het beste geval betekent het helemaal niets. Als mensen tijdig en correct doorgeven dat ze zijn gaan werken en wat hun inkomsten zijn, dan komt de Fraudewet in het geheel niet aan bod. Het college beëindigt de uitkering of kort de inkomsten, eventueel met een vrijlating.

…bestaat niet

Zo rooskleurig is het helaas meestal niet. Mensen geven vaak niet, niet op tijd of niet correct door dat ze zijn gaan werken. Hoe komt dat? Daarvoor  is een aantal redenen te noemen.

Onwetendheid

Soms is het onwetendheid. De werkzoekende heeft geen idee wanneer en hoe hij moet doorgeven dat hij werk gevonden heeft. Mensen geven dit vaak pas door als ze hun salarisstrook hebben of als het salaris is gestort. Afhankelijk van het beleid van de gemeente is in dat geval sprake van een schending van de inlichtingenplicht. Meldt de werkzoekende uit eigen beweging binnen maximaal 60 dagen alsnog dat hij is gaan werken, dan kan de gemeente een waarschuwing geven in plaats van een boete. Heel prettig, want een boete werkt niet echt motiverend bij het zoeken naar uitbreiding van uren of nieuw werk bij een terugval in de bijstand. Natuurlijk is het nog beter om dit te voorkomen door goede voorlichting.

Extra inkomsten

Er zijn ook mensen die de inkomsten naast de bijstand bewust niet opgeven om zo maandelijks meer over te houden. Omdat ze schulden hebben, of gewoon omdat de hogere levensstandaard best prettig is. Die situatie sluit aan bij wat in de volksmond onder ‘fraude’ wordt verstaan. Daarvoor kan een boete opgelegd worden van 100% van het teveel ontvangen bedrag aan bijstand met een maximum van € 82.000,-. Bij recidive is de maximale boete zelfs 150% van het benadelingsbedrag. Dat maximumbedrag is overigens theoretisch, want zodra het benadelingsbedrag hoger is dan € 50.000,- bruto wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Angst voor financiële problemen

Sommige werkzoekenden wachten bewust met melden dat ze werk hebben tot het geld binnen is. Daarmee voorkomen ze dat hun inkomsten worden gekort voordat het eerste salaris is gestort. Meldt de werkzoekende zich binnen 60 dagen, dan kan hij een waarschuwing krijgen. Maar hier zit wel een adder onder het gras. Deze situatie voldoet namelijk ook aan de criteria voor opzet: het verzwijgen van werkzaamheden of uitbreiding van de werkzaamheden en daarmee gemoeide inkomsten.

Wat is de schuld, wat is de boete?

Dat levert de bijzondere situatie op dat het niet, niet tijdig, of niet correct doorgeven dat iemand is gaan werken óf de lichtste sanctie – een waarschuwing – oplevert, óf de zwaarste sanctie – een boete van 100% met een maximum van € 82.000,-. Het is aan de professional om daarover te oordelen. Geen geringe taak! Want je kunt hoogstens feiten constateren, niet in iemands hoofd kijken waarom hij het werk niet heeft doorgegeven. De schuldvraag is dus bijzonder moeilijk te beantwoorden.

Wat nu?

Om dit dilemma zoveel mogelijk te voorkomen is het goed om op dit onderwerp zeer actief voorlichting te geven. Of om in beleid vast te leggen dat de werkzoekende het aanvaarden van werk uiterlijk meldt als de eerste salarisstrook of het eerste salaris is ontvangen. Daarmee sluit je aan bij de logica van de werkzoekende. En stuur je een bloemetje of een kaartje om de nieuwbakken werknemer te feliciteren met zijn baan? Wordt vast gewaardeerd.

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina