Als je als argeloze burger achter de tv zit dan worden er zoveel verschillende signalen uitgezonden, dat je al snel het spoor bijster raakt.

Wat signalen op een rij

Het gaat goed met de economie. Het aantal mensen in de bijstand daalt en zit nu weer onder de 400.000 (tot aan pensioengerechtigde leeftijd). Maar de gemiddelde verblijfsduur in de bijstand loopt op tot 5 jaar. Dus vooral de mensen die kort werkloos zijn profiteren van de economie. De mensen die al langer in de uitkering zitten missen de aansluiting.

Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking ligt goed op schema. Op 1 oktober 2017 was het aantal extra banen voor 2017 (33.000) al bereikt. Maar de overheid blijft nog flink achter in haar eigen doelstellingen om extra banen te creëren. Zo erg dat de Quotumwet geactiveerd is voor de overheid en direct weer uitgesteld, omdat de overheid zichzelf meer tijd gunt de doelstellingen alsnog te realiseren.

De afbouw van de sociale werkvoorziening – sinds de invoering van de Participatiewet werken er al ruim 15.000 mensen minder in de WSW – staat in schril contrast met de opbouw van het aantal beschutte werkplekken. Van het eind 2017 beoogde aantal van 2600 plekken waren er op 1 oktober 2017 slechts 735 vervuld. En niet overal is er een nieuwe functie gevonden voor de oude SW-organisaties. Sommige verdwijnen helemaal en andere staan zwaar in de rode cijfers.
Tel daarbij op het aantal gemeenten (ruim 200) dat tekortkomt op de BUIG-middelen om de uitkeringen te betalen, en de vraag is gerechtvaardigd waarom de Participatiewet het juiste middel is om mensen naar werk te begeleiden.

Wat lef zou kunnen helpen

Zolang de wet nog in ontwikkeling is kunnen we die wellicht nog beïnvloeden. Neem de voorgenomen vervanging van de loonkostensubsidie door loondispensatie. Dat is nog geen vastgesteld beleid en daartegen kunnen we onze bezwaren nog inbrengen. Maar is de wet wel een spelbreker op de weg naar succesvol beleid, of is het onze manier van omgaan met de wet? Het DNA van werk en inkomen vinden we terug in termen als handhaving, rechtmatigheid, controle en voorliggende voorziening. Vaak krijg ik vragen voorgelegd ter bevestiging of iets wel mag: “Mag ik deze premie wel toekennen, of die vergoeding wel vrijlaten?” Als ik dan aangeef dat het wel mag is de tegenwerping: “Maar waar staat dat dan?” Terwijl het vaak al genoeg is als nergens staat dat het níet mag.

De angst iets fout te doen komt voort uit het verleden. Deed je vroeger iets niet goed dan kon dat een korting door het Rijk betekenen, of een aanwijzing. Die angst werkt ook nu nog verlammend. De Participatiewet is nu gedecentraliseerd en de vraag die je moet stellen is: “Vindt mijn gemeenteraad dit goed?” De Inspectie SZW controleert niet op individuele dossiers. En was het niet Donner, de vicepresident van de Raad van State, die opriep om maatwerk te bieden? Ieder het zijne was zijn spreuk. Rechtsgelijkheid gaat over gelijke gevallen, niet over gelijke dienstverlening.

Om dat goed te kunnen doen is lef nodig. Het verschil durven maken op basis van wat mensen nodig hebben en aansluiten bij hun mogelijkheden en perspectieven. Het nieuwe DNA moet zijn: lef, vertrouwen, ondernemen en kansen en mogelijkheden benutten. Ook de huidige wet staat dat niet in de weg, wat velen er ook van zeggen. En bij goed ondernemen trek je nieuwe investeerders aan. Over die voorbeelden de volgende keer meer.

Wilt u de uitvoering van de Participatiewet verder verbeteren?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina