Wat zijn de mogelijkheden voor afstandsonderwijs in het inburgeringstraject?

Fysieke taallessen blijken in de praktijk niet altijd te passen bij de persoonlijke situatie van een inburgeraar. Wat zijn de mogelijkheden voor afstandsonderwijs in het inburgeringstraject?
Vrouw met hoofddoek tussen tulpen

Vraag

Fysieke taallessen blijken in de praktijk niet altijd te passen bij de persoonlijke situatie van een inburgeraar. Soms komt dit doordat een inburgeraar voorkeur heeft voor online taalles, maar vaker is het omdat een inburgeraar een voltijdbaan heeft of andere verplichtingen, wat het volgen van fysieke lessen lastig maakt. Hierdoor hebben gemeenten steeds vaker vragen over de mogelijkheden van afstandsonderwijs binnen het inburgeringstraject. Met de Handleiding Keurmerk Inburgeren 2026 zijn de voorwaarden hiervoor gewijzigd. Wat zijn de mogelijkheden voor afstandsonderwijs in het inburgeringstraject?

 

Antwoord

Allereerst is het belangrijk om helder te hebben wat er onder afstandsonderwijs wordt verstaan. De stichting Blik op Werk omschrijft afstandsonderwijs als “een aanbod van een taalaanbieder waarbij cursisten onder directe begeleiding en aanwezigheid van een docent online les krijgen”. Het onlineonderwijs moet volgens de stichting Blik op Werk zo ingericht zijn dat het inhoudelijk en didactisch gelijkwaardig is aan lessen die fysiek in een lesruimte plaatsvinden. Dus het gaat om online taalles die live gegeven wordt door een docent; een vooraf opgenomen e-learningmodule of webinar bijvoorbeeld is niet voldoende.

 

B1-route

De ruimte voor een inburgeraar om afstandsonderwijs te kunnen volgen verschilt per leerroute. In de B1-route kan een inburgeraar alle taallessen volledig online volgen, zolang de inburgeraar uiteindelijk (alle onderdelen van) het inburgeringsexamen behaalt op tenminste taalniveau B1. Anders is dit wanneer de inburgeraar wil afschalen naar taalniveau A2 binnen de B1-route. Om dit te kunnen doen moet er sprake zijn geweest van een hybride vorm van onderwijs, waarbij minimaal 20 % van de taallessen fysiek gevolgd moet zijn. De overige 80 % mag afstandsonderwijs zijn geweest.

 

Z-route

Voor de zelfredzaamheidsroute (Z-route) gelden andere uitgangspunten. De invulling van de taalcomponent in de Z-route moet volledig bestaan uit fysiek taalonderwijs. De wetgever heeft hier bewust voor gekozen omdat het juist voor deze groep inburgeraars belangrijk is dat zij voldoende aandacht en ondersteuning krijgen tijdens de taallessen. Toch zou je in sommige gevallen uren afstandsonderwijs mee kunnen tellen voor de taalcomponent. Dat kan in het geval van een inburgeraar die later in het inburgeringstraject een overstap maakt naar de Z-route. Dan geldt als voorwaarde dat minimaal 20 % van de taallessen fysiek gevolgd is om alle reeds gevolgde uren taalles mee te kunnen laten tellen.

 

Een passend inburgeringstraject

De opties om afstandsonderwijs te combineren met fysieke taallessen maakt het voor gemeenten mogelijk om het inburgeringstraject beter te laten aansluiten bij de persoonlijke situatie, capaciteiten en motivatie van een inburgeraar. Probeer daarom bij de keuze voor de meest passende leerroute ook de mogelijkheden van het soort taalonderwijs mee te nemen; met het doel en het gewenste effect van de Wet inburgering 2021 voor ogen: dat alle inburgeraars zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren op het voor hen hoogst haalbare niveau en dat zij volwaardig kunnen meedoen aan de Nederlandse samenleving, het liefst door middel van betaald werk.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Renée van der Burg helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Tip voor een nieuw socialezekerheidsstelsel, het kan anders!

Op 24 maart was er een commissiedebat over de Participatiewet. Nu zijn daar veel dingen besproken, maar één punt licht ik er graag uit. Naar schatting ongeveer een derde van de mensen die op dit moment in de Participatiewet zitten, past daar niet goed in omdat ze moeilijk tot niet kunnen werken vanwege ziekte of beperking. Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over mogelijke oplossingen. Hierbij alvast een voorzet.

“Elke gemeente moet een toezichthouder hebben”

Hoe voorkom je misbruik en fraude binnen de Wmo en de Jeugdwet? Goed toezicht is daarvoor belangrijk. En dat is een vak apart. Daarom is er binnenkort weer de training Toezichthouder Wmo en Jeugdwet, opgezet door Geert van der Schoor en Paul Norp. “Het is hoog tijd dat gemeenten het toezicht Wmo en Jeugdhulp goed inrichten.”

Waarom een goede inkomensconsulent verder kijkt dan de regels

Een inkomensconsulent heeft niet alleen kennis nodig van de Participatiewet, maar ook empathie en gespreksvaardigheden. Eva Labrujère weet uit eigen ervaring hoe waardevol het werk kan zijn voor een inwoner. “Je draagt bij aan een stabiel inkomen.”