Een wet sociaal domein; wat is er nodig?

Regels hebben we meer dan genoeg. Sterker nog, uit het onderzoek naar gemeentelijke dienstverlening aan gezinnen met multiproblematiek en dak- en thuislozen van de Inspectie SZW blijkt – weer! – dat de regels in het sociaal domein te complex zijn. Deze wet bevat daarom alleen regels die eenvoudig zijn en het werk makkelijker maken, niet complexer. De afzonderlijke wetten uit het sociaal domein (PW, Wmo, Jeugdwet, Schuldhulpverlening) worden beter op elkaar afgestemd en uitgekleed. De belangrijkste uitgangspunten staan in de wet sociaal domein, in de afzonderlijke wetten worden alleen de noodzakelijke zaken geregeld in aanvulling op de wet sociaal domein.

De doelstellingen van de decentralisaties, onder meer efficiëntere zorg en minder kosten, integraal werken, maatwerk en laagdrempelig, worden door iedereen onderschreven. Maar het is zo moeilijk om deze doelen werkelijkheid te laten worden! Hoe komt dit? Sommige oorzaken, zoals afstand tussen verschillende professionals, fysiek of digitaal omdat in verschillende klantvolgsystemen wordt gewerkt, kan deze wet niet oplossen. Dat is aan de uitvoering. Maar op één punt kan een Wet Sociaal Domein wel degelijk enorm helpen: het vaststellen van een gemeenschappelijk kader. Drie aspecten zijn daarbij van belang; Taakopvatting, mensbeelden en taal.

Taakopvatting

Samenwerken tussen verschillende organisaties en afdelingen gaat veel makkelijker als de invulling van de taakopvatting meer op één lijn ligt. Die liggen nu soms behoorlijk ver uit elkaar. Van iedereen helpen die daarom vraagt, tot koste wat het kost voorkomen dat mensen onterecht een beroep doen op een voorziening. Dat is heel lastig samenwerken. Het zou prachtig zijn als de Wet Sociaal Domein aangeeft wat het doel is van de wetgever of van de gemeente vraagt om hierin heldere keuzes te maken die sociaal domein breed gelden. Ik doe vast een aanzet:

In Nederland vinden we het belangrijk dat:

  • Mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;
  • Mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen;
  • Mensen hun financiën op orde hebben;
  • Mensen een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen;
  • Mensen een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen; en
  • Kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en veilig naar de school kunnen gaan die bij hen past.

Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. Daarbij maakt de gemeenteraad een bewuste keuze op basis van welke uitgangspunten dat gebeurt aan de hand van de vier regimes die zijn onderscheiden door Melissa Sebrechts en Thomas van Kampen:

Tabel alternatieve troonrede

De gemeente heeft daarbij oog voor de totale maatschappelijke kosten en baten. Dat wil zeggen dat de gemeente af en toe kosten voor haar rekening neemt die niet bij haar horen, om zo voor de samenleving als geheel de goedkoopst adequate oplossing te realiseren. Preventie op alle terreinen is daar een wezenlijk onderdeel van. Daarbij moet naar een heel breed speelveld gekeken worden, zoals economische zaken, onderwijs, het ruimtelijk domein. Ook het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de regelingen hoort hierbij.

Mensbeelden

Een ander punt dat de samenwerking enorm zou verbeteren is het werken aan een gezamenlijk mensbeeld. In het sociaal domein bestaan heel veel opvattingen over de mensen die een beroep doen op hulp. Het zou enorm helpen als er een uitgangspunt wordt geschetst. Daarbij hoort dan ook een opvatting over hoe we met elkaar omgaan. Ik doe weer een aanzet:

Inwoners zijn autonoom, beschikken zelf over hun leven. Hun eigenheid wordt gewaardeerd en de professional luistert naar hem of haar zonder (voor)oordelen en met oprechte interesse in zijn of haar belevingswereld. Dat betekent dat de professional zijn eigen normen en waarden loslaat en aansluit bij de belevingswereld van de inwoner én de doelen van het sociaal domein (bron: dagboek van een omgekeerde ambtenaar).

Dat betekent in de praktijk het volgende.

  • De gemeente houdt de toegang laagdrempelig. Dat wil zeggen, zowel fysiek als digitaal, maar ook door begrijpelijke procedures en brieven. Lastige regels kunnen achter de schermen een rol spelen, maar daar wordt de inwoner niet mee lastig gevallen.
  • De professional van de gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Dat doen zij vanuit wederzijds respect en vertrouwen (daarbij is het begrip ‘wederzijds’ heel wezenlijk).
  • Het gaat hierbij om het welzijn en leven van de inwoner. Om die reden heeft deze grote invloed op het bepalen van de oplossing.

Heerlijk helder Nederlands

Natuurlijk wordt de wet geschreven in heerlijk helder Nederlands. En als we dan toch in deze wet, net als in alle andere wetten, begripsbepalingen opnemen, laten we dat dan doen voor de begrippen die er echt toe doen. Ik stel voor om in ieder geval een omschrijving te geven van zelfredzaamheid, participeren, eigen kracht en bestaansminimum. Daarnaast zou ik pleiten voor een kader voor taal. Taal kan helpen, of hinderen, motiveren, stigmatiseren. De taal beïnvloedt wel degelijk de manier waarop uitvoerders, inwoners die hier gebruik van maken en alle andere inwoners van Nederland kijken naar het sociaal domein.

Tot slot; mag het een beetje makkelijker en leuker?

Is zo’n wet een utopie? Nee, zeker niet. Dat blijkt wel uit de omgekeerde verordening die in een aantal gemeenten (bijvoorbeeld, Bunschoten, Kampen, Zaltbommel, Borne en Gooise Meren) is ingevoerd. De uitgangspunten en kernwaarden uit die verordening vormen een leidraad voor alle besluiten, naast de strikt juridische eisen die wet en lokale regelgeving kent. Nu gemeenten hebben laten zien dat het kan, zou het geweldig zijn als de ministeries de handen ineenslaan om dit mogelijk te maken.  O ja, en als hier dan toch aan wordt gewerkt, zou de opmaak dan een beetje leuk mogen? Natuurlijk moet overheid.nl vooral heel informatief zijn, maar een béétje makkelijker en een béétje leuker zou toch moeten kunnen?

Beluister deze alternatieve troonrede als podcast: