De klachten zijn begonnen toen hij 19 was. Met medicijnen zijn de klachten onder controle en wordt een psychose voorkomen. Jan woont zelfstandig in een flatje en dit gaat goed door begeleiding thuis vanuit de gespecialiseerde thuiszorg. Zonder deze begeleiding wordt het een rommel in huis en gaat het mis met de medicijnen en de administratie. Jan betaalt dan de rekeningen niet meer met alle nare gevolgen van dien. Ook gaat Jan zichzelf verwaarlozen. Hij draait zijn dag- en nachtritme om, vergeet zijn medicatie en zorgt voor overlast in de buurt. Tot nu toe had Jan een indicatie voor begeleiding individueel, nog vanuit de AWBZ, met overgangsrecht in de Wmo 2015. Maar het is tijd voor een herindicatie.

Het resultaat als uitgangspunt

Waar het bij Jan om gaat is dat hij ondersteuning krijgt bij het organiseren van zijn leven. Hij kan dat niet alleen. Maar hij wil wel graag zelfstandig blijven wonen, dat is hem veel waard. Zonder de thuisbegeleiding ligt opname in een GGZ- instelling op de loer. Het resultaat dat Jan wil bereiken is dat hij niet in een instelling belandt en dat hij in zijn eigen omgeving kan blijven. Dat moet het uitgangspunt zijn bij een herindicatie. Met de oude indicatie kon Jan dit doel bereiken. Nu blijkt dat deze oude indicatie was opgebouwd uit een deel begeleiding individueel (BG) en een deel persoonlijke verzorging (PV). Bij elkaar opgeteld kwam de thuiszorg 10-12 uur per week bij Jan over de vloer. Deze zorg werd echter volledig ingezet als begeleiding, dus niet voor persoonlijke verzorging. Want dat was waar Jan het meest behoefte aan had.

De herindicatie Wmo

Na de herindicatie Wmo bleef er slechts 3,5 uur begeleiding voor Jan over. Dat was een fikse domper. Jan ging dan ook niet akkoord en stapte naar de rechter. Het doel dat Jan wil bereiken is gelijk gebleven, daarin is ten opzichte van de oude AWBZ- situatie niets gewijzigd. Hoe bereiken we dat in deze nieuwe situatie? We willen door inzet van begeleiding individueel thuis een opname voorkomen en daarmee instroom in de (duurdere) Wlz.

Als we kijken naar de recente uitspraak van de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2017:5453) is het van groot belang dat we het aantal uren zorg objectief onderbouwen. Met andere woorden, we komen er niet mee weg zomaar uren in te zetten, of normtijden te gebruiken zonder dit te motiveren.

Rekenwerk

In de situatie van Jan is het aan te raden dat hij samen met zijn zorgprofessional op een rijtje zet wat zijn problemen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie. Waar liggen de beperkingen? Daarna is het de vraag wat er moet gebeuren om ervoor te zorgen dat Jan zich thuis kan redden. In overleg met de zorgprofessional kan vervolgens gekeken worden naar redelijke uren zorg per onderdeel. Afgestemd op de beperkingen en persoonskenmerken van Jan. Onder aan de streep levert dat een totaal aantal aan uren op.

De les die hieruit te leren valt: volsta niet zonder meer met normtijden. Maatwerk is rekenwerk!

Zoekt u de laatste kennis en inzichten over de Wmo?

Geselecteerd op basis van dit onderwerp

Deel deze pagina