Weigeren van schuldhulpverlening aan inwoners die opnieuw in de schulden raken. Mag dat?

Mag een gemeente inwoners die eerder schuldhulp hebben ontvangen de toegang weigeren? In hoeverre doet een gemeente hier goed aan? 
Man met stapel papieren

Vraag

Onze gemeente verwacht over enige tijd een grotere vraag naar schuldhulpverlening. Om aan de vraag te kunnen voldoen willen we onze dienstverlening vooral openstellen voor de mensen die als gevolg van de Covid19 in financiële problemen zijn gekomen. Inwoners die al eerder schuldhulp hebben ontvangen (recidive), willen we de komende tijd de toegang weigeren. Doen we daar goed aan?

Antwoord

Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) kan een gemeente schuldhulpverlening weigeren als iemand al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening. Gemeenten kunnen in hun beleidsregels de periode noemen waarbinnen het opnieuw aanvragen van schuldhulp als recidive wordt beschouwd.
De bedoeling van de wet is echter voor iedere inwoner de schuldhulp ruimhartig en laagdrempelig te organiseren. Het is niet de bedoeling bij voorbaat inwoners uit te sluiten of de toegang te weigeren. De Wgs schrijft voor dat de gemeente bij een weigering altijd een individuele afweging moet maken. U beoordeelt dus iedere aanmelding individueel en integraal, waarbij u de persoonlijke omstandigheden van de schuldhulpvrager meeweegt.
Maar gemeenten moeten soms de toegang kunnen weigeren bijvoorbeeld als duidelijk is dat feitelijk geen zinvolle hulp mogelijk is. Recidive kan daarvoor een indicatie zijn. Bij het al dan niet toelaten van een verzoeker tot de schuldhulpverlening is het van belang dat de gemeente onder meer beoordeelt of schuldhulpverlening zinvol is voor het vergroten van de kans op participatie. Als dat het geval is, kan schuldhulpverlening zinvol en ook kansrijk zijn, ook bij recidive.
Verder is het van belang om niet zo zeer naar het verleden te kijken, maar te kijken naar wat er in de toekomst mogelijk is.
Er zijn diverse mogelijkheden om schuldhulpverlening toegankelijk te houden, ook voor inwoners die al eerder een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. U kunt de in te zetten instrumenten wel afstemmen op de persoonlijke situatie.
In veel gevallen zitten mensen in een ingewikkelde schuldsituatie vanwege hun gedrag. Ook in die situatie is weigeren van schuldhulpverlening niet altijd de juiste beslissing. Als de motivatie bij de inwoner lijkt te ontbreken, moet u kijken of u de inwoner alsnog gemotiveerd kunt krijgen.
Aan de andere kant is het van belang te onderkennen dat het niet mogelijk is om alle schuldenaren te helpen via een schuldhulpverleningstraject. Schuldhulpverlening verlening aan niet-regelbare schuldenaren kan hoge kosten met zich meebrengen. Aan de andere kant kan het achterwege blijven van schuldhulpverlening leiden tot maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld langduriger gebruik van uitkeringen. Om dat te voorkomen kunt u niet-regelbare schuldenaren proberen in contact te brengen met ketenpartners, zoals het Algemeen Maatschappelijk Werk. Doel hiervan is het bieden van begeleiding en aanpakken van (multi)problematiek ter voorbereiding op een mogelijk traject schuldhulpverlening.
De meest effectieve en duurzame aanpak is het voorkomen van recidive. Een belangrijke instrument daarvoor is nazorg. Niet de nazorg die bestaat uit een telefoontje na een half jaar als u weet dat de stap naar zelfstandig financieel beheer door de inwoner moeilijk is. Ook de nazorg moet u afstemmen op de vaardigheden en mate van financiële zelfredzaamheid van de klant. Laat de nazorg bijvoorbeeld bestaan uit budgetbeheer.
Maak de cirkel van schuldhulpverlening rond, zodat er geen inwoners buiten de boot vallen:

  • Zet in op vroeg signalering.
  • Stem tijdig het hulpaanbod af op de situatie van de inwoner.
  • Monitor het schuldhulpverleningstraject van de inwoner en stuur het bij.
  • Streef naar een financieel zelfredzame inwoner aan het eind van het traject.
  • Geef nazorg op maat, met name voor de niet-zelfredzame inwoner.
  • Voorkom dat de inwoner (opnieuw) in financiële problemen raakt (preventie).

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Corinne Berhitu helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?