Basisdienstverlening. Hoe doe je dat?

Sinds een jaar heeft de gemeentelijke schuldhulpverlening een impuls gekregen door de afspraak de basisdienstverlening te realiseren. Wat vraagt de implementatie van de basisdienstverlening en wat heb je eraan?
Basisdienstverlening. Hoe doe je dat?

De reden voor de basisdienstverlening

Al bij de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening was het doel te komen tot de verbetering van de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening. De wet legde een ‘bodem’ in de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het was van groot belang dat de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening verbeterd werd.’ Maar het was ook belangrijk dat gemeenten voldoende ruimte behielden om maatwerk te kunnen leveren.’

 

De verwachting dat meer mensen geholpen zouden worden en dat de schuldenproblematiek aanzienlijk zou verminderen kwam niet uit. Het proces werd door veel maatregelen verbeterd en versneld. Dit deden gemeenten op verschillende manieren, wat tot de vraag en wens leidde of gemeenten niet meer op een gelijke manier schuldhulpverlening konden invullen.

 

Een nieuwe impuls was nodig: basisdienstverlening. Het woord zegt het al, het gaat met name om de dienstverlening en welke elementen in de dienstverlening in elke gemeente zal worden geboden. En als de schulden zijn opgelost, is dan alles weer goed? Nee, heel vaak niet. De inwoner heeft ondersteuning nodig om uit de schulden te komen én te blijven. En daar gaat het nu vooral om. Hoe kun je er samen met inwoner voor zorgen dat die uit de schulden blijft?

 

Begeleiding is de kern

Ik hoorde laatst een medewerker van de gemeente verzuchten: we lijken wel een coach of maatschappelijk werker. De basisdienstverlening vraagt een verschuiving van werkzaamheden en vaardigheden. Als schuldhulpverlener ben je niet alleen bezig om de inwoner zo goed mogelijk te begeleiden om de regeling vol te houden, maar heb je ook de taak om de inwoner te begeleiden naar financiële zelfredzaamheid.

 

Het vraagt ook om meer samenwerking met ketenpartners. Als een inwoner ook andere problemen heeft, en vaak is dat zo, dan zullen er andere organisaties of personen zijn die de inwoner helpen bij het oplossen van die problemen. Dat vraagt om samenwerking en afstemming. Want als je er niet goed de regie op houdt, worden de problemen van de inwoner groter.

 

Zelfs in de uitspraken van rechters zie je terug dat de gemeente een actieve rol moet blijven spelen bij de begeleiding van de inwoner, ook als een andere organisatie bij de inwoner is betrokken. De rechter noemt dit een zorgplicht van de gemeente.

Zorgplicht

De basisdienstverlening noemt die zorgplicht niet, maar de elementen van de basisdienstverlening dragen zeker bij aan de zorgplicht. Zo staat bij verschillendede elementen (financiële) begeleiding centraal. Bijvoorbeeld bij ‘In contact’ en ‘Rust en overzicht’. De begeleiding houdt niet op als een ketenpartner een deel van de hulpverlening overneemt. Hierover zul je dus afspraken moeten maken, zodat de inwoner niet tussen wal en schip valt.

Afstemmen met je collega’s

De basisdienstverlening vraagt ook afstemming met je collega’s. Omdat de basisdienstverlening geen vastomlijnd kader is, is het heel belangrijk dat je de invulling vertaalt naar een ambitie die jij met je team of gemeente hebt. Wat betekent voor jou bijvoorbeeld laagdrempelige toegang en hoe ziet begeleiding er dan precies uit? Deze aspecten zul je zelf binnen jullie gemeenten moeten gaan bepalen. En wanneer is het moment aangebroken dat de inwoner zelf de administratie weer kan doen? En op welk moment leg je de regie weer in handen van de inwoner?

 

Ga met je collega’s het gesprek aan over de basisdienstverlening. Over wat jullie al doen en waar jullie naar toe willen. Wanneer vind jij dat je een vinkje kan zetten bij een bepaald onderdeel van de basisdienstverlening? Want welke richting wil ‘men’ in jouw gemeente nu precies op? Als dat niet duidelijk is, houd je nog veel ruimte voor eigen interpretatie en voor het nemen van besluiten en het verlenen van diensten op basis van je eigen persoonlijke waarden en overtuigingen.

 

Een collega vertelde me het volgende verhaal. Een inwoonster was aangemeld voor schuldhulpverlening en toegelaten. Daarna werd er budgetbeheer bij een bewindvoerder opgestart. Maar voordat alles geregeld was, waren ze een maand of 4 à 5 verder. De betalingsachterstanden waren in die tijd fors opgelopen. Dat was een reden voor de gemeente om de schuldhulpverlening te beëindigen. De inwoonster mocht pas weer terugkomen als de situatie stabiel is.

 

Vanuit de regels (uit de wet en het beleid) een begrijpelijk verhaal. Maar deze inwoner merkt niets van de verbeteringen die het ministerie, de VNG, NVVK en gemeenten met het sluiten van een bestuurlijk akkoord over de basisdienstverlening voor ogen hadden.

En zou het toets van de zorgplicht bij de rechter doorstaan? Heeft de gemeente de regie in handen gehouden?

 

Je hebt een gedeelde visie en ambitie nodig vanuit beleid en management, maar om ook daadwerkelijk naar deze ambitie toe te werken moet je deze visie vertalen naar wat dat dan betekent voor de uitvoering. En heldere doelstellingen formuleren en daaraan gekoppeld acties uitzetten die je helpen om de doelstellingen te behalen.

 

Wil je met ons van gedachte wisselen over hoe het in jouw gemeente gaat met het implementeren van de basisdienstverlening? Neem dan gerust contact op.

 

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Corinne Berhitu helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?

Handreiking verzachten keteneffecten

Een nabetaling van uitkering of loon lijkt goed nieuws voor de cliënt. Maar in de praktijk kan het leiden tot financiële tegenvallers: toeslagen worden verlaagd of teruggevorderd, of er ontstaat een hoge belastingaanslag. Dit zogenoemde keteneffect zorgt vaak voor stress en onzekerheid.