Wet schuldregelen: sneller geholpen, maar ook duurzaam uit de schulden?

Een inwoner probeert eerst gedurende 5 tot 8 jaar zelf zijn schulden op te lossen voor hij zich meldt bij schuldhulpverlening. En dan heb je de stap genomen, maar moet je lang wachten totdat schuldeisers een overzicht van de openstaande schulden geven of reageren op een voorstel. De Wet schuldregelen wil dit proces versnellen.

Waarom een Wet schuldregelen?

Een belangrijke reden voor het wetsvoorstel is de ervaring van schuldhulpverleners dat het opvragen van openstaande schulden bij schuldeisers veel tijd kost. Ook reageren schuldeisers pas laat of niet op voorstellen om de schulden van de inwoner te regelen. Hierdoor maakt het traject minder kans van slagen. De overheid (en ook schuldhulpverleners) willen juist dat een schuldregeling sneller tot stand komt. Dan is de inwoner eerder schuldenvrij. Het wetsvoorstel wil hieraan bijdragen.

Wat regelt het wetsvoorstel?

De 2 belangrijkste onderdelen van het wetvoorstel zijn:

  • Reactietermijnen voor schuldeisers en schuldregelaars invoeren op de doorlooptijd van schuldregelingen. Bij een verzoek tot saldo-opgave moet de schuldeiser binnen 21 dagen reageren. De schuldregelaar moet binnen 21 dagen na ontvangst van alle saldo-opgaven aan alle schuldeisers een voorstel voor een schuldregeling doen. Of laten weten dat en waarom er geen schuldregeling volgt. En of en hoe de schuldhulpverlening wordt voortgezet. De schuldeiser moet binnen 21 dagen laten weten of deze instemt met het voorstel. Verlenging van de termijnen met 14 dagen is mogelijk.
  • De regels over schuldbemiddeling uit de Wet op het consumentenkrediet (Wck) overbrengen naar de nieuwe Wet schuldregelen. Er komt een duidelijkere definitie van schuldregelen én een betere bescherming tegen malafide schuldregelaars.

Het wetsvoorstel roept vragen op

Het wetsvoorstel is ter internetconsultatie aangeboden. De reactietermijn sloot op 17 augustus jl. Veel personen en organisaties (meer dan 30) hebben inhoudelijk gereageerd. De regering neemt de reacties in overweging en bekijkt of zij het voorstel of de toelichting gaat aanpassen, voordat zij dit wetsvoorstel aan de Raad van State voorlegt voor advies. Ik hoop van wel, want gaan de effecten van het wetsvoorstel wel bijdragen aan het beoogde doel?

 

Het kabinet wil bereiken dat tussen gemeenten een gelijkheid in het aanbod van schuldhulpverlening komt. Het wetsvoorstel draagt daaraan bij door uniforme reactietermijnen op te nemen die landelijk gelden. Landelijk geldende wetgeving moet door iedere schuldregelaar en schuldeiser nageleefd worden. Passen de voorgestelde termijnen binnen de ontwikkelingen en kwaliteitsverbeteringen van de schuldhulpverlening? De NVVK bracht in haar reactie op het wetsvoorstel naar voren dat bij sommige gemeenten het proces al veel sneller verloopt. Dat blijft mogelijk binnen de nieuwe wet. Maar wat nu als de wettelijke maximumtermijn in de praktijk onbedoeld een normtermijn wordt? Dan is er van een versnelling van het proces niet echt sprake.

 

Het voorstel legt de meeste verantwoordelijkheden voor het schuldregelingsproces bij de schuldregelaar neer. Als een schuldeiser niet binnen de termijn reageert, moet de schuldregelaar een aanmaning sturen. Als de schuldregelaar een termijn niet haalt, moet die de schuldeiser daarvan op de hoogte brengen. De schuldeiser kan bovendien een beroep doen op bijzondere omstandigheden voor verder uitstel van de termijnen.

 

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de basisdienstverlening stellen een op het individu afgestemde dienstverlening voor. In individuele gevallen kan het nodig zijn dat, in het belang van de inwoner, langere termijnen door de schuldregelaar gehanteerd mogen worden. Die ruimte lijkt het wetsvoorstel dan weer niet te bieden. Terwijl maatwerk wel kan bijdragen aan een duurzame oplossing.

Verplichtingen voor schuldhulpverleners?

Als er geen schuldregeling tot stand komt, moet de schuldregelaar namens de inwoner een verzoek voor een dwangakkoord en/of Wsnp indienen. De Wgs legt uitdrukkelijk de regie van schuldhulpverlening bij gemeenten neer. Welke instrumenten door de schuldhulpverlening worden ingezet, gebeurt in samenspraak met de inwoner. De inwoner kan de gemeente niet dwingen een dwangakkoord of toelating tot de Wsnp aan te vragen. De Wet schuldregelen lijkt hier een einde aan te maken. Als een minnelijke regeling niet lukt, moet er een dwangakkoord en/of Wsnp aangevraagd worden.

 

Bureau Wsnp leidt uit de nieuwe bepaling af de inwoner de regiehouder is, niet de schuldhulpverlener. Als de inwoner een dwangakkoord of Wsnp wil, dan moet de schuldhulpverlener hiertoe overgaan, zo begrijpt Bureau Wsnp de verplichting tot vervolgactie. Het is aan de schuldhulpverlening om burgers goed te informeren over alle stappen, niet om over de haalbaarheid te oordelen. Dat oordeel ligt bij de rechtbank.

 

Deze reactie maakt een ander aandachtspunt duidelijk. Door de nieuwe wet wordt de aanpak van schulden in 2 verschillende wetten geregeld.

Hoe verhoudt de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) zich tot de Wet schuldregelen?

Schuldregelen is een onderdeel van schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening is geregeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs legt de regie bij de gemeente en staat voor integrale schuldhulpverlening. Daardoor is schuldhulpverlening veel breder dan alleen schuldregelen. Denk bijvoorbeeld aan financiële begeleiding, budgetbeheer en nazorg. Voor inwoners met schulden is schuldregelen geen apart traject, maar gaat er een periode van financiële problemen, (vroeg)signalering, stabilisatie of ondersteuning aan vooraf. Ook tijdens en na het bereiken van de schuldregeling blijft begeleiding vaak nodig. En na afloop van schuldregelen is er nazorg.

 
Het oplossen van schulden is maatwerk en is gericht op toekomstperspectief voor de inwoner.

De Wgs is een kaderwet. Hij bevat hoofdlijnen en geeft de schuldhulpverlener de ruimte om de schuldenproblematiek op de meest passende/geëigende wijze op te lossen Het is niet duidelijk hoe de Wgs zich verhoudt tot het voorstel Wet schuldregelen. De relatie tussen het wetsvoorstel en bestaande kaders wordt niet duidelijk toegelicht en vraagt om een nadere uitwerking.

Voor inwoners, gemeenten, schuldhulpverleners en schuldeisers moet helder zijn waar de schuldregelingsfase begint, hoe deze zich verhoudt tot de stabilisatiefase en financiële begeleiding. Ook moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor welke fase en wanneer sprake is van voldoende inspanning binnen het minnelijk traject.

Biedt de wet uitzonderingen voor schuldregelaars?

In de reactie van VNG en Divosa [1] herken ik zoveel, dat ik de aangehaalde delen letterlijk overneem. ‘Het voorstel sluit aan bij de gezamenlijke ambitie van de basisdienstverlening schuldhulpverlening, waarin centraal staat dat inwoners in iedere gemeente kunnen rekenen op een herkenbare, toegankelijke en kwalitatief goede schuldhulpverlening.’

 

‘In de uitvoeringspraktijk doen zich regelmatig situaties voor waarin een minnelijke regeling vrijwel rond is, maar afronding door de complexiteit van een dossier of persoonlijke omstandigheden van een inwoner net buiten de wettelijke termijnen komt te liggen.’ Daarom zou er een extra termijn of hardheidsclausule moeten komen voor schuldregelaars.

 

‘Wanneer ruimte wordt geboden voor uitstel of afwijking, is het belangrijk dat hiervoor duidelijke landelijke kaders worden vastgesteld.’ Dat mag in het wetsvoorstel beter worden verduidelijkt. Zo wordt voorkomen dat verschillen ontstaan tussen gemeenten, schuldhulpverleners of schuldeisers en wordt rechtsgelijkheid voor inwoners gewaarborgd.

 

De kracht van de Wgs ligt juist daarin dat de schuldhulpverlener de ruimte heeft om de meest passende oplossing voor de inwoner te bereiken. Het is aan de wetgever om de juiste balans te vinden tussen maatwerk voor de inwoner en procedures voor een van de oplossingen van de schuldenproblematiek.

Wie mag schulden regelen?

Niet iedereen mag schulden regelen. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt opgesomd welke beroepsgroepen schuldregelaar kunnen zijn. Zo worden inwoners beschermd tegen malafide schuldregelaars. Naast de gemeente en gemeentelijke kredietbank zijn dat bijvoorbeeld ook (Wsnp)bewindvoerders, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Voor deze beroepsgroepen, die zijn uitgezonderd van het verbod op schuldregelen, geldt dat schuldregelen alleen mag worden gedaan als onderdeel van de reguliere beroepswerkzaamheden. Ze mogen niet van schuldregelen hun beroep of bedrijf maken.

 

In de toelichting bij de wet wordt uitgelegd dat advocaten zijn uitgezonderd, omdat rechtsbijstand van mensen met problematische schulden kan vereisen dat een schuldregeling wordt getroffen. Dat klinkt heel praktisch. Maar is dat wel zo? Is het voor inwoners dan nog wel duidelijk waar ze kunnen aankloppen voor hulp bij het oplossen van schulden als er zoveel instanties zijn? En hoe zit het met kwaliteitswaarborgen? Werken deze beroepsgroepen ook volgens de basisdienstverlening? De Nederlandse orde van advocaten heeft niet de Bestuurlijke afspraken voor basisdienstverlening schuldhulpverlening ondertekend [2]. Een advocaat heeft tot taak zorg te dragen voor rechtsbescherming voor zijn cliënt. De kwaliteitswaarborgen zijn daarop gericht en niet op schuldhulpverlening.

Bestaanszekerheid

Tot slot wil ik afsluiten met een reactie van het NIBUD [3]. Die is me uit het hart gegrepen:

‘Het Nibud mist in het wetsvoorstel expliciete aandacht voor de relatie tussen schuldregelingen en bestaanszekerheid. Een schuldregeling moet niet alleen leiden tot overeenstemming met schuldeisers, maar ook tot een financieel stabiele situatie voor de mensen met schulden. Een schuldregeling is pas duurzaam wanneer deze voldoende ruimte laat voor de (minimaal) noodzakelijke uitgaven van levensonderhoud en voorkomt dat tijdens het traject nieuwe schulden ontstaan.’

 

Dit is een belangrijk punt. In de Wgs (artikel 4a lid 5) is duidelijk geregeld dat in het plan van aanpak de beslagvrije voet moet worden gerespecteerd. De Wet schuldregelen gaat alleen over het proces van het regelen van schulden, maar noemt niet de voorwaarden waaraan een voorstel aan de schuldeisers moet voldoen. Een verwijzing vanuit de Wet schuldregelen naar genoemd artikel zou niet mogen ontbreken. Want niet alle schuldregelaars vallen onder de regels van de Wgs.

 

Het voorstel Wet schuldregelen is een kleine wet, maar beoogt een groot effect: meer snelheid in het schuldregelingsproces. Dat effect kan alleen worden bereikt als het wordt ingebed in het veel omvattende werkveld van het duurzaam oplossen van schulden en integrale schuldhulpverlening. Want een succesvolle schuldregeling vraagt ook om maatwerk, duidelijke regie en oog voor de financiële stabiliteit van de inwoner. Het is aan de wetgever om die elementen in balans te houden.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Corinne Berhitu helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Wet schuldregelen: sneller geholpen, maar ook duurzaam uit de schulden?

Een inwoner probeert eerst gedurende 5 tot 8 jaar zelf zijn schulden op te lossen voor hij zich meldt bij schuldhulpverlening. En dan heb je de stap genomen, maar moet je lang wachten totdat schuldeisers een overzicht van de openstaande schulden geven of reageren op een voorstel. De Wet schuldregelen wil dit proces versnellen.

VNG organiseert regiodagen Participatiewet in balans en Wet handhaving sociale zekerheid

Stimulansz ondersteunt samen met VNG, Divosa en SAM gemeenten actief bij de implementatie van de Participatiewet in Balans. VNG organiseert regiobijeenkomsten. Je gaat tijdens deze bijeenkomsten praktisch aan de slag met de recente en aankomende wetswijziging en de lokale uitvoering daarvan.

Wet handhaving sociale zekerheid: nieuwe regels voor bestuurlijke boetes

Minder standaardsancties en meer ruimte voor passend handhaven. Met de Wet handhaving sociale zekerheid krijgen gemeenten meer ruimte om rekening te houden met de omstandigheden van de inwoner en de menselijke maat, oftewel om evenredig te handhaven.