Tip voor een nieuw socialezekerheidsstelsel, het kan anders!

Op 24 maart was er een commissiedebat over de Participatiewet. Nu zijn daar veel dingen besproken, maar één punt licht ik er graag uit. Naar schatting ongeveer een derde van de mensen die op dit moment in de Participatiewet zitten, past daar niet goed in omdat ze moeilijk tot niet kunnen werken vanwege ziekte of beperking. Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over mogelijke oplossingen. Hierbij alvast een voorzet.
Evelien Meester Portret - Turquoise Achtergrond

Het is tijd voor een ander socialezekerheidsstelsel waarbij het gewenste effect centraal staat. Veel logischer om te kijken waar iemand heen gaat dan waar iemand vandaan komt, toch? Op die manier kunnen we zorgen voor passende begeleiding en voor de zo gewenste eenvoud. Is dat makkelijk? Nee. Maar wel nodig en duurzaam

Waar kom je vandaan?

Ons socialezekerheidsstelsel kent een veelheid aan regelingen voor iedereen die – tijdelijk of duurzaam – niet in staat is om te werken. In het commissiedebat ging het over arbeidsongeschiktheid, maar er zijn ook andere oorzaken van werkloosheid. Ook die zou ik graag meenemen in een eventuele stelselwijziging. In het huidige stelsel geven we mensen toegang tot een regeling op basis van de reden waarom iemand nu geen werk heeft. Ben je ziek geworden en zo ja op welke leeftijd en hoe was op dat moment je dienstverband? Ben je ontslagen, is je werkgever failliet gegaan, kun je geen werk vinden na je studie? Oftewel: waar kom je vandaan?  

Zou het niet logischer zijn om een indeling te maken op basis van de vraag: waar ga je naartoe? Nou wil ik niet beweren dat de NS feilloos is, maar het is wel handig dat zij reizigers op de perrons laten verzamelen op basis van de plek waar ze naartoe willen. Dat iedereen die naar Venlo wil bij elkaar staat, in plaats van dat iedereen die uit Almere komt bij elkaar gaat staan.  

Wat is het gewenst effect?

Waarom kunnen we datzelfde principe niet hanteren voor sociale zekerheid? Wat als we een stelsel zouden ontwerpen waarbij de vraag centraal staat wat het gewenste effect is? Dan kunnen we een regeling maken voor mensen die weer volledig betaald kunnen werken, een regeling voor mensen die gedeeltelijk of met ondersteuning betaald werk kunnen doen en een regeling voor mensen die wel willen participeren maar niet in staat zijn om daarmee een inkomen te verdienen.  

De begeleiding van deze groepen vraagt andere kennis en vaardigheden van de professionals. Het vraagt om andere instrumenten die helpen de doelen te halen en andere financiële prikkels (of juist geen prikkels maar rust). 

En voilà, vereenvoudiging!

De coalitie (en de rest van Nederland) snakt naar vereenvoudiging in ons stelsel, omdat dit in de loop der tijd buitengewoon complex is geworden. Hoe heerlijk zou het dan zijn als we niet meer een Wajong, WW, WIA-WGA, WIA-IVA, PwZw hebben maar gewoon regelingen op basis van wat het gewenste einddoel is. Veel eenvoudiger! En wat als je door moet schuiven naar een andere regeling? Dat kan met een warme overdracht zodat de begeleiding direct van start kan in de nieuwe regeling. Het einddoel van de inwoner staat voorop en daar is alle focus op.  

Waar wachten we nog op?

Ik zie hier een hoop vliegen in één klap, dus ik zeg doen!  

Is het eenvoudig om dit aan te passen? Nee natuurlijk niet, vereenvoudigen is ontzettend complex. En het complex houden of nog complexer maken is heel eenvoudig. Maar daar helpen we niemand mee. Degenen zonder werk niet en de professionals niet. Dus laten we toch maar eens door de zure appel heen bijten om tot een duurzaam stelsel te komen.  

Valt hiermee niemand tussen wal en schip? Dat kan ik niet garanderen. Toch zullen we daar een keuze moeten maken. Een eenvoudig stelsel kan ertoe leiden dat niet iedereen precies krijgt wat die nodig heeft. Een complex stelsel geeft op papier dan wel iedereen precies waar die recht op heeft, in de praktijk juist niet omdat mensen hun recht niet kunnen of durven te verzilveren. Een eenvoudig stelsel is daarmee in de praktijk passender. En binnen een eenvoudig stelsel hebben we 2 keuzes. Kiezen we voor de schatkist (liever meer mensen die te weinig krijgen dan te veel) of voor de samenleving (liever meer mensen die te veel krijgen dan te weinig)?  

Eenvoudig en een klein beetje meer

Als ik zou mogen kiezen dan zou ik gaan voor een eenvoudig stelsel, op basis van de gewenste effecten. En de balans tussen te veel en te weinig zit zoveel als mogelijk in het midden, maar perfect krijg je die nooit. Dan ga ik toch liever voor een stelsel waarin we accepteren dat sommige mensen iets te veel krijgen. Hoe desastreus het is voor mensen om structureel te weinig te krijgen, dat hoef ik niemand meer uit te leggen.  

Laten we aan de slag gaan!  

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

De kracht van verschil: Hoe kunnen we weer leren het oneens te zijn?

Zelfs in een relatief klein land als het onze lopen de meningen van inwoners behoorlijk uiteen. In het dorp waar ik woon is een aantal mensen blij met luidruchtige feesten in de straat, omdat er ‘eindelijk wat gebeurt in dit gat’. Anderen storen zich eraan, omdat zij juist ‘behoefte hebben aan rust en stilte’. Een feestje is een klein vraagstuk, ook op grotere vraagstukken als nood- of asielopvang, windmolens en woningbouw lopen de meningen sterk uiteen. Zoveel mensen, zoveel meningen en dat is heel goed. Niet altijd handig, wel goed. Ik realiseer me dagelijks hoe mooi het is dat we leven in een land waar die verschillen er kunnen en mogen zijn en ook geuit mogen worden.

Hoe voer je het goede gesprek met een inburgeraar?

Als consulent Inburgering begeleid je inburgeraars in hun inburgeringstraject. Hoe ga je om met afwijkende wensen? Lees het hier.

Moeten gemeenten hulphonden wel of niet toekennen?

De hulphond (of assistentiehond, zoals opleiders de hulphond liever noemen) is een onderwerp dat de gemoederen blijft bezighouden. De vraag is daarom: is er de laatste jaren iets veranderd dat aanleiding is voor gemeenten om hun beleid bij hulphond-aanvragen aan te passen? Op dit moment is het antwoord daarop: neen. Ook niet na drie recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep [viii, ix & x].