Erfenissen en bijstand

Wanneer een erfenis in beeld komt, roept dat niet alleen emoties op maar ook veel juridische vragen, zeker voor mensen met een bijstandsuitkering. In deze blog lees je meer over de regels, valkuilen en aandachtspunten, zodat je precies weet waar je aan toe bent wanneer een erfenis op je pad komt.

Wat is de huidige hoofdlijn in het erven?

Bij overlijden van een van ouders geldt als hoofdlijn een wettelijke verdeling. Dit houdt in dat de langstlevende echtgenoot en elk kind recht hebben op een gelijk deel van de waarde van het nalatenschap, de echtgenoot krijgt de gehele nalatenschap in eigendom. De echtgenoot kan vrij beschikken over het gehele vermogen. Ieder van de kinderen krijgt een geldvordering op de langstlevende echtgenoot ter waarde van zijn erfdeel. De kinderen kunnen de vordering pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of bij diens faillissement/schuldsanering. Over de vordering wordt een rentepercentage vergoed ter correctie van de inflatie. De vordering van de kinderen moet goed worden berekend en worden vastgelegd.”

Wat is de startdatum van een aanspraak op een erfenis?

Een aanspraak ontstaat op de dag van overlijden van de ouder. Dat betekent nog niet dat dit onmiddellijk effect heeft voor een kind dat bijstandsgerechtigd is. Want het afwikkelen van een erfenis kost tijd. Zodra de erfenis wordt uitbetaald, komt de gemeente in actie en vordert de verleende bijstand terug vanaf datum overlijden van de ouder. Dit in zoverre de (‘resterende’) vermogensvrijlating(sruimte) wordt overschreden. Dat de erfenis de vorm heeft van een geldvordering doet niets af aan het hebben van een aanspraak. Zodra uit die vordering middelen beschikbaar komen, kan de gemeente tot terugvordering overgaan. De Participatiewet voorziet in artikel 58 tweede lid onder f over een specifieke grond om tot terugvordering over te gaan zodra over de middelen kan worden beschikt. In de rechtspraak is dat ook bevestigd.

Er is een langstlevende ouder

Soms kan er een zeer lange periode liggen tussen het overlijden en het moment dat de erfenis vrijkomt. Dat speelt met name als er een langstlevende ouder is. Want tussen het moment van het overlijden van de eerste ouder en de tweede ouder kan veel tijd liggen. Het is dan ook nog afwachten wat er daarna van de erfenis over is. Wellicht dat de kinderen hun aanspraak niet geheel kunnen verzilveren.

Zo kreeg ik ooit een praktijkvraag waar wel 30 jaar tussen die twee momenten lag. Verjaring is niet aan de orde. De rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de gemeente zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. Dit is het moment waarop de gemeente de informatie krijgt dat de afwikkeling van een nalatenschap is voltooid. 

Gemeentelijk beleid

Uiteraard is denkbaar dat gemeenten min of meer bewust afzien van terugvordering in dit soort situaties, want voor een terugvordering 20 jaar teruggaan voelt best ver.

Terugvordering (geheel of gedeeltelijk) is een bevoegdheid.  In de praktijk wordt veelal gekozen voor volledige terugvordering. Beleidsvarianten kunnen zijn:

  • om de terugvordering te beperken door de periode van terugvordering te beperken door de erfenis te delen door 1.5 de bijstandsuitkering in plaats van de volledige bijstandsuitkering;
  • door een drempelbedrag niet in aanmerking te nemen, bijvoorbeeld ter hoogte van het bescheiden vermogen;
  • er zijn ook beleidsregels van gemeenten die bij het aflossen op de restsom met 50% van verdere invordering afzien. 

De rechtspraak dwingt niet zulke aanpassingen af, maar het kan wel het beleid van de gemeente zijn. Het beleid kan er toe bijdragen dat de persoon zijn financiële huishouding beter op orde krijgt. En doet ook meer recht aan hetgeen de erflater wellicht voor ogen heeft gestaan.

Lees ook hoe gemeenten omgaan met zuinig leven en vermogensopbouw in de bijstand.

Verdiep je kennis als consulent participatiewet

Erfenissen, vermogen en terugvordering: in de praktijk lopen deze casussen vaak anders dan het boekje. In de opleiding Consulent Participatiewet in balans leer je hoe je complexe situaties juridisch correct én menselijk afhandelt.

Per 1 januari 2026 wijzigt de Participatiewet, op het punt van “vermogen”

Bij de wetsbehandeling werd door de het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) uitdrukkelijk aangegeven dat de wijzigingen voor de erfenissen geen gevolgen hadden voor de staande uitvoeringspraktijk bij erfenissen.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Wim Eiselin helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?

Handreiking verzachten keteneffecten

Een nabetaling van uitkering of loon lijkt goed nieuws voor de cliënt. Maar in de praktijk kan het leiden tot financiële tegenvallers: toeslagen worden verlaagd of teruggevorderd, of er ontstaat een hoge belastingaanslag. Dit zogenoemde keteneffect zorgt vaak voor stress en onzekerheid.