Het mee in meedoen
Hoe zit het met het woord ‘mee’? Een kort en krachtig woord, maar als we verder kijken ook intrigerend. Er zit meer in dan het in eerste instantie lijkt. Het herbergt een ‘samen’, een collectief. Je kunt wel in je eentje iets doen, maar in je eentje meedoen wordt lastig. Meedoen, dat doe je nu eenmaal samen met iemand. Je hebt een ander nodig. ‘Samen’ een woord wat we momenteel ook veel horen in de politiek. Zeker als het gaat om samenwerking. Meedoen vraagt om interactie. Enerzijds iemand die mee gaat doen, anderzijds iemand die ruimte maakt, zich openstelt om de ander te laten deelnemen, dus mee te laten doen. Mooi en aardig, maar bij deze interactie spelen wel een aantal zaken een rol, zoals: Waaraan word je gevraagd mee te doen? Wil je dat wel? En kan je dat ook? Het maakt nogal verschil of je gevraagd wordt mee te doen aan een potje voetbal of dat je gevraagd wordt mee te doen aan een bankoverval. Logisch ook dat het dan verschillend is of je dat wel of niet wil.
Alles kan onder doen vallen
En dan het woord ‘doen’ in meedoen. Eén van de meest gebruikte werkwoorden in onze taal. Een term met beweging. Doe je iets, dan ben je een activiteit aan het uitvoeren: van stofzuigen tot bergbeklimmen, van een muur tegelen tot in een hangmat liggen. Dat maakt het opzichzelfstaand een behoorlijk abstract woord. Allemaal zijn we druk bezig met dingen doen. Of druk met andere mensen dingen te laten doen. Zelfs niets doen kan een activiteit op zich zijn. “Wat ga jij dit weekend doen? Ik ga heerlijk niets doen!” Conclusie: elke activiteit valt in de categorie ‘doen’. Zelfs als je die activiteit bewust niet onderneemt. Dat maakt ‘doen’ een wel erg breed begrip.
Meedoen in het sociaal domein
Ook in het sociaal domein is meedoen een veelgehoorde term. Als je werk hebt doe je mee, maar ook het bereiken van de klaverjasclub is meedoen, afhankelijk van de wet. Meedoen dekt de lading breed. Interessant om te kijken in hoeverre er ruimte is in het antwoord op de vraag “Doe je mee?”. ‘Willen’ en ‘kunnen’ zijn belangrijke afwegingen in het antwoord daarop. Kan iemand aangeven welke randvoorwaarden nodig zijn om dat meedoen te realiseren? Voelt die de vrijheid om oprecht te antwoorden? Struikelblok daarbij kan zijn dat de vraag van de overheid aan de inwoner kan overkomen als een uitnodiging maar ook als een opdracht. De relatie tussen overheid en inwoner is nu eenmaal niet gelijkwaardig. Er zit een stevige afhankelijkheid in.
Betrokken worden bij samen
Mensen willen over het algemeen graag meedoen, deelnemen aan de maatschappij, betrokken worden bij het ‘samen’. Maar wel op hun eigen manier. De manier waarop zijzelf denken dat zij het kunnen en willen. Meedoen als woord is makkelijk, maar de betekenis veelomvattend. Dat maakt dat een vraag over meedoen misschien wel complex kan zijn. Een vraag krijgt het antwoord dat hij verdient. In hoeverre zou je de vraag anders kunnen stellen om een beter antwoord te krijgen? Om mensen uit te nodigen erover na te denken wat ze echt willen? En kunnen? Een open vraag is een goed begin. Een beetje prikkelend misschien: Waar gaat jouw vuurtje van branden? Of waar ga ik jouw ogen van zien twinkelen? Met “jij mag niet meedoen” komen we met elkaar in ieder geval niet verder. Niet in de samenleving en niet op het schoolplein.